'Storm' van de Appel is hard maar genadig

Voorstelling: De Storm door Toneelgroep De Appel. Regie: Aus Greidanus; toneelbeeld: André Joosten. Gezien: 31/3 Appeltheater, Scheveningen. Te zien t/m 20/5. Inl.: 070-3502200; www.toneelgroepdeappel.nl

Het eiland van de verbannen koning en magiër Prospero is woest en ruig. Althans, zo toonde regisseur Erik Vos deze betoverde plek dertig jaar geleden in zijn enscenering van Shakespeares De Storm (1610-1611). Het was de eerste voorstelling die het Haagse gezelschap in het Appeltheater uitbracht. Zand op de vloer, een bühne als piste, touwen, zeildoek, jute en grove doeken als kostumering.

Een van de acteurs destijds was Aus Greidanus. Nu regisseert hijzelf De Storm in hetzelfde Appeltheater. Twee voorstellingen die de toneelgeschiedenis markeren. De regie van Vos was ruig, beweeglijk. De luchtgeest Ariël, de rechterhand van Prospero, zweefde in een schommel door de lucht. Aus Greidanus en zijn acteurs zetten een weloverwogen en ook grimmige versie van De Storm neer.

Het nieuwe eiland is een eenvoudige, gele cirkel op de speelvloer. Hubert Fermin als Prospero draagt een strak wit jasje, grijze pantalon en witte schoenen. Fermin heeft een kalme, beschouwende speelstijl die van zijn tovenaar een man maakt van de rede. Met zijn dochter Miranda (Judith Linssen) bewoont hij het eiland. Hij is door zijn broer en diens hofhouding naar deze uithoek verdreven en zint op wraak. De kans daartoe krijgt hij in de schoot geworpen: zijn broer passeert het eiland en Prospero zorgt dat hij schipbreuk lijdt. En zo begint het stuk: bliksem, donder, een schip dat op de rotsen slaat, geschreeuw.

Meteen daarop volgt een intieme scène tussen vader en dochter die een geromantiseerd geluk beleven. Deze komedie is eerder een feeëriek gedicht dan een werkelijk drama. De sereniteit van Prospero krijgt zijn tegendeel in de vertolking door Hugo Maerten van het monster Kalibaan, een anagram van kannibaal. Het monster wordt door Prospero getemd, vernederd, misbruikt. In tegenstelling tot de hemelse Ariël die met tovenarij het universum bespeelt, vertegenwoordigt hij de lagere driften.

Wat ik niet eerder zo sterk zag in De Storm is de hardheid. De hovelingen, onder aanvoering van de doldrieste Peter Bolhuis en Jan van Eijndthoven, beramen een moord op Prospero. Maar de aanslag wordt verijdeld en de tovenaar schenkt zijn vijanden vergiffenis.

De Storm laat zich niet eenduidig interpreteren. Hoofdrolspeler Prospero wordt wel gezien als een zelfportret van Shakespeare, die aan het slot zijn toverij afzweert en het eiland verlaat. Als het eiland het toneel van de wereld is, dan symboliseert Prospero inderdaad de toneelschrijver die de onweerstaanbare magie van taal en beeld verzint. Met De Storm schreef hij het laatste woord, zijn ultieme testament. Naar de vorm is het een meeslepend toneelstuk vol dynamische tovenarij en met prachtige theatrale poëzie. Inhoudelijk speelt verzoening de hoofdrol. In mooie bewoordingen besluit Prospero dat magie slechts tijdverdrijf is. Met hulde aan De Appel blijft de toeschouwer nog lang nadenken over dit spel. Prospero's rede wint het van zijn woede. Die vergevingsgezindheid is hoopgevend.

    • Kester Freriks