Met witte sokjes naar kantoor

In de elfde aflevering van '17', een serie gesprekken met bekende vrouwen over hun jeugd, programmamaker Sonja Barend.

'Ik herinner me de lange gang van de lagere school. Voor de deur van het schoolhoofd stond mijn moeder. Ik weet zelfs nog wat ze aan had. Ik dacht: 'Wat is ze mooi, en het is mijn moeder, als iedereen dat maar ziet!'.

'Toen ik thuiskwam zei ze: 'Je kunt goed leren, maar je stiefvader heeft besloten dat je naar de mulo gaat.' Ik vond het verschrikkelijk, omdat ik met mijn vriendinnetje de afspraak had samen naar de hbs te gaan. Ik heb - behalve dat ik moest huilen - niet geprotesteerd.

'Ik was vijftien toen ik ging werken. Via de buurman kon ik bij de Twentse Bank terecht om de hele dag op een telmachine bankgirostrookjes bij elkaar op te tellen. Met witte sokjes en bruine schoenen aan iedere ochtend op de fiets naar kantoor.

'Ik dacht: als dit mijn leven is... Maar zo was het, iedere dag opnieuw. Ook na andere kantoorbaantjes dacht ik steeds: er moet iets zijn wat leuker is. Ik was bezig met hoe ik zou willen dat het leven was, maar besefte dat ik - zonder opleiding - in de val zat. Ik ben naar het avondlyceum gegaan omdat ik zag dat dat de enige manier was om mijn leven te veranderen.

'Op mijn zeventiende ben ik het huis uitgegaan door een conflict met mijn stiefvader. We zaten aan tafel. Op de radio was een uitzending over arbeiders die ergens aan een dijk werkten en in opstand waren gekomen. Ze vertelden dat ze met hun handen stonden te graven en dat daar toch machines voor waren. Ik zei dat ik dat ook vond en mijn stiefvader werd kwaad. We kregen daar ruzie over die zo hoog opliep dat hij op een gegeven moment riep: 'Als het je hier niet zint dan donder je maar op!' 'Dat is goed', zei ik 'Maar dan doe ik het ook echt!' Ik stak mijn hand naar hem uit: 'Hand erop!' We hebben elkaar een hand gegeven, en ik ging. Ik kon tijdelijk bij een vriendin wonen en daarna ging ik op kamers.

'Als kantoormeisje kwam ik terecht bij een psychotechnisch bureau waar mensen getest konden worden voor school en beroepskeuze. Daar kwam ik met een voor mij nieuw soort mensen in aanraking. Psychologen met een heel andere manier van denken, van kijken. Als een soort Alice in Wonderland ging ik door een poort een ander leven in. Ik kwam ineens in een omgeving waar men tot mijn niet geringe verbazing geïnteresseerd in me was en rekening met me hield. De directeur zei nadat ik er getest was: 'Weet je wel dat je heel intelligent bent?' En ik antwoordde: 'Nee mijnheer.' Die ene zin van hem was een absolute ommekeer in mijn leven. Ik dacht: Als hij het zegt dan is het zo! Op zijn aanraden ben ik op de vrije zaterdagen een opleiding voor beroepskeuzeadviseur gaan volgen.

'In 1966 testten wij in de studio in Hilversum mensen voor een baan bij de NTS. Er werd daar een opleiding opgericht voor regisseurs en scriptgirls en dat leek me leuk. Ik ben op de chef afgestapt en heb gevraagd: 'Heeft u niet voor een jaar een baantje voor me?' Ik werd aangenomen als regie-assistente en bij de VARA gedetacheerd om mee te lopen en zo een beetje het vak te leren. Na dat jaar vroeg de NTS mij een screentest te doen als omroepster.

Toen ik heel trots aan mijn vader vertelde dat ik bij de televisie ging werken, keek hij me aan en zei: 'Ik wist niet dat je zo diep zou zinken.' De VARA vroeg mij voor een programma dat zij gingen maken met Ralph Inbar, Kees van Kooten en Wim de Bie : Ying Yang. Dat was het begin van mijn televisiecarrière.

'Het programma ging na twee afleveringen ter ziele maar Ralph maakte het tienerprogramma Fanclub en vroeg mij, en zo ben ik daar in gerold. Pas jaren later realiseerde ik me wat voor beroemdheden ik wel niet heb ontmoet: Jimi Hendrix die zomaar binnenliep, Dave Berry... noem ze maar op en ze waren in mijn programma! Die popmuziekik vond het eerlijk gezegd vaak enorme klereherrie.

'Ik weet niet meer hoe het leven is als niemand je kent. Wel let ik altijd op mezelf: Ga ik niet voor mijn beurt in een winkel? Praat ik niet te hard? Lach ik niet te hard?

'Mijn moeder was er trots op dat ik het in haar ogen zo ver geschopt had, maar ze ging niet graag met mij de stad in. Ik vroeg wel eens 'Kom op, we gaan winkelen' Dan wist ze niet hoe ze er onder uit moest komen, zo eng vond ze het. Al die mensen die naar me keken.

'Ik had altijd programma's waarin ik met mensen over alles kon discussiëren en heb nooit degene willen zijn die als onpartijdige voorzitter de discussie moest leiden en verder haar snufferd dichthouden. Ik vond ook van alles en als je van alles vindt dan krijg je ontzettend op je sodemieter.

'Contact maken en praten met mensen is voor mij een natuurlijke behoefte. In live-programma's is het de kunst om tegenover iemand te zitten en in die korte tijd iets te laten gebeuren. Dat kan alleen maar als je jezelf er met kennis van zaken en hart en ziel instort. Dan vertellen mensen mij bijna alles.'