Recordaantal ambtenaren met de VUT

Een recordaantal leraren en ambtenaren heeft vorig jaar gekozen om eerder te stoppen met werken en een vroegpensioenuitkering aan te vragen.

Het aantal nieuwe mensen met aanspraken op vroegpensioen is vorig jaar met ruim 56 procent gestegen tot 33.675, zo blijkt uit het vanochtend gepubliceerde jaarverslag van pensioenfonds ABP.

Het kabinet ontmoedigt het vervroegd met pensioen gaan. Tegelijkertijd gebruiken departementen vroegpensioenregelingen om reorganisaties door te voeren. In 2004 registreerde ABP 21.525 nieuwe vroegpensioenaanvragers.

Het pensioenfonds, goed voor 191 miljard euro belegd vermogen, voert de (vroeg)pensioenregelingen uit voor ruim 1,1 miljoen ambtenaren en leraren en ruim 550.000 gepensioneerden.

Werknemers in het onderwijs en bij de overheid hebben 'duidelijk gebruikgemaakt van de laatste mogelijkheid om onder de bestaande wet- en regelgeving met vervroegd pensioen te gaan', zegt ABP.

Ook de groei van het aantal oudere leraren en ambtenaren en afslankingen bij de overheid hebben de aantallen mensen met vroegpensioen omhooggeduwd.

ABP boekte vorig jaar voor het derde jaar op rij een rendement van meer dan 10 procent op zijn beleggingen. Het rendement van 2005 kwam uit op 12,8 procent, maar dat was minder dan het rendement van het doorsnee pensioenfonds (14,8 procent), zoals adviesbureau WM Company becijferde. ABP schrijft de achterblijvende resultaten toe aan het afdekken van zijn beleggingen in dollars, wat vorig jaar duurder was. Volgens ABP heeft het fonds meer dollarbeleggingen dan een doorsnee Nederlands pensioenfonds.

Ondanks het behaalde rendement is de financiële positie van het fonds vorig jaar verslechterd. Dat is het gevolg van een verdere daling van de marktrente. Deze lagere marktrente (3,7 procent tegenover 4,2 procent in 2004) drijft de waarde van de pensioenverplichtingen op. De verhouding tussen het vermogen en de verplichtingen, de zogeheten dekkingsgraad, was eind 2005 119,7 procent, dat is 1,6 procentpunt lager dan eind 2004.

ABP heeft minder reserves voor beleggingsverliezen dan De Nederlandsche Bank eist: het reservetekort was eind 2005 7,8 miljard euro. Het pensioenfonds heeft dit tekort in het afgelopen eerste kwartaal inmiddels ingelopen. De dekkingsgraad is nu zo'n 130 procent.