Nieuwe mode wervelt door het museum

Tentoonstelling: Fashion NL: The Next Generation. T/m 5 juni in Gemeentemuseum Den Haag, Stadhouderskade 41, Den Haag. Open: di-zo 11 -17u. Inl: 070-338 1111, www.gemeentemuseum.nl

‘Carbon’ van Marloes ten Bhömer

De twee uitersten van de Nederlandse mode hebben op de expositie Fashion NL: The Next Generation elk een eigen zaaltje gekregen. Percy Irausquin toont avondjurken zoals ze er uit moeten zien: verleidelijk en knap gemaakt. In de zaal ernaast viert Bas Kosters zijn wilde modefeest waarbij er geen grenzen meer bestaan tussen muziek, kleding, kunst en spektakel.

In het Haags Gemeentemuseum laveren er tussen deze extremen nog zo'n vijfentwintig ontwerpstijlen. Zoals de experimentele creaties van drie finalisten van de Lancôme Award en de Russisch folkloristische minicollectie waarmee Edwin Oudshoorn vorig jaar de Frans Molenaar prijs won. Commerciëler werk van gevestigde labels als Wolf en Spijkers & Spijkers staat tussen dat van ontwerpers die met hun conceptuele kledingstukken al eerder doorbraken, zoals Saskia van Drimmelen en Niels Klavers.

Met Fashion NL wil het Gemeentemuseum een dwarsdoorsnede geven van wat er momenteel gebeurt in de Nederlandse mode. Van de internationaal bejubelde Viktor & Rolf staat er helemaal niks - kennelijk beschouwt het museum hen meer als de huidige generatie dan de next generation - maar wel van hun assistent, Erik Frenken. Hij heeft de bovenkant van zijn langgerekte neo-barokke jurken als schilderijen inlijst achter glas, waardoor de rijk versierde stoffen worden benadrukt.

Ook achter glas staan de objectachtige schoenen van Marloes ten Böhmer. Met haar schoenen als vaasjes schopt Böhmer elke overeenkomst met bestaand schoeisel onderuit. Jan Taminiau laat bezoekers opkijken naar hoogopgestelde, filmsterwaardige robes. Zijn tailleurtje van een juten postzak zet dromers weer met beide benen op de grond. Medy van der Laan is er al in gesignaleerd.

De essentie van mode - vernieuwing en voeling met de tijdsgeest - is ver te zoeken in de plakbandsculpturen van Mariana Lazarevic. Ook de als door een modderbad gehaalde strokenrok en wikkeltop van Aico is te veel kunst en te weinig mode.

Waarom stelt het museum werk van zoveel modekunstenaars tentoon, als het de grenzeloze Bas Kosters al heeft, bij wie alles op zijn plaats valt? Zijn chaotische opstelling met onafgewerkte kleding op paspoppen - vaak samengesteld uit lorren of stukken Heinekenvlag en bedrukt met maffe poppetjes - is het hoogtepunt van Fashion NL: The Next Generation. Kosters bezaaide de museumvloer met lege bierblikjes en colaflessen en andere prullen. Resten van een idioot creatief feest dat dagen duurde.

Boven de puinhopen van Kosters' zaaltje draait op een scherm een film met hoogtepunten van zijn shows van de laatste twee jaar. Je ziet hem op een podium malle dansjes uitvoeren in onderboek, cowboylaarzen en toegetakelde regenjas. En muziek maken, want bij hem is een modeshow ook een optreden van zijn groep knotsgekke punkmuzikanten met nepinstrumenten. Met een goede vertaalslag passen de heftige, vrolijke en individuele ontwerpen van dit intrigerende talent perfect in deze tijd.

Aan die eis voldoen ook de van alle overbodigheden gestripte kledingstukken van Monique van Heist, de sportieve straatmode van Daryl van Wouw en de vrouwelijk gedrapeerde jurken van de tweeling Truus en Riet Spijkers, die als een van de weinige Nederlandse ontwerpers internationaal verkopen. Iets wat hun conceptuele voorgangers ondanks hun periode van internationale furore niet meer kunnen zeggen. Zij komen er met enkele willekeurige outfitjes en zonder toelichting overigens bekaaid af in Den Haag. Daar draait het dan ook om een momentopname die zo breed is, dat je er eigenlijk niets mee kunt. Het museum lijkt teruggeschrokken voor een keuze.

    • Georgette Koning