Onrust bij Koerden duurt voort

Ongeveer 500 Koerdische demonstranten zijn gisteren in de stad Viransehir, een Turkse stad aan de grens met Syrië, slaags geraakt met oproerpolitie. De betogers schreeuwden leuzen voor Abdullah -calan, de gevangen leider van de verboden Koerdische Arbeiderspartij (PKK). In de provincie Agri, bij de grens met Iran vochten ongeveer 1.000 Koerden met de politie.

Koerdische mannen volgen veilig vanachter glas straatrellen in de Turkse stad Viransehir, bij de grens met Syrië, tussen betogers en oproerpolitie. Foto AP Kurdish men watch as riot police take position in the streets during clashes between Kurdish youths and security forces in the town of Viransehir, near the southeastern Turkish city of Urfa, Monday, April 3, 2006. Two Kurdish protesters died in a hospital after being injured during last week's clashes between rioters and Turkish security forces, including one elderly protester who died of head injuries from a beating. The deaths raised to 15 the number of people killed as a result of Kurdish violence across the country. (AP Photo/Murad Sezer) Associated Press

Het was de zevende dag van onlusten in het verarmde, overwegend Koerdische zuidoosten van Turkije. Ze begonnen na de begrafenissen van 14 Koerdische strijders die waren doodgeschoten tijdens een operatie van het Turkse leger in de provincie Mus. De protesten startten in Diyarbakir, de grootste Koerdische stad, zetten zich daar dagenlang voort en verbreidden zich naar andere steden in de regio. Ook in Istanbul is het onrustig geweest. In totaal zijn bij de protesten tot dusverre 15 mensen om het leven gekomen en 360 gewond; 354 zitten gevangen.

De onlusten zijn de zwaarste in jaren. De Turkse regering ziet de hand van de PKK erin, die in 2003 een eenzijdig bestand opzegde. Zij zwoer gisteren de organisatoren te zullen vinden. Premier Erdogan beloofde echter de Koerden tegelijk 'meer democratie, meer vrijheden en meer rechten'. Volgens plaatstelijke politici wordt het protest gevoed door diepe frustraties bij de bevolking over de slechte economische toestand in de regio en haar beperkte culturele en politieke rechten.