Apple met een Windows-smaakje

De grens tussen Apple OS X en Windows XP vervaagt.

De MacIntels zijn iets sneller dan hun voorgangers.

Het zijn enerverende tijden voor Apple, het computermerk dat geen gewone gebruikers kent, maar fans. Niet alleen omdat de iPods als warme broodjes over de toonbank gaan, maar ook omdat het bedrijf afgelopen weekeinde zijn dertigjarig jubileum vierde. Apple-liefhebbers hopen nog op een speciale jubileum-computer, maar voorlopig moeten ze het doen met nieuwe Apple-systemen die op een Intel-processor werken. Net zoals Microsoft Windows dat al jaren doet.

Vorig jaar maakte Apple-directeur Steve Jobs bekend dat Apple-computers vanaf 2006 op een Intel-chip zouden draaien. De bestaande Apple-processor, de Power PC G5 van IBM, was niet snel genoeg en niet geschikt voor een notebook. Apple-gebruikers van het eerste uur keken alsof ze het in Keulen hoorden donderen: hoe konden ze zich nu nog onderscheiden ten opzichte van de “ordinaire' Windows-computers - ongeveer 90 procent van alle pc's en notebooks?

Al waren de eerste MacIntel-systemen snel beschikbaar, de overstap naar een nieuwe processor heeft ook gevolgen voor de software, omdat veel Mac-programma's speciaal voor de oude Power PC geschreven zijn. Inmiddels zijn veel applicaties herschreven, zodat ze ook goed op een Intel Core Duo-chip werken. Apple heeft bovendien een truc bedacht om de overgang te bespoedigen. Door middel van een hulpprogramma kan onaangepaste software toch op de nieuwe MacIntels draaien. Maar dat gaat wel ten koste van de prestaties.

Apple stuurde twee MacIntel-systemen op om te testen; de MacBook Pro en de Mac Mini. Je moet twee keer kijken om de MacBook Pro te onderscheiden van zijn voorganger, de Powerbook G4. Alleen een klein cameraatje in de rand van het laptopscherm en een groter stuurvlak voor de muis verraden dat het om de nieuwe versie gaat.

Zodra je met de MacBook Pro werkt, blijkt de Finder - Apple's equivalent voor de Verkenner - een stuk sneller aan te voelen dan de versie die op de vorige Powerbook draait. Surfen op internet - met Safari of Firefox - gaat met de snelheid van het licht; de pagina's laden zo snel dat ze amper zijn bij te benen. Werken met MS Office voor OS X gaat goed, ook al is die software nog niet herschreven voor MacIntel. Dat verschil is wel duidelijk te merken bij Adobe Photoshop, de meest gebruikte grafische toepassing op de Mac (zie ook de testresultaten).

Apple's sjiekste notebook heeft helaas een tragere dvd-brander dan z'n voorganger. Wie een uitbreidingskaart - bijvoorbeeld voor umts-ontvangst - wil toevoegen, moet per se gebruik maken van de nieuwe Epress-card standaard. Dat zijn luxe-problemen waar de Mac Mini-gebruiker zijn hoofd niet over hoeft te breken. De allerkleinste onder de desktopcomputers voelt dankzij de nieuwe IntelDuo processor net zo aangenaam snel als de MacBook Pro tijdens het browsen. Maar toch legt de Mac Mini het loodje in een rechtstreekse confrontatie met een Powerbook van de vorige generatie.

De Mini wordt net als de MacBook Pro geleverd met een afstandsbediening voor FrontRow waarmee video's, foto's en muziek zijn af te spelen. De Mac Mini is nog steeds even indrukwekkend klein en stil als de vorige versie en dus geschikt als huiskamer-pc. Het testexemplaar bevat 1 GB geheugen en is een stuk duurder dan de instapversie: bijna duizend euro - niet echt een mini-prijs.

    • Marc Hijink