Patiënt en niet de arts hoort bonus te krijgen

Prof. Schutjens van de farmaceutische industrie, Nefarma, meent dat er met twee maten gemeten wordt, als de farmaceuten geen geschenken (zoals bonussen) mogen aanbieden aan artsen, terwijl de zorgverzekeraars dit wel mogen doen (NRC Handelsblad, 18 maart; zie ook het artikel van Dirk Boselie van 1 maart). De huisartsen krijgen namelijk een extra vergoeding als zij een patiënt, die een duur merkgeneesmiddel heeft gekregen van een specialist in een ziekenhuis, omzetten op een goedkoper merkloos (generiek) geneesmiddel.

Ik heb in het tijdschrift Journal of Medical Ethics al twee artikelen gewijd aan dit thema, omdat ik vond dat men ook in het buitenland op de hoogte moet zijn van dit `onsmakelijk` geschil.

Een oplossing ligt voor de hand, immers, niet de arts maar de patiënt dient een bonus te krijgen van de zorgverzekeraar. De patiënt stapt namelijk over van een merkgeneesmiddel, waarmee hij vertrouwd was en dat kennelijk voldeed, op een ander `gelijkwaardig` maar goedkoper middel.

Dit moet gezien worden als een experiment. Hiervoor dient de patiënt een vergoeding te ontvangen, want hij loopt een risico dat het merkloos geneesmiddel complicaties kan geven. Dus de patiënt en niet de arts hoort de bonus te ontvangen.

Mocht de patiënt reeds vanaf het begin tevreden zijn met een merkloos geneesmiddel, dan verdient hij toch een bonus, omdat hij een goedkopere behandeling geaccepteerd heeft.