Amerika bekijkt zijn hoogleraren als verdachten

Op campussen in de VS richt een gewetenspolitie zich tegen 'on-Amerikaanse professoren'. Volgens de Amerikaanse historicus Doumani gaat de politieke interventie in de wetenschap veel te ver.

Sinds senator Joseph McCarthy in de jaren vijftig jacht maakte op linkse intellectuelen, is de academische vrijheid in de Verenigde Staten niet meer zo ernstig in gevaar geweest als nu. Dat is de alarmerende conclusie van het pas verschenen boek Academic Freedom after September 11. De redacteur van deze bundel, de Amerikaanse historicus Beshara Doumani, was vorige week in Nederland op uitnodiging van het Instituut voor Studie van de Islam in de Moderne Wereld (ISIM). Hij hield een openbare lezing in Amsterdam, waarin hij de aandacht van Europese wetenschappers vroeg voor het lot van hun Amerikaanse collega's.

Beshara Doumani doceert moderne geschiedenis van het Midden-Oosten aan de universiteit van Californië. Hij leerde de VS kennen als een land waar onafhankelijk onderzoek werd gerespecteerd. Tot 11 september 2001. Toen verklaarde Bush de oorlog aan het terrorisme.

Doumani ziet overeenkomsten met de Koude Oorlog, maar ook verschillen. 'De Oorlog tegen Terreur is een oorlog zonder einde; er bestaat geen duidelijke definitie van het eindspel. Verder is het een oorlog tegen een tactiek, niet tegen een duidelijke vijand, zoals een staat, sociale groep of ideologie. Het is ook een anti-intellectuele oorlog. Bush zegt: 'Terroristen haten onze manier van leven'. De oorlog is dus pas afgelopen als deze haat is uitgebannen. Bovendien voert religie de boventoon. Volgens Bush is vrijheid geen product van geschiedenis of maatschappij, maar een godsgeschenk.'

Dit anti-intellectualisme stelt academici voor problemen. 'In deze oorlog is geen behoefte aan analytische categorieën en concepten. Wetenschappers die zich afvragen waarom 'zij' ons haten, wat de historische oorzaken en de sociale achtergronden zijn, worden beschouwd als een veiligheidsrisico.'

Volgens Doumani wordt de academische vrijheid vooral bedreigd door particuliere pressiegroepen: fundamentalistische christenen, militante nationalisten en pro-Israelische activisten. Toch is de scheidslijn tussen deze pressiegroepen en de overheid lastig te trekken. 'Particuliere denktanks, mediamensen en leden van de regering onderhouden nauwe banden. Lynn Cheney, de vrouw van de vice-president, en senator Joseph Lieberman hebben de American Council of Trustees and Alumni (ACTA) opgericht. Die kwam na 9/11 met het rapport How the universities are failing America. Daarin worden universiteiten aangemerkt als de zwakke schakel in de oorlog tegen terreur. ACTA zette een lijst van 117 'on-Amerikaanse professoren' op haar website.'

Deze scherpslijpers opereren als de gewetenspolitie van de campus. 'Studenten worden betaald om hun professoren te bespioneren. Aan de hand van citaten uit colleges, artikelen of voordrachten - vaak uit hun verband gerukt - worden dossiers en zwarte lijsten aangelegd. Volksvertegenwoordigers, afgestudeerden en studenten worden overgehaald om brieven te schrijven aan universiteitsbesturen waarin ze hun beklag doen over bepaalde docenten.'

Ook Doumani zelf is mikpunt van dergelijke campagnes. 'Tijdens colleges word ik in de gaten gehouden. Mensen schrijven 'Dood aan de Arabieren' op het bord en in brieven aan mijn afdeling wordt mijn ontslag geëist. De beschuldigingen komen altijd neer op anti-amerikanisme en anti-semitisme. Omdat ik kritiek heb op de Amerikaanse Midden-Oostenpolitiek en op wetgeving die de burgerlijke vrijheden in dit land uitholt, geld ik in die kring als anti-Amerikaans. En wie kritiek heeft op de Israelische regering is een antisemiet. Dat vinden overigens alleen groepjes die ten onrechte beweren de joodse gemeenschap in de VS te vertegenwoordigen.

'Die druk is des te effectiever door verschuivingen in de economische grondslag van universiteiten. Sinds de Tweede Wereldoorlog zijn de onderzoeksbudgetten per universiteit gegroeid van 10 á 15 miljoen dollar tot enkele miljarden. Het scala aan diensten is enorm toegenomen door contracten met de particuliere sector en met de regering. Dit schiep een nieuwe relatie met donoren. Zij moeten het dus veel meer mensen naar de zin maken en zijn zeer gevoelig voor negatieve publiciteit.

'Ook de bestuurscultuur van onze universiteiten verandert. In het verleden waren hoogleraren tevens bestuurders. Universitaire instellingen genoten zo een zekere autonomie. Tegenwoordig worden de bestuurders aangetrokken van Wall Street. Zij denken alleen aan budgetten en geldstromen en aan de concurrentie tussen Harvard, Yale en Berkeley. Toen pro-Israelische groepen Columbia University 'wijdverbreid antisemitisme' verweten, zei het bestuur niet: onzin, waar bemoeit u zich mee, maar stelde het een onderzoek in. Van antisemitisme bleek geen sprake. Er vielen geen ontslagen, maar de sfeer was vergiftigd.'

Sinds 9/11 is een wettelijk kader geschapen voor politieke interventie in het wetenschapsbedrijf. Het belangrijkste instrument is de Patriot Act. Doumani: 'Het Department for Homeland Security mag nagaan welke boeken u koopt en leent. Het controleert via Google en andere internetdiensten naar welke publicaties u op zoek bent. Zij moeten die informatie geven, maar mogen de klant niet melden dat ze dit doen. Amerikaanse onderzoekers mogen bepaalde bevindingen niet doorgeven aan buitenlanders, ook al werken zij al lang in de VS en is hun inbreng cruciaal voor het onderzoek. Artikelen of boeken van auteurs uit landen die onder een embargo vallen, mogen in de VS niet verschijnen. De memoires van de Iraanse Nobelprijswinnares Shirin Ebadi vallen onder dit verbod. Buitenlandse deskundigen die worden uitgenodigd om gastcolleges te geven, zien hun visa geweigerd.'

In 2003 nam het Huis van Afgevaardigden Resolutie 3077 aan. Die voorziet in een Adviesraad die moet nagaan of de centra voor studie van bepaalde regio's het 'nationale belang' dienen. Doumani: 'Als de Senaat ermee instemt, mag dit lichaam straks beslissen wat evenwichtige leerstof is. Dit zou de academische standaarden in ons land vervangen door willekeurige politieke criteria.'