Jeroen

Jeroen en ik wachten op de laatste trein richting Amsterdam, opeens komt er een oude, dronken man naast me staan. Hij probeert me uit te horen over mijn leven en wil er een nachtje met mij aan vastplakken, het liefst ter plekke.

Jeroen hoort de man en jaagt hem weg. De reis verloopt verder zonder problemen, er komt nog een jongen langs die iets zegt over mijn uiterlijk, maar ook die is snel verdwenen na een opmerking van Jeroen.

We vermaken ons de verdere reis met lachen om medepassagiers en bespreken uitvoerig onze vakantieplannen voor deze zomer.

Bij aankomst op Amsterdam Centraal loopt hij met me mee naar mijn bushalte, we kussen ten afscheid.

'Trouwens, ik ben Nynke.'

'Ik heet Jeroen.'

    • Nynke van Vessem