Games vol fouten

De Oudheid, Middeleeuwen en Tweede Wereldoorlog zijn vaak populair onder gamers.

Maar ze ergeren zich aan het gebruik van verkeerde wapens en onjuiste namen.

Beeld uit de game Call of Duty

Computergames zijn vaak geïnspireerd op historische gebeurtenissen. Dat levert succesvolle spellen op, maar om geschiedkundige nuances bekommeren de makers zich niet.

Of je nu liever rondsluipt tussen de ruïnes van Stalingrad, met getrokken degen in een carré op het slagveld van Waterloo de Franse cavalerie tegenhoudt, of op de punt van je pilum een horde Galliërs voor je uitdrijft - er bestaat een computerspel waarin je die fantasie kunt uitleven. Makers van games kijken vaak naar het verleden als ze op zoek zijn naar inspiratie. Dat levert commercieel succesvolle spellen op, zoals de hierboven omschreven games Call of Duty, Imperial Glory en Rome Total War.

Zijn dit soort spellen behalve ter vermaak wellicht ook ter lering te gebruiken? Over die vraag bogen de Vereniging voor Geschiedenis en Informatica (VGI) en de Stichting Nederlandse Archeologie (SNA) zich vorige week vrijdag tijdens een studiedag in Leiden met als thema 'Game over; geschiedenis en games'. Naast historici en archeologen waren ook sprekers uitgenodigd uit de wereld van het gamesdesign.

Medeorganisator Luuk Schreven, werkzaam bij het Nederlands Instituut voor Wetenschappelijke Informatiediensten (NIWI) schreef onlangs een artikel over de kaskraker Rome Total War. 'Om geschiedkundige nuances bekommeren de makers zich niet', zegt hij. 'Er is een groep gamers die zich aangetrokken voelt tot historische spellen, net zo goed als je mensen hebt die voor fantasy gaan. Er wordt een fantasiewereld gecreëerd met daarin elementen uit een tijdvak. Uit de praktijk blijkt dat vooral de Oudheid, de Middeleeuwen en de Tweede Wereldoorlog ervoor geschikt zijn.'

Dat commerciële games historisch weinig waarheidsgetrouw zijn doet Schreven weinig. 'We moeten kijken of er in de populariteit van dit soort spellen aanknopingspunten zitten voor het onderwijs.'

In zijn bijdrage aan de studiedag ging Jeroen van der Vliet van de SNA op zoek naar die aanknopingspunten. Van der Vliet is niet alleen archeoloog, maar stond ook enige tijd voor de klas als geschiedenisleraar en weet dus hoe je leerlingen bij de les kunt houden: met een boeiend verhaal. 'Een spel als Rome Total War is echter totaal ongeschikt voor onderwijsdoeleinden. Het heeft te veel een open eind. Je kan uren spelen zonder te stoppen. Wat je in de klas zou kunnen gebruiken zijn kleine, korte spelletjes. Dat geeft de leraar de kans om na een paar minuten gamen met zijn leerlingen de resultaten door te praten: wat heb je gedaan, en wat heb je daarvan geleerd?'

Tijdens het opgraven van een Romeins schip bij Leidsche Rijn in Utrecht in 2003 bood de SNA op een website lesmateriaal aan, inclusief een spelletje waarbij leerlingen gevonden voorwerpen konden benoemen en op de juiste plek in het schip plaatsen. Van der Vliet: 'De BBC heeft op zijn site dit soort kleine games over bijvoorbeeld de vikingtijd.' Bovenal moeten spelletjes leuk zijn. 'Beter niet 100 procent historisch accuraat dan saai. Anders gebeurt hetzelfde als bij een saaie lezing: dan vallen mensen in slaap.'