Aards meisje als muze

Deze week gaat in het Filmmuseum een Zurlini- retrospectief van start.

In La ragazza con la valigia is Claudia Cardinale sensueel aards en beeldschoon.

Het is een perfect begin van een film en een perfecte manier om de vrouwelijke hoofdrolspeelster neer te zetten als sensueel en aards. Een sportautootje stopt op een landweg. De vrouw stapt uit, een shawl over haar hoofd, een bolle rok en een boothals-blouse waaronder haar boezem deint als ze naar de struiken loopt: sensueel. Dan bukt ze om te plassen: aards.

Het Zurlini-retrospectief dat deze week begint, geeft ons - in de film La ragazza con la valigia, het meisje met de koffer, uit 1961 - Claudia Cardinale terug, zoals ze in de jaren zestig was, sensueel, aards en beeldschoon. Vier jaar tevoren was ze uitgeroepen tot “mooiste meisje van Tunesië'. In Tunis was ze geboren, op 15 april 1938 uit Siciliaanse ouders. Frans was haar eerste taal; de voertaal in de kolonie.

De eerste prijs van de schoonheidswedstrijd was een bezoekje aan het filmfestival van Venetië. Dit soort feiten hoort bij de legendevorming rond een ster: daar wordt ze ontdekt en verovert ze de wereld. De werkelijkheid is dat Claude Joséphine Rose Cardinale in een Tunesische film had gespeeld, er niet zoveel aan vond en liever lerares wilde worden, maar dat haar schoonheid de aandacht bleef trekken van talentenjagers.

Later zei ze dat ze meer om haar schoonheid dan om haar talent werd gebruikt. Om haar waarde als schoonheid niet in gevaar te brengen stelde productiemaatschappij Vides een contract op dat Cardinale verbood te veel aan te komen, haar haren te knippen of te trouwen. Toen ze zwanger raakte en daarmee een van de voorwaarden - niet zwaarder worden - van haar contract schond, hield zij dat voor de buitenwereld verborgen. Haar zoontje stelde ze voor als haar broertje en ze zou nooit vertellen wie de vader was.

Haar aardse imago schudde ze in 1963 van zich af. Of liever: dat deden twee van de beste Italiaanse regisseurs voor haar. Luchino Visconti gaf haar een hoofdrol in Il Gattopardo (ze hadden in 1960 al samengewerkt in Rocco e i suoi fratelli, maar dat was een bijrol). Het burgermeisje Angelica, let op de naam, trouwt met de edelman (Alain Delon) en verwerft louter door haar bovenaardse schoonheid de goedkeuring van de oude aristocraat (Burt Lancaster). Een lange dansscène van Cardinale en Lancaster is van een zinderende sensualiteit.

Angelica, de engelachtige, noemde Visconti haar. Fellini voerde de verering nog verder op. In Otto e mezzo heet Claudia gewoon Claudia en is zij de mysterieuze muze van de zoekende regisseur Guido (Marcello Mastroianni). De aardse schoonheid is een hemelse geworden. Een raadsel en een belofte voor sterfelijke mannen. In de auto vraagt Guido haar: Wat wil je? Op wie ben je verliefd? En zij antwoordt met een parelende glimlach: “op jou', alsof ze ieders diepste wens zou kunnen vervullen.

Die twee films tilden Cardinale naar het hoogste plan van de cinema. Ze werd nu zowel gevraagd door Hollywood om haar zwoegende boezem en haar volle lippen (voor The Professionals bijvoorbeeld, van Richard Brooks, 1966) als door de belangrijkste regisseurs van Europa om haar dubbelzinnige blikken - Liliane Caviani: La pelle, 1981, Werner Herzog: Fitzcarraldo, 1982, Marco Bellocchio: Enrico IV, 1984. Zo gaat het maar door; ze werkt nu aan de volgende Asterix-verfilming (het avontuur van de Olympische Spelen, waarin warempel ook Alain Delon weer opdraaft).

Eén film mag nog apart worden genoemd, omdat die Hollywood en Europa verbindt, en ook het aardse en hemelse van la Cardinale: Once Upon a Time in the West van Sergio Leone (1968). Ze speelt Jill McBain, feitelijk een hoertje uit New Orleans, maar door een eerzaam huwelijksaanzoek naar een fatsoenlijk bestaan gebracht en daar weer boven alle gewemel uitstijgend door haar schoonheid.

De films van Valerio Zurlini. Van 6 april t/m 3 mei in Filmhuis Den Haag, Lantaren/Venster, Rotterdam. Filmmuseum, Amsterdam, Plaza Futura, Eindhoven en 't Hoogt, Utrecht.