“Bureaucratie frustreert vrij ruimtebeleid'

Provincies dreigen in het nieuwe ruimtelijke beleid te veel macht te krijgen. Daardoor komt er weinig terecht van de vrijheid die het kabinet wil geven aan gemeenten, projectontwikkelaars en bewoners.

Dat stellen de auteurs van het praktijkboek gebiedsontwikkeling, waarvan minister Dekker (VROM, VVD) het voorwoord heeft geschreven. Het boek, NederLandBovenWater, wordt later deze maand gepresenteerd.

Het rijk wil de komende decennia de inrichting van Nederland grotendeels overlaten aan gemeenten, projectontwikkelaars en bewoners, bij voorkeur onder regie van provincies. Dit streven blijkt in de praktijk nog heel lastig, stellen de auteurs Ab van Luin en Peter van Rooy. “Marktpartijen en burgers kunnen wel initiatief nemen, maar alles zal en moet eerst door de kanalen van de vele overheden stromen. Dat vereist goed samenwerkende overheden die flexibel zijn en snel kunnen inspelen op kansen. Hiervan blijkt nog weinig.“

Via tal van regels en procedures op het gebied van ruimte, water, milieu, natuur, archeologie et cetera wordt de uitvoering van plannen geblokkeerd of op zijn minst fors vertraagd, aldus de onderzoekers van Habiforum, een instituut voor vernieuwend ruimtegebruik. Deze “ongekende bureaucratie“ werkt demotiverend, niet alleen op burgers maar ook op projectontwikkelaars, die zich gewantrouwd voelen en steeds vaker terugdeinzen om in Nederland te investeren.

Veel ruimtelijke plannen worden nooit uitgevoerd als gevolg van “bestuurlijke drukte“, aldus de onderzoekers. “Alle bestuurders van rijk, provincies, gemeenten, waterschappen en samenwerkingsverbanden willen over alles hun plas kunnen doen“, aldus de auteurs. Bestuurders verschuilen zich achter elkaar en er is sprake van een “risicomijdende cultuur“. In plaats van volksvertegenwoordigers te betrekken bij plannen, worden raadsleden en Statenleden door ambtenaren vaak gezien als “hinderlijk“. Ten slotte worden kansrijke plannen gefrustreerd door een verplichte milieueffectrapportage. Zo'n MER is volgens de auteurs “overbodig“, doordat de plannen van zichzelf al duurzaam zijn en moeten voldoen aan allerlei Europese regels. Er worden ook veel plannen gemaakt, zonder dat er maatschappelijk behoefte aan is. Bij gebleken overbodigheid worden deze ook niet snel stopgezet. “Het is nog veel te veel pappen en nathouden“, aldus de auteurs.

    • Arjen Schreuder