Bijbelse schoonheid, magnifieke gratie, rijpheid

De vergeten films van Valerio Zurlini. 6 april t/m 3 mei in Filmhuis, Den Haag; Filmmuseum, Amsterdam; Plaza Futura, Eindhoven; Lantaren/Venster, Rotterdam; 't Hoogt, Utrecht. Inl. www.filmhuisdenhaag.nl

Vreemd, hoe snel je schoonheid ontwent. Hoe gemakkelijk je referentiekader zich aanpast aan wat je onder ogen krijgt en hoe snel daarmee uit het zicht raakt wat je allemaal niet meer ziet, wat je nooit meer ziet. Dan lijkt Capote - prima film, hoor - ineens een topfilm, Tickets een klein meesterwerk en Syriana een filosofische oase in een zee van modieus radicalisme.

Maar als je Il deserto dei Tartari ziet, van Valerio Zurlini, beginnen die oordelen te wrikken. Wat moeten we hier dan over zeggen zonder overdreven te klinken?

Il deserto dei Tartari uit 1976 is de laatste film uit het bescheiden oeuvre van Valerio Zurlini, die vanaf 1955 acht films maakte. “Vergeten filmer', wordt hij genoemd door het Filmhuis Den Haag, dat deze maand een retrospectief aan de Italiaanse regisseur wijdt. Twee “vergeten' films stijgen boven de andere uit. Het zijn rijpe kunstwerken waarin vorm en inhoud samenvallen.

Eenzame mannen op zoek naar zielsverwantschap bevolken Zurlini's films en in Cronaca familiare (1962) en Il deserto dei Tartari komen we er twee tegen. In de eerste film zien we een arme journalist in het naoorlogse Italië, Enrico, gespeeld door Marcello Mastroianni. Enrico's moeder stierf in het kraambed en de jongere broer die dat overleefde, Dino (Jacques Perrin, een geweldige ontdekking voor mij), is geadopteerd door een gefortuneerde familie. Als ze volwassen zijn kruisen hun wegen elkaar in het geruïneerde Italië. Dino heeft niets met zijn voorsprong gedaan en Enrico ergert zich alleen maar aan hem.

Langzaam maakt de irritatie plaats voor broederliefde, wanhopige broederliefde zelfs. Die omslag geschiedt in scènes met elkaar en met hun oude oma. Stille scènes zijn het, zelfs als er in gesproken wordt. Het kolken vindt plaats ín Enrico. Mastroianni, op de toppen van zijn schoonheid en kunnen als acteur, speelt hem meesterlijk. Maar in kleine bewegingen zien we ook de hand van de regisseur. De kussen die Enrico en oma uitwisselen, dat is van een passie die tussen minnaar en minnares niet zou misstaan, hoe kuis ze ook zijn. Bij het afscheid, voor het klooster, nog een omhelzing. Daar zet, in Enrico's armen, grootmoeder nog een halve pas vooruit, dieper zijn omhelzing in. De wanhoop en de liefde van de hele familiegeschiedenis zijn in dat ene eenvoudige gebaar gevat.

Il deserto dei Tartari is Zurlini's verbluffende slotakkoord. De jonge soldaat Drogo, gespeeld door Jacques Perrin, moet zich melden op een buitenpost van een negentiende-eeuws imperium. Het fort ligt aan een woestijn, genoemd naar de Tartaren die daar in een grijs verleden doorheen trokken. De dreiging wordt levend gehouden om het dagelijks bestaan van de mannen in hun isolement zin te geven. Met een ijzeren en zinloze discipline hebben de mannen zich die dreiging eigen gemaakt , waarbij ze elkaar liever executeren dan twijfel omtrent hun missie toe te laten. De zinloosheid is bijna bijbels - Prediker had het scenario kunnen schrijven.

De shots zijn van een magnifieke gratie. De leegte (van het in 2003 door een aardbeving getroffen Bam) en de dreiging die deze opvult, zijn in wijde kaders gevat. Daarin speelt het officierskorps zijn drama.

De mannen, in grauwe uniformen met gele kragen, zijn vrijwel zonder uitzondering schoonheden, van Vittorio Gassman tot Giuliano Gemma waardoor de film een soort zinderende lading van homo-erotiek krijgt.

O, wat had Zurlini makkelijk kunnen verdwalen in zijn symboliek en zijn esthetiek. Maar hij heerst erover en zet ze naar zijn hand op een manier die je maar zelden in de bioscoop ziet.