Burgerforum is fopspeen

Een paginagrote krantenadvertentie wees ons afgelopen week op een nieuw fenomeen: het Burgerforum Kiesstelsel. Wat spiegelt deze advertentie ons voor? Het begint met de stelling dat we “al bijna honderd jaar op dezelfde manier“ de Tweede-Kamerleden kiezen. Hiermee is de toon gezet: het systeem is al zo oud, daar moet wel iets mis mee zijn (in feite is het stelsel overigens nog maar 87 jaar oud).

De aanleiding voor dit Burgerforum is dat het kabinet “zich de vraag heeft gesteld of ons kiesstelsel nog voldoet“. Er ligt dus geen vraag vanuit de volksvertegenwoordiging, niet vanuit de bevolking, nee zelfs geen aanwijsbaar maatschappelijk probleem aan ten grondslag. Nee, het kabinet vraagt het aan zichzelf.

Via een procedure van willekeurig brieven sturen, uitnodigingen voor bijeenkomsten en een kandidatenloterij is er nu een forum samengesteld van 140 leden. We lezen dat zij de mening van het Nederlandse volk gaan peilen. Maar waren zij niet zelf al geselecteerd om hun mening te geven en zo de het kabinet te adviseren? Als het forum meningen gaat peilen, wat is dan de toegevoegde waarde van dit forum boven een normaal kiezersonderzoek door een gespecialiseerde instelling?

Waarom moet een willekeurige groep burgers de overheid eigenlijk adviseren over het kiesstelsel, als er al staatscommissies (Cals/Donner 1968, Deetman 1990) en wetenschappers zijn geweest die dit onderwerp tot op het bot hebben gefileerd? Alle mogelijke effecten van verschillende kiesstelsels zijn bekend. Daar is geen Burgerforum voor nodig.

De initiatiefnemers van het Burgerforum zien dit ook wel in: aan het eind van de advertentie lezen we namelijk welke veranderingen aan het kiesstelsel al zijn voorgekookt.

Allereerst het Duitse tweestemmensysteem. Hiervan is vooral bekend dat het ingewikkeld is. In geen enkel onderzoek is aangetoond dat het “de politiek dichter bij de mensen brengt“. Wel zijn diverse nadelen bekend, waarvan minder vrouwelijke parlementariërs er slechts één is.

De tweede kant-en-klare oplossing is het districtenstelsel, hier vergoelijkend het “Britse systeem' genoemd. Dit stelsel levert een tweepartijensysteem op, waar in de Nederlandse situatie alleen CDA en PvdA als partij van betekenis zouden overblijven, met de VVD als splinterpartij. Een partij als D66, die dit voorstel al jaren serieus neemt, had zelf nooit een parlementair bestaan gekend met een dergelijk stelsel.

Bij het letterlijk uitvoeren van de derde genoemde oplossing kan het niet anders dan dat er veel Tweede-Kamerzetels leeg blijven. Elk Kamerlid zal in dit voorstel namelijk een minimum aantal stemmen moeten halen. De nummer 41 van de PvdA moet dus stemmen wegsnoepen van Wouter Bos. Ziet u het gebeuren? Grofweg zal hier wel de variant bedoeld worden waarbij de betekenis van de voorkeurstem wordt vergroot.

Het is bekend dat politieke partijen dit helemaal niet willen, en terecht, omdat daarmee de mogelijkheid vervalt om zelf een evenwichtige fractie samen te stellen, waarbij in alle beleidsterreinen en specialismen is voorzien. En ach, in de laatste regel komt nog de mogelijkheid aan bod dat ons huidige kiesstelsel misschien nog steeds het beste is. Maar je leest tussen de regels door: we hopen van niet, daar voeren wij deze dure campagne niet voor.

Reclamejongens hebben de campagne voorzien van een logo: een lachende kaart van Nederland. Een enigszins schaapachtige lach, dat wel. Het illustreert de stroperige tegenzin waarmee het kabinet tot deze campagne moet hebben besloten. Want er is nu eenmaal een D66-minister die tot de volgende verkiezingen moet worden beziggehouden. Deze minister krijgt daarom een fopspeen, die hij op zijn beurt de Nederlandse burger voorhoudt.

Pieter Boddaert is politicoloog.

    • Pieter Boddaert