We hadden winst gemaakt, als je die 40 euro verlies niet meetelde

Het eerste fijne lenteweekeinde van dit jaar bracht ik door aan het strand, in een overheidsinstelling: het doorrookte casino van Zandvoort. 'Kom binnen loungen' stond er op een bord voor de deur, en inderdaad, er stonden vijf lederen banken in een hoek van het casino. Het lounge-aspect had waarschijnlijk jeugd moeten trekken, maar afgezien van twee Zandvoortse post-pubers waren er alleen bejaarden geconcentreerd bezig met bekers fiches.

We deden roulette. Ik staarde naar de cijfers op het groene kleed om te zien welk cijfer het meest 'straalde'. Dit is een methode die ik nog maar één keer eerder had uitgeprobeerd, in het casino van Monte Carlo, en daar had ik er weinig succes mee geboekt (100 euro in één klap weg). Maar ik heb ooit Het wonderlijke verhaal van Hendrik Meijer van Roald Dahl gelezen, en daarvan heb ik onthouden dat je, als je jarenlang oefent met staren naar een kaars, op een gegeven moment door speelkaarten heen kunt kijken. In het verhaal doet Hendrik dat, en zo wint hij duizenden dollars met blackjack. Aan zijn staarmethode heb ik de mijne zeer losjes ontleend. Op zich zonder jarenlange training, maar goed.

Na een tijdje staren vond ik dat de 11 het meest straalde. 'Elf', fluisterde ik tegen de twee vrienden met wie ik was. Ze zetten hun fiches op 11. Alles weg. Zelf had ik geen fiches, want ik ben tegen gokken, maar ik vond het mijn plicht de vrienden van advies te voorzien.

Nadat de ene vriend 40 euro verloren had (hij liet zich door mij influisteren) en de andere 26 gewonnen (hij luisterde niet meer) en ik een lichte depressie rijker was, wat niet heel moeilijk is op een plek met honderden gokverslaafden, wijn uit een tap en een vrij doordringende zweetgeur, gingen we weg.

Buiten was zuurstof, we hadden winst gemaakt als je die 40 euro verlies niet meetelde, en ik zei, vrolijker nu: 'Hé, de zon gaat onder.' 'Laten we naar Woodstock rijden', zei de ene vriend - hij bedoelde een strandtent - 'daar applaudisseren ze als de zon ondergaat.'

Snel stapten we in de auto en reden naar Woodstock. Daar aangekomen bleek de zon al onder. 'Misschien klappen ze nog steeds', zei de vriend. 'Ik denk het niet', zei ik. We hadden genoeg geluk gehad vandaag.

Aaf Brandt Corstius

    • Aaf Brandt Corstius