Potter laat horen wat hij wel kan

Concert: Chris Potter. Gehoord: 1/4 Theater Lantaren/Venster, Rotterdam.

Alle noten tellen bij de in Chicago geboren tenorsaxofonist en fluitist Chris Potter. De musicus die met het ene been in de bebop van legendarisch oude blazers staat en met het andere in vrije, expressieve verkenningen, liet zaterdag horen dat hij behoorlijk los kan gaan als hij wil. Naast hysterische, bijna smekende uithalen in solo's, met tal van onvermoede details, produceerde hij geruststellende, warme tonen. Hij toonde zich van zijn meest veelzijdige kant, alsof hij wilde bewijzen dat hij niet voor niets de beste tenorist van zijn generatie wordt genoemd.

Potters moderne jazzkwartet was op dreef op het funk- en fusionterrein. Meestal leidde Potter de stukken in met een prikkelende intro, om vervolgens via een aanstekelijk thema de band erbij te halen. De ongelooflijk drummende Nate Smith zorgde voor flinke ritmische onderstoom en liet het viertal alle kanten op bewegen. Toetsenist Craig Taborn bleek de kleurenmenger, die steeds weer nieuwe dingen vond - tot groot genoegen van Potter.

Er was dwarse powerfunk die deed denken aan Michael Breckers eerdere werk, maar Potter, die zijn carrière begon in bands van Dave Douglas, Steely Dan en Dave Holland, zocht het ook in de pophoek. Naast pakkende nummers van zijn pas verschenen cd Underground speelde hij ook kersverse, nog naamloze composities. 'Poptune 2' bleek daarbij al in een verder stadium dan zijn voorganger, nummer 1, dat een nog weinig boeiende ballade was. Wel mooi en uitgebalanceerd klonk de ontroerende interpretatie van een Joni Mitchell-nummer.

Opvallend was Potters wel heel nonchalante houding wanneer hij niet speelde. Hij bekeek zijn mobieltje of dook even de coulissen in. Van de speelruimte profiteerde vooral gitarist Wayne Krantz, al leek hij met zijn oppervlakkige en wijdlopige figuren net steeds voorbij te gaan aan de primair heersende groove in de muziek.

    • Amanda Kuyper