België ontdekt het meisje met de piekharen

Fiep Westendorp heeft in België een serieuze expositie gekregen waarop haar illustraties als kunst worden getoond. Studenten genieten van de details.

Pluk met kraanwagen Westendorp, Fiep

Op station Mechelen Nekkerspoel hangt een groot, heldergroen affiche met daarop een bekend meisje met piekharen en vlekken op haar jurk. Het is Floddertje, het vieze zusje van Jip en Janneke. Het doet vreemd aan om, halverwege Antwerpen en Brussel, zo'n typisch huis-, tuin- en keukencreatuur van Fiep Westendorp aan te treffen. Maar “onze' Floddertje kom je op het ogenblik in heel Mechelen tegen, op kleine roze deurtjes die op straat staan opgesteld.

Dat cultuur voor kinderen niet per definitie kinderachtig hoeft te zijn, blijkt wel uit de grote tentoonstelling die het Mechelse Cultuurcentrum nu heeft ingericht over de illustratrice Fiep Westendorp (1916-2004). Al zijn er voor kinderen van verschillende leeftijden vele activiteiten (voorlezen, gedichtenwedstrijd, animatiefilmpjes maken en kijken, schimmenspel, verkleden), maar het gaat hier om een echte, retrospectieve tentoonstelling.

Leven en werk van Westendorp worden op serieuze wijze belicht, chronologisch en met grote aandacht voor de stilistische ontwikkeling van de tekenares. De bezoeker komt binnen langs een zitkamer met meubels uit haar eigen huis, crapaudjes en tafeltjes die ze vaak in haar tekeningen heeft gebruikt. Dan volgt de tekentafel van Fiep, die er bedrieglijk eenvoudig uitziet: haar materiaal bestond uit niet veel meer dan wat kleurpotloodjes. Ze was nog van voor de tijd van de computer en gelukkig gooide ze haar originelen nooit weg, ze haalde ze zelfs terug bij de uitgever.

De tentoonstelling begint met academietekeningen en het vroege werk dat Westendorp, net na de oorlog, voor volwassenen maakte: zware, zwart-wit illustraties in boeken als Jane Eyre en bij gedichten van Clara Eggink en vele “cartoons' voor Vrij Nederland en Het Parool. In de schetsboeken zie je haar lijnvoering steeds karikaturaler worden en vooral ook steeds simpeler en doeltreffender. Dan volgt in vier grote zalen een mooi overzicht van de samenwerking met auteurs als Annie M.G. Schmidt en Mies Bouhuys (Het geheim van Toermalijn en de verhalen over de katten Pim en Pom). En niet te vergeten met de dichter Han G. Hoekstra, die in een exemplaar van zijn door Fiep geïllustreerde Rijmpjes en versjes uit de oude doos, schreef: “Je tekeningen zijn juwelen. Tijdloos mooi, pure beeldende kunst. Wat heet illustraties!“

Het merkwaardige is dat veel van de tekeningen eigenlijk heel gedateerd zijn (je ziet de jaren zestig vormgeving er doorheen) maar tegelijk zijn ze klassiek. Dat heeft niets met een nostalgische blik te maken. Er is nog een schijnbare tegenstelling: ze tekende heel precies en genuanceerd, en toch is zo'n tekening enorm monumentaal. Het raadsel van goede illustraties, dat zal het wel zijn.

Voor de Vlamingen, die op het ogenblik zelf toch geweldige prentenboekenmakers hebben, zoals de hoogst artistieke Carll Cneut en de stevig doorwerkende Gerda Dendooven, lijkt Fiep Westendorp een openbaring. Er loopt een grote actie in de Belgische boekhandels. Middelbare schoolmeisjes komen in groepjes naar de tentoonstelling in het Cultuurcentrum kijken en zijn verguld met de zakjes Takkiedrop die bij de uitgang worden uitgedeeld. Academiestudenten staan genietend de details op de tekeningen in zich op te nemen. Een van de beste banketbakkers van Mechelen heeft Jip en Janneke-cakes gemaakt, want wat blijkt: zijn vrouw is idolaat van “Fiep'. En Pluk van de Petteflet prijkte paginagroot met zijn kraanwagentje in de Gazet van Antwerpen.

Jammer dat Annie Schmidt daar geen versje meer op kan maken.

Tentoonstelling: “Getekend: Fiep Westendorp', t/m 11 juni in Cultuurcentrum Mechelen, Hallestraat 26, B 2800 Mechelen, di. t/m zo. 10-17 uur. www.ccmechelen.be

    • Saskia de Bodt