Ravissant

Tom Boonen kreeg vlak voordat hij op de fiets stapte voor de Ronde van Vlaanderen de vraag hoe hij zich voelde: 'Eel goe.'

Het inslikken van letters is een mooi Vlaams gebruik, je hoort het veel tijdens koersdagen in België. Ik moet er altijd even aan wennen. Maar goed, dit is dé dag voor de Vlamingen. Zij zijn thuis, ik ben de 'inwijkeling', zoals mijn oudtante uit Antwerpen altijd sprak over buitenlanders in haar buurt. Eel goe.

Tom Boonen praat lekker sappig, vrolijk, met ronde toon. In Vlaanderen horen ze het liefst hun eigen taal uit de mond van een winnaar komen. Het moeten hun wielrenners zijn die in definishstraat van Meerbeke met de eer gaan strijken.

In 1997 stond ik aan het parcours naast een klein oud kereltje dat zichzelf in dat jaar vereeuwigd zag in brons, in het centrum van zijn geboortedorp Kanegem. Het was Albéric Schotte, IJzeren Briek. Ze noemden hem de 'Laatste der Flandriens'. Hij reed de Ronde van Vlaanderen twintig keer, won twee edities en stond in totaal acht keer op het podium. Terwijl het peloton voorbij raasde, wapperde de oud-renner uit zijn regenjas. Hij murmelde wat. De letters waren niet alleen ingeslikt, ik hoorde een heel nieuw vocabulaire. Totaal onverstaanbaar, althans voor mij.

De echte Flandriens hadden het dialect voor in de mond. Mannen van de streek. Ze vielen aan terwijl anderen hun benen stilhielden. Deze renners woonden in dezelfde dorpen met namen die maar één keer per jaar hardop werden uitgesproken, alleen tijdens de Ronde van Vlaanderen.

Is Tom Boonen een echte Flandrien? Briek Schotte verwoordde de eretitel zo: 'Een Flandrien kan afzien. Hij is nen tiep van vroeger, een renner die nooit zeurt.' Boonen kan afzien en zeurt niet. En toch is hij geen Flandrien, omdat hij geen type van vroeger is. Hij kwam dit weekeinde aan in een zwarte sportwagen, de haren eigenwijs met gel overeind. Hij verkaste vorig jaar van Vlaanderen naar Monaco.

Zijn ploegmaat Filippo Pozzato leek gisterenmiddag een flandrien, al was hij van Italiaanse makelij. Hij ramde tegen de wind in op de pedalen en vloog over de bergjes met kasseien. Pozzato reed in de heuvelzone zo hard op kop dat het gezonde sap in de benen van de andere renners plaatsmaakte voor krachtdodend zuur. Behalve bij Boonen dan.

Pozzato bepaalde met zijn sloopwerk de einduitslag.

Nadat Pozzato een paar weken geleden in de klassieker Milaan-Sanremo als eerste over de streep kwam, zag ik hoe een vrouw met microfoon over de Via Roma achter hem aanholde en alleen maar zijn naam kon schreeuwen. Het had optisch weinig met journalistiek van doen. Er was een held geboren en de wereld om hem heen veranderde in één klap.

Televisiecommentator Maarten Ducrot vertelde dat hij Pozzato zaterdagavond het rennershotel had zien binnenkomen in het gezelschap van twee dames. De hele eetzaal was stilgevallen, zo oogverblindend waren Pozzato's vriendinnen. Ducrot gebruikte het woord 'ravissant'. Ravissant? Ik zie zonnebrillen in opgestoken haar, een exclusief geurtje, klikkende naaldhakken.

Flandriens hebben geen ravissante vriendinnen. Ze hebben een anonieme vrouw die thuis op een soepslurpende renner wacht. Pozzato en Boonen zijn de kampioenen van vandaag. Ze zijn mondain, zien er knap uit en tonen zonder gêne hun weelde. De brillcream is vervangen door gel. De Flandrien is dood, leve de vedette.