Rodeo

Drie ingenieurs verwonderen zich over de mens en zijn apparaten. Aflevering 4: de nietmachine.

Behoedzaam legt een collega een stapeltje papier tussen de kaken van de Imàge nietmachine. Hij veegt zijn bezwete handen af aan zijn broek en legt ze één voor één voorzichtig op de afgeronde kop van het trotse apparaat. Een verbeten frons doorklieft zijn voorhoofd.

We houden onze adem in.

Direct nadat het apparaat was aangeschaft, brak een periode van verwarring aan. In plaats van het voorste nietje keurig rechtstandig in het papier te drijven en de uiteinden naar elkaar toe te buigen, drukte de machine meerdere nietjes tegelijk naar buiten, die zich vervolgens scheef en met verzwikte enkels halfslachtig in het papier vastbeten.

Wat de verwarring vergrootte, was dat eens in de zoveel tijd iemand opeens wél succes had. Er klonk een bevredigende, droge klik en triomfantelijk werd een rapport in de lucht gehouden, smetteloos en ongekreukt.

Het kón dus.

Alles hebben we geprobeerd: bestudeerde nonchalance, flemerige behaagzucht, schoolmeesterachtige gedecideerdheid. Maar onvermijdelijk verzandden onze pogingen in onversneden agressie. We lieten onze vuisten neerdalen op de bolle toet van de Imàge. Het apparaat danste onder onze slagenregen driftig op en neer, papieren ritselden en verschoven, de nietjes kwamen nog schever naar buiten dan bij alle eerdere pogingen. De Imàge nietmachine toonde zich een nukkige rodeostier die iedereen die hem wilde temmen achteloos van zich afschudde.

De methode die mijn collega thans beproeft, is die van de militaire operatie. Het doel is vastgesteld, de artillerie is in stelling gebracht. Wat rest is nog slechts het hoofdknikje van de generaal. Met een plotselinge zwelling van zijn nek- en schouderspieren duwt mijn collega beide handen naar beneden. Er volgt een doffe klap. Het bureaublad zwiept verontwaardigd heen en weer, een memobriefje dwarrelt van de monitor naar beneden. Als het stof is neergedaald grijpt hij de bundel papier en inspecteert de hoek zorgvuldig. Dan volgt een knetterende vloek.

    • Pierijn van der Putt