'O, ga je weer tussen de oma's zitten?'

De Nederlandse bridgebond telt op 111.000 leden ongeveer 350 jeugdleden.

'Als ze horen dat ik wel eens naar het buitenland ga voor een toptoernooi, worden ze toch wel enthousiast.'

Een pupil speelt bridge tijdens het jeugdtoernooi in Utrecht. Foto Evelyne Jacq Europa, Nederland, Utrecht, 02-04- 2006 Bridge bond. Nationale jeugdkampioenschappen Bridge in drie categorien: pupillen (jongste deelnemers), aspiranten, junioren(oudste deelnmers). Denksport, kaartspel, kaarten, jongeren, meisje, jongen, vrijetijd, besteding, spelen, Foto Evelyne Jacq Jacq, Evelyne

Bij het verlaten van de speelzaal krijgen Wouter Ludwig en Thomas Michielsen hun mobiele telefoon terug van de wedstrijdleiding. Zo gaat dat tegenwoordig bij bridgetoernooien.

Voor de negentienjarige aspirant-bridgers, beiden student econometrie aan de Universiteit van Tilburg, zit het Nederlands kampioenschap jeugdparen er zondagmiddag rond vieren op. 'We hebben vanochtend de eerste zitting verknald', zegt Michielsen onaangedaan. 'Leuk als je wat wint, maar ik lig er niet wakker van dat we niet bij de topdrie zijn geëindigd.'

Ludwig en Michielsen spelen ruim een half jaar samen bij een Tilburgse bridgeclub. Ze zijn beiden 'gek van spelletjes' en hebben het kaartspel als tieners van hun ouders meegekregen. Bridge is voor hen vooral een leuke bezigheid. Ludwig: 'Ik ben heel fanatiek met dammen, daar ligt mijn prioriteit. Dammen is zuiverder dan bridge omdat je alles kunt beredeneren.'

Zijn partner, die ook doet aan 'competitief debatteren', trekt juist het onzekere element van bridge aan. 'Het maken van afwegingen tijdens het bieden en de onzekerheid vind ik leuker dan het rekenen bij schaken of dammen. Dat is zo voorspelbaar.'

Of ze wel eens last hebben van het imago dat bridge toch vooral een geliefd tijdverdrijf van oudere mensen in rokerige zaaltjes is? Ludwig schiet in de lach. 'Over dammen worden meer grappen gemaakt. Ze vragen me wel eens of ik met verzwaarde stenen speel. Dan doe je tenminste nog aan sport.'

Michielsen grinnikt en wijst op het 'vergrijsde' ledenbestand van de bridgebond. 'Schaken is wat dat betreft heroïscher en heeft een beter imago. 'Oh, ga je weer tussen de oma's zitten?', zeggen ze als ik vertel dat ik bridge. Maar ik heb maling aan die vooroordelen', aldus Michielsen, voordat hij de aangrenzende zaal binnenstapt.

Daar is zijn zus Marion - 'die veel fanatieker is' - nog bezig aan de laatste speelronde. Anders dan bij de pupillen (tot 16 jaar) en de aspiranten (16 tot 20 jaar), waar tijdens het spel een meer ontspannen sfeer heerst en een aanhoudend geroezemoes de speelzaal vult, is het bij de junioren (20-25 jaar) opvallend stil. Gezeten achter houten schotten, zodat de partners elkaar tijdens het spel niet kunnen zien, legt de oudste categorie jeugdbridgers de kaarten via een openstaand luikje op het midden van de tafel.

Tijdens het bieden, waarbij wordt bepaald volgens welk 'contract' het spel wordt gespeeld, zit het luikje dicht. De spelers schuiven een treetje met speciale biedkaarten door een gleuf in het scherm. Niet bepaald gezellig om tegen een blinde muur te kaarten en slechts de handen van je partner te kunnen zien, maar noodzakelijk om vals spelen te voorkomen. 'Dat scherm zit er om seinen door lichaamstaal onmogelijk te maken', fluistert Driek Bronsgeest, bondsbestuurder met jeugdzaken in haar portefeuille. 'Bij serieuze wedstrijden loopt het door tot aan de grond, zodat je ook niet met je benen kunt seinen.'

Voor Marion Michielsen (20) en haar partner Vincent de Pagter (19), beiden student aan de Erasmus Universiteit, blijkt het scherm geen obstakel op weg naar prolongatie van hun titel bij de junioren. Beiden zijn spelletjesfanaten en vinden het leuk 'ergens over na te denken'. De Pagter heeft in zijn jeugd ook gevoetbald en Michielsen deed aan soft- en handbal. Maar bridge loopt als een rode draad door hun jeugdjaren. De vooroordelen ten aanzien van bridge vallen in het niet bij hun enthousiasme voor het kaartspel. Negatieve reacties van leeftijdgenoten en kwalificaties als 'oudemannen- of oudewijvensport' hebben hun liefde voor bridge nooit aangetast. Michielsen: 'Als ze horen dat ik op hoog niveau speel en naar het buitenland ga voor een toptoernooi, worden ze toch wel enthousiast.'

Maar Michielsen en De Pagter behoren, net als de overige 36 paren bij de NK, tot de kleine groep jeugdbridgers in Nederland. Volgens Marie José de Bruïne, medewerkster op het bondsbureau in Utrecht, telt de bridgebond zo'n 350 jeugdleden op een ledental van 111.000. 'De 2.000 tot 3.000 basisscholieren per jaar die aan minibridge [zonder bieden, red.] doen, zijn niet officieel lid.' Ongeveer 10 procent van die categorie blijft behouden voor de sport en stroomt door naar een club. Maar de meesten haken rond hun vijftiende af, als het leven meer te bieden heeft dan bridge', vertelt De Bruïne.

Ze somt een aantal oorzaken op: school, huiswerk, puberen, bijbaantjes en uitgaan. 'En helaas voor ons heeft bridge onder jongeren het imago van een duffe sport. Dat ga ik wel leren als ik met de VUT ben, is de heersende opvatting. Bondsbestuurder Bronsgeest knikt instemmend: 'Het is moeilijk om de jeugd te trekken.'

    • Pieter de Vries