Roem en leed van castraten in Londen

Voor zijn eigen Londense operatheater importeerde de componist Händel castraten uit Italië. Ze waren voor leven verminkt, maar ze konden wel spectaculair hoog zingen.

Floris van Straaten

De castraat Gaetano Guadagni en, op de voorgrond, een castratie-apparaat (Foto Reuters) De expositie in het Handel House Museum, 25 Brook Street, Londen duurt tot 1 oktober. Moreschi is te beluisteren via http://news.bbc.co.uk/2hi uk. news/magazine/4853432.stm A pair of rusted iron "castratori" are held in front of a painting of Italian Castrati singer Gaetano Guadagni (1729-92) during the launch of a new exhibition at Handel House Museum in London 28 March 2006. The scissor-like instruments were used to castrate boys as young as eight in the mid-16th-century to preserve their voices. The exhibition Handel and the Castrati tells the stories of the castrati singers who worked for Handel, how they were chosen at an early age, their intensive training, celebrated performances and adulation with which they were received. AFP PHOTO ADRIAN DENNIS AFP

Het metalen instrument in een vitrine in het Londense Händel-museum houdt het midden tussen een schaar en een notenkraker. De zogeheten castratori waren echter bedoeld voor een huiveringwekkende handeling: het castreren van jonge jongens uit arme gezinnen ten behoeve van een carrière als zanger. Als ze de gevaarlijke operatie overleefden en hun kunstmatig hoge stem zich goed ontwikkelde, konden ze het - met wat geluk-- brengen tot grote roem en rijkdom.

In het museum, gevestigd in het huis waar Georg Friedrich Händel van 1723 tot 1759 woonde, loopt sinds vorige week een tentoonstelling over de componist en het fenomeen van de castrati. Händel schreef graag muziek voor castraten, omdat hun wonderbaarlijke geluid een extra dimensie toevoegde aan zijn vocale werken.

Hij was niet de enige met een zwak voor castrati, een praktijk die in de 16de eeuw sterk opkwam, met name in Italië. 'Het opmerkelijke is dat deze praktijk gezang heeft voortgebracht dat tot het mooiste behoort dat de wereld ooit heeft gekend maar dat men het nooit meer zal kennen', aldus Nicholas Clapton, de conservator van de tentoonstelling.

Ook anno 2006 is het unieke geluid van de castraten echter nog wel degelijk te horen. In een hoek van de bescheiden tentoonstellingsruimte kunnen bezoekers luisteren naar een opname uit 1902 van een van de laatste Europese castraten, Alessandro Moreschi. Hij zingt een Ave Maria van Bach in een bewerking van Charles Gounod. Ondanks het gekraak in de opname, ook te beluisteren via de BBC-site, gaat het geluid de luisteraar door merg en been, krachtiger dan dat van een vrouwenstem maar tegelijk onwaarschijnlijk hoog.

Het wemelde in Händels tijd van de Italiaanse castraat-zangers in Londen, die volgens Clapton vaak de status van hedendaagse supersterren genoten. Zeer geliefd waren Giovanni Carestini en Carlo Broschi alias Farinelli. Maar de beroemdste van allen was Francesco Bernardi, beter bekend onder de artiestennaam Senesino.

Senesino werd overstelpt met aandacht en giften van Engelse aristocraten en hij voelde zich gedurende zijn zestien jaar in de Britse hoofdstad als een vis in het water. De temperamentvolle castraat had af en toe echter slaande ruzie met Händel, die vaak muziek componeerde om door Senesino te worden gezongen. Aan het einde van zijn loopbaan trok Senesino zich terug op een landgoed in Siena. Hij richtte zijn riante huis op zeer Engelse wijze in en dronk er Engelse thee. 'Hij raakte erg toegewijd aan het land dat hem had overladen met roem en fortuin', schrijft Elisabetta Avanzatti, een ver familielid van Senesino, in de catalogus.

Het duurde overigens even voor de Engelsen gewend waren aan het wonderbaarlijke geluid en de aparte fysieke verschijning van de castrati. Doordat hun hormonale huishouding als gevolg van de castratie een meer vrouwelijk patroon volgde, behielden ze niet alleen een hoge stem maar was er ook sprake van extra vetvorming in de borststreek. Daarnaast waren ze dikwijls opvallend lang.

Veel castraten vervulden vrouwenrollen in opera's. Dat leidde nog wel eens tot verwarring onder het publiek. Sommige commentatoren koesterden ook morele bezwaren. Ze vreesden dat de Britten er door zouden verwekelijken. Volgens Thomas Wilkes, een tijdgenoot van Händel, 'ontkracht en verzwakt het de robuustheid, die ons kenmerkt als de dapperste natie van Europa.'

In protestantse landen bleef het verboden jongens op deze wijze te verminken. Ook in Italië verbood het kerkelijke recht van de katholieke kerk het. In de praktijk kneep het Vaticaan echter een oogje toe. Het was zelfs bereid castraten op te nemen in het koor van de Sixtijnse kapel. Zo'n 4000 jongens werden jaarlijks van hun testikels ontdaan, vaak onder erbarmelijke hygiënische omstandigheden. Velen overleefden de operatie niet en slechts een kleine minderheid had artistiek en financieel succes.

Nadat in de loop van de 19de eeuw uit humanitaire overwegingen een einde was gekomen aan het castreren van jongens, zagen uitvoerders van Händels muziek zich genoopt de rollen van de castraten door vrouwen te laten zingen. Toen dat geen succes werd, lieten ze het door mannen doen, zij het een octaaf lager dan oorspronkelijk. Maar de fascinatie met de castrati duurt tot de dag van vandaag voort, zoals de tentoonstelling aantoont.

De expositie in het Handel House Museum, 25 Brook Street, Londen duurt tot 1 oktober. Moreschi is te beluisteren via http://news.bbc.co.uk/2hi uk. news/magazine/4853432.stm

    • Floris van Straaten