Bij Tibout Regters is alles stijf en keurig

Tentoonstelling. Tibout Regters. Schilder van portretten en conversatiestukken, 1710-1768. Rijksmuseum Twenthe t/m 28 mei. Boek door Rudi Ekkart  32,50, uitg. Primavera Pers.

Wat is er in de achttiende eeuw met de Nederlander gebeurd? Dat vraag je je af na het zien van de tentoonstelling Tibout Regters. Schilder van portretten en conservatiestukken in het Rijksmuseum Twenthe. Van de zeventiende-eeuwer zijn we gewend dat hij geportretteerd staat als een mens van vlees en bloed, goed doorvoed, levendig in de kleren, maar een eeuw later staren ons toch wat dorre personen aan, die stokstijf lijken te hebben geposeerd. Alsof er een herstel van normen en waarden heeft plaatsgevonden die alle charme, levendigheid, en zwier heeft weggemaaid om plaats te maken voor een keurige maar benepen leefwijze.

De zaak ligt natuurlijk subtieler. Het is waar, dat na de grote bloei van de zeventiende-eeuwse schilderkunst een minder rijke periode is aangebroken. Waarom dat zo is, daar is al veel gespeculeerd. De vraag naar schilderijen nam af omdat men minder aan dit soort luxe kon of wilde spenderen, de muren hingen al vol en een aantal goede schilders is vrij snel na elkaar overleden, zonder direct talentvolle leerlingen te hebben nagelaten. Bovendien reisde er een aantal begaafde buitenlandse portretschilders door ons land.

Toch bleef de behoefte aan portretten van eigen bodem bestaan. Een van de schilders die daar roem mee heeft verworven is Tibout Regters aan wie nu een expositie is gewijd in het Rijksmuseum Twenthe. Hij vond zijn klantenkring in de hogere middenklasse van Amsterdam, bij enkele Utrechtse hoogleraren en bij leden van de Friese elite.

Hij schilderde zowel portretten op klein formaat als regentenstukken voor Amsterdamse colleges, zoals het chirurgijnsgilde, maar het bekendst is hij geworden door zijn 'conversatiestukken'. Dat is een uit Engeland overgenomen genre, waarin we een gezelschap - doorgaans een gezin - bijeen zien in een besloten ruimte. De naam dankt het genre aan de conversatie die de geportretteerden met elkaar onderhielden, maar het merkwaardige van Regters' schilderijen is, dat ze dat nou juist niet doen. Hij rangschikte zijn personen om een tafel, maar niemand heeft enig contact met de ander of met de ruimte. Vrijwel allen staren ze de beschouwer aan. Echt gezellig wordt het niet.

Tibout Regters moet zich een soort oermodel voor het menselijke gezicht hebben aangeleerd, waarbinnen hij maar weinig varieerde. Het voorhoofd is hoog, breed en bleek, de oogkassen zijn groot. De onderhelft van het gelaat heeft meer kleur, maar de mond daarbinnen is stereotiep: een zuinig half maantje waarvan de hoeken verdwijnen in kuiltjes. Dit kan een grappig effect hebben, maar in combinatie met de starre mimiek en de stijve pose maakt het een geforceerde indruk.

Als colorist is Regters de mindere van zijn iets oudere tijdgenoot Cornelis Troost, zoals te zien is aan diens portret van een muziekliefhebber dat ook in dit museum hangt.

Dit alles neemt niet weg dat Regters een interessante schilder is. Dat ligt dan wel aan zijn opdrachtgevers. We weten nu van een aantal historische figuren hoe ze er hebben uitgezien, zoals enkele artsen en hoogleraren en de Amsterdamse stadgeschiedschrijver Jan Wagenaar.

Minstens zo interessant is de ruime aandacht die Regters besteedt aan het interieur, het meubilair, de kleding, de kapsels en de attributen.

Tibout Regters gaf personen weer uit een bepaalde sector van de gegoede Nederlandse stedelijke burgerij. Kennelijk wilden die zichzelf zo zien. Dat wil niet zeggen dat alle achttiende-eeuwers er zo opgeprikt bijstonden.

Misschien kon hij wel veel levendiger mensen neerzetten, maar wilde men dat niet. Een fraai voorbeeld van zijn kunnen is een levensgroot portret van een onbekende vrouw in een joyeuze japon, dat het museum negen jaar geleden heeft aangekocht. Dit is een royaal portret. Een vrouw met allure. Niet van dat benauwde.

    • Roelof van Gelder