Beleggen met goed geweten

Investeren in sociaal-ethische beleggingsfondsen levert fiscaal voordeel op.

Beleggers hoeven echter geen woekerwinsten te verwachten.

Hoofd marketing Leendert Bos van Oikocredit Nederland zou zijn klanten niet adviseren hun hele vermogen in het sociaal-ethische Oikocredit Nederland Fonds te stoppen. Met een maximaal dividend van 2 procent is het inderdaad geen fonds dat grote rendementen oplevert. Maar het is wel een degelijk fonds, zegt Bos. 'Ik kan mensen zeker aanraden in het fonds te beleggen, we hebben het dividend de afgelopen jaren altijd uitgekeerd. Bovendien is het de moeite waard als je weet dat je geld wordt gebruikt om microkredieten te verstrekken.' Het Oikocredit Nederland Fonds belegt in moederorganisatie Oikocredit, een ontwikkelingsbank die eind 2005 ruim 160 miljoen euro had uitstaan in ontwikkelingslanden.

Ook het ASN-Novib Fonds, met een rendementsstreven van 2 à 3 procent, biedt geen rendementen die ruimschoots in je pensioen voorzien. 'Voor hogere rendementen moet je bij onze andere fondsen zijn', zegt ASN-directeur Jeroen Jansen. Ook hij wijst op de 'missie' van ASN, het duurzamer maken van de wereld, als belangrijke overweging om toch wat geld in het sociaal-ethische fonds van zijn bank te investeren.

Samen met het Triodos Fair Share Fund vormen de twee genoemde fondsen een bijzonder trio: de sociaal-ethische inspanningen van de fondsen worden beloond door de fiscus. Bovenop de dividenduitkering krijgt de belegger maximaal 2,5 procent terug van de belastingen, waardoor het rendement in sommige gevallen verdubbelt. De niet-beursgenoteerde fondsen moeten aan strikte eisen voldoen: ten minste 70 procent van het fondsvermogen dient te worden belegd in door het ministerie van Ontwikkelingssamenwerking aangewezen projecten.

In de praktijk komen die projecten vooral neer op microfinanciering: het lenen van kleine bedragen aan ondernemers in ontwikkelingslanden. Vaak zijn mensen in ontwikkelingslanden die een bedrijfje willen beginnen al geholpen met een startkapitaal van 50 of 100 euro, maar door het ontbreken van onderpand komen ze niet in aanmerking voor een lening bij een reguliere bank. De sociaal-ethische beleggingsfondsen ondervangen dat probleem met microkredieten: het fondsvermogen komt dan via lokale financiële instellingen alsnog bij de ondernemers terecht.

De manier waarop de drie fondsen een steentje bijdragen verschilt onderling. Zo verstrekt Oikocredit voornamelijk leningen. Het ASN-Novib Fonds participeert wel in de lokale financiële instellingen, naast het verstrekken van leningen. Ook het Triodos Fair Share Fund gebruikt beide methodes.

Beleggen in microfinanciering brengt ook risico's met zich mee. Om die te beperken heeft Oikocredit in samenwerking met hulpverleningsorganisatie ICCO een garantiefonds in het leven geroepen. Ook ASN en Triodos weten dat hun sociaal-ethische fondsen niet risicoloos zijn. Toch worden leningen aan ondernemers zeer redelijk terugbetaald, zegt Jeroen Jansen van ASN. 'Het fonds presteert goed. De rendementen mogen dan niet al te hoog zijn, het blijft een waardevolle belegging.'