Wilde diersoorten en hun ziekteverwekkers

Vier dierenartsen, gespecialiseerd in de vogelgeneeskunde, stellen in een ingezonden brief in deze krant van 28 maart dat trekvogels hoogpathogeen H5N1 (hpH5N1) kunnen verspreiden, omdat watervogels reservoirs van allerlei vogelgriepvarianten zijn. Uit de aanwezigheid van vogelgriepvarianten volgt echter geen verspreiding van hpH5N1. Onder normale omstandigheden zijn wilde diersoorten in evenwicht met hun ziekteverwekkers. Er zijn geen redenen om aan te nemen dat laagpathogene vogelgriepvirussen in de vrije natuur spontaan in hoogpathogene zullen veranderen.Zowel H7N7 (van de uitbraak in 2003) als H5N1 had de tussenkomst van de bio-industrie nodig om deze overgang te maken.

De pandemie van 1918 is ontstaan, doordat een laagpathogeen humaan griepvirus onder bio-industrieachtige omstandigheden hoogpathogeen werd: in de loopgraven van de slagvelden rond Verdun bevonden zich ook grote aantallen, dicht opeen gepakte, gestreste individuen met weinig weerstand.

Bovendien wijst alles er op dat trekeenden die vanuit de bio-industrie besmet zijn, sterven voordat ze veel andere dieren hebben kunnen besmetten. Anders hadden we deze winter van India tot Nieuw-Zeeland, in het Midden-Oosten en over heel Afrika uitbraken moeten zien. In India heeft men alleen besmet commercieel pluimvee kunnen vinden. De uitbraak onder batterijkippen in Nigeria zegt weinig, omdat dit land per jaar 1,2 miljoen eendagskuikens importeert. Volgens geruchten (The Economist, 25 februari) voor een groot deel uit landen met hpH5N1. Zuid-Korea en Maleisië zijn, door goede grenscontrole, dan ook vrij van hpH5N1.