Leentje

Tom Boonen was nog niet uitgebold in Meerbeke of daar hing Leentje om zijn hals.

'Wat doet die daar?', vroeg mijn vrouw.

'Het zijn andere tijden', zei ik. 'Leentje hangt met de regelmaat van een klok om Toms hals - ik geloof tenminste dat ze Leentje heet. Coureursvrouwen en -vriendinnen worden tegenwoordig geaccrediteerd.'

'Wat een luxe.'

En zo is het. Mijn vrouw is nog eens over een Frans hek geklommen, en met het risico in een overvalwagen te worden afgevoerd, dwars door een cordon gendarmes gebroken. Ik spreek van een kwart eeuw geleden. De wielrennersvrouw hoorde naar goede katholieke beginselen haar plek te kennen: in de schaduw.

Eigenlijk werd de coureursvrouw nog niet eens achter een hek getolereerd. Ze werd gezien als een rusteloze vampier die er op uit was de levenssappen uit de renner te zuigen. Thuis in de keuken, met de kuisheidsgordel om, daar moest ze schitteren.

Midden jaren tachtig verschenen de Amerikanen in het peloton. Ik herinner me hoe ze schaterden van het lachen toen ze kennis namen van de achterlijke West-Europese wielermores. Nee, de Amerikanen waren niet van plan hun vrouwen achter hekken te deponeren, en nog minder om hen terug op het vliegtuig te zetten. Toen ze ook nog wedstrijden begonnen te winnen rees in Europa het vage besef dat men qua vrouwonvriendelijkheid mogelijk een beetje overdreven had.

De eerste barsten zaten in het bolwerk. Het duurde niet lang of de vriendin van Ron Kiefel zat met een keurige accreditatie om haar nek als persfotografe achterop een motor. Shelley Verses, spoedig opgepikt door de Australische wielrenner Phil Anderson, drong nog dieper door in de krochten van de traditie. Overdag deelde ze ravitailleringszakken uit langs de weg, 's avonds kneedde ze de getergde spieren van haar boys. Maar het was, nog veel later, Sheryl Crow die de wielrennersvrouw definitief vrij maakte van haar zonden. Ze drong de Tourkaravaan binnen wanneer ze er zin in had, ze sliep met Lance wanneer het haar uit kwam, ze sprak voor hem wanneer het nodig was.

Zonder de onverschrokken Amerikaanse pioniersdrift zou Leentje van Tom nooit een eigen krantencolumn hebben gekregen, en zou Angelique van Petegem niet zo gewelddadig haar Peter hebben kunnen verdedigen in Het Laatste Nieuws: 'Stress, stress, en nog eens stress. Want de druk op Peter was zo groot. Al die kritiek van de voorbije weken, dat was bijna niet te geloven. Maar wie is er nu de enige van de ploeg die mee was voorin? Peter moest het helemaal alleen opknappen. Echt, wat een shitploeg.'

In de kranten had ik al gelezen dat het management van de ploeg Davitamon-Lotto door het uitblijven van succes mentaal de duimschroeven stevig aan het aandraaien was, maar nu begrijp ik dat het in de periode voorafgaande aan de Ronde van Vlaanderen verre van gezellig was in huize Van Petegem.

Na Angelique is het nog maar een kleine stap naar de voltooide emancipatie van de rennersvrouw. Deze woorden zullen het pleit beslechten: 'Wat een shitcoureur, die vent van me!'