Niet kiezen is ook een keuze

Hinkelien Schreuder gold tot voor kort als het grootste zwemtalent van Nederland.

'Ik wil controle uitoefenen', zegt de 22-jarige studente fysiotherapie.

Blozend zat ze destijds aan tafel. Het was de slotdag van de Nederlandse kampioenschappen in het Sportfondsenbad in Amersfoort. Trainer-coach Jacco Verhaeren had 'belangwekkend nieuws' te melden. Zijn Philips-ploeg zou die zomer uitgebreid worden met 'het zonder twijfel grootste talent van het Nederlandse zwemmen', sprak hij trots. Van zoveel vleiende woorden kreeg de hoofdpersoon een kleurtje.

Bijna vier jaar later traint en woont Hinkelien Schreuder nog altijd in Eindhoven, maar Verhaeren ziet ze in zwemcentrum De Tongelreep nog slechts in het voorbijgaan. 'Achteraf moet je constateren dat het niet klikte tussen ons', zegt de 22-jarige allrounder, die opgroeide bij zwemvereniging De Whee uit Goor. 'Jacco's manier van werken strookte niet met mijn manier van topsport beleven en bedrijven. Dat is geen verwijt, dat is een constatering.'

Al na een jaar werd 'in goed overleg' de samenwerking verbroken. Schreuder zocht na de teleurstellend verlopen wereldkampioenschappen langebaan (50 meter) in Barcelona 2003 haar heil bij wat in de wandelgangen 'de B-ploeg van PSV' werd genoemd, onder leiding van de pas aangestelde trainer-coach Mandy van Rooden. 'Mandy staat open voor inspraak, veel meer dan Jacco. Bij haar heb ik meer eigen verantwoordelijkheden, en die pak ik ook.'

Morgen beginnen in Shanghai de WK kortebaan (25 meter). Schreuder heeft, zoals de laatste jaren gebruikelijk bij een toernooi in het 'kleine bad', een overvolle agenda in het hypermoderne Qi Zhong Stadium: zes starts, waarvan één in estafetteverband (4×100 meter vrije slag). Grijnzend: 'Veel starts houden het lekker spannend.'

Veel topzwemmers, onder wie drievoudig olympisch kampioen Pieter van den Hoogenband, laten het toernooi links liggen. Hun vizier is gericht op de Europese kampioenschappen langebaan, begin augustus in Boedapest. Schreuder kan alleen maar hopen dat de omschakeling naar de (olympische) vijftigmeterbaan soepel zal verlopen. 'Ik heb daar niet zulke goede ervaringen mee, maar toch: dit WK is voor mij net zo belangrijk als 'Boedapest'. Dat anderen een langebaantoernooi belangrijker vinden, kan mij niet zoveel schelen.'

Zoals de studente fysiotherapie ook haar schouders ophaalt zodra haar de suggestie aan de hand wordt gedaan dat ze haar energie beter kan reserveren voor één of twee nummers. 'Als ik één nummer zwem, zwem ik net zo hard als dat ik drie nummers zwem, dus waarom dan geen drie? Het is ook de kick; kijken hoever ik kan gaan, de spanning lekker hoog op laten lopen. Dan ben ik op mijn best. Ik heb afwisseling nodig. Mezelf helemaal richten op één of twee nummers, dat vind ik niets. Ik wil ook lol hebben.'

Schreuder laat zich een dag voor vertrek naar de Chinese havenstad niet aanpraten dat ze niet kan kiezen, zoals her en der al eens is geopperd. Niet kiezen is ook een keuze, zoveel wil ze maar zeggen. 'Ik ben geen Pieter, iemand wiens leven volledig in dienst staat van de topsport. Ik zou het niet eens willen, en daarom kan ik het ook niet. Voor mij zijn er ook nog andere dingen in het leven.'

Het was een van de wijze lessen die de veelzijdige zwemster, de laatste jaren vooral actief op de rugslag, opdeed in haar eerste jaar als semi-prof onder leiding van Verhaeren.

'Tot mijn achttiende heb ik sport en school altijd gecombineerd. Dat werkte prima. Toen ik hier kwam, heb ik alles op het zwemmen gezet. Dat heeft niet goed uitgepakt. Ik was alleen maar fysiek bezig. Sindsdien weet ik: ik moet er wat naast doen.'

Ook de kwajongensachtige sfeer in de viermansformatie rondom boegbeeld 'VdH' stond de enige vrouw tegen. 'Ik wilde graag in een groep trainen, maar in de praktijk bleek ik vaak alleen in het water te liggen, zwemmend op mijn eigen schema's. En elke dag dezelfde verhalen te moeten horen ging me op gegeven moment ook tegenstaan.'

Maar van een verloren jaar is geen sprake, bezweert Schreuder. 'Ik heb ervan geleerd, zoals je van elke keuze leert. Ik ben niet iemand die zijn lot volledig in handen legt van een trainer, en dan vervolgens klakkeloos de opdrachten uitvoert. Ik wil zelf ook inspraak in de trainingsprogramma's hebben, ik wil controle kunnen uitoefenen.'

Toch beklijft het beeld van een zwemster die sinds haar uitverkiezing tot 'Talent van het Jaar' in 2001 de beloften niet heeft kunnen waarmaken. Zo wist ze zich niet te plaatsen voor de Olympische Spelen van Athene (2004). 'Zo'n uitverkiezing is een momentopname. Daar kan je hoge verwachtingen aan vastkoppelen, maar of dat verstandig is? In het begin deed ik dat ook, zeker toen ik in Eindhoven kwam. Maar sommige dingen heb je niet onder controle, hoe graag je dat ook wilt. Ik ben tot dusver tevreden over wat ik bereikt heb. Of dat overeenkomt met wat anderen van mij verwachten, weet ik niet, maar dat interesseert me ook niet meer zo.'