Iraakse premier Jaafari op de schopstoel

Temidden van een politiek vacuüm verloedert Irak. De VS en Groot-Brittannië oefenen nu zeer zware druk op de Iraakse leiders uit een regering te vormen. Vooral op de shi'ieten, die hun premier moeten inleveren.

De Amerikaanse en Britse ministers van Buitenlandse Zaken zijn afgelopen weekeinde onverwachts naar Bagdad gereisd om samen druk op de Iraakse leiders uit te oefenen eindelijk eens haast te maken met een nieuwe regering. En dan met name op de leiders van de shi'itische meerderheid, die nu in Washington en Londen als grootste sta-in-de-weg worden gezien. Concreet: de fundamentalistisch-shi'itische Verenigde Iraakse Alliantie, met 128 van de 275 zetels veruit de grootste partij in het nieuwe parlement, moet een toontje lager zingen en haar kandidaat-premier, Ibrahim Jaafari, inleveren.

Irak koos 15 december een parlement, en de shi'ieten, Koerden en sunnieten, allen vertegenwoordigd door sektarische partijen, ruziën sindsdien over een coalitie. In afwezigheid van een daadkrachtige regering is intussen het geweld tussen de gemeenschappen hoog opgelaaid. Volgens cijfers die vorige week in Bagdad door het Amerikaanse leger werden gepubliceerd, zijn in maart bijna acht keer zoveel Irakezen (1.313) om het leven gekomen bij onderlinge moordpartijen door sunnieten en shi'ieten - de gebonden lijken die dagelijks op vuilnisbelten en langs wegen worden gevonden - als bij bomaanslagen (173). De Amerikaanse ambassadeur in Irak, Zalmay Khalilzad, heeft vorige maand al de shi'itische strijdgroepen als grootste boosdoeners aangeklaagd.

De Amerikanen, en de Britten, zijn ervan overtuigd dat alleen een regering van nationale eenheid de verloedering van Irak kan stuiten. Daartoe hebben ze de afgelopen maanden toenadering gezocht tot de sunnieten, die als ruggengraat van de terreur-opstand tot dan als grootste boosdoeners werden gezien. Sunnieten maar ook de Koerden, partners van de shi'ieten in de huidige regering van Jaafari, begrepen meteen dat dit het moment was om concessies van de shi'ieten te eisen. Een daarvan is het vertrek van Jaafari, die in februari door zijn Alliantie met één stem meer dan zijn concurrent Adel Abdul Mahdi als kandidaat voor het premierschap werd gekozen.

Wat is er mis met Jaafari?

De Koerden nemen hem vooral kwalijk dat hij als interim-premier de kwestie-Kirkuk niet heeft willen regelen, zoals hij had beloofd. De Koerden willen de oliestad Kirkuk incorporeren in hun vergaand autonome regio, maar de Arabische Irakezen, shi'ieten én sunnieten, hebben daartegen veel bezwaar.

De sunnieten verwijten hem te hebben toegelaten dat shi'itische milities de politie hebben geïnfiltreerd. Volgens hen opereren politie-eenheden als doodseskaders.

De Amerikanen vinden dat hij te dicht aanschurkt tegen Iran (volgens minister Rice de grootste bedreiging voor de veiligheid van de VS). Evenveel bezwaar hebben ze tegen zijn verbond met de radicale geestelijke Muqtada Sadr, die de doorslag gaf bij zijn verkiezing als kandidaat-premier. Sadrs strijdgroep is de Amerikanen al vanaf 2003 een doorn in het oog.

Volgens verschillende shi'itische bronnen in Irak heeft president Bush de Alliantie laten weten nooit akkoord te zullen gaan met Jaafari als premier, en in een brief aan de belangrijkste shi'itische geestelijk leider, grootayatollah Ali Sistani, uitgelegd waarom. De shi'ieten zijn woedend over de Amerikaanse activiteit. Volgens een medewerker heeft Sistani Bush' brief niet eens willen lézen, en shi'ieten in het algemeen zouden al spreken van 'het tweede Amerikaanse verraad'. Het eerste verraad was de Amerikaanse weigering de shi'itische opstand tegen Saddam Hussein in 1991 te steunen.

Binnen de shi'itische Alliantie, waarvan Jaafari's Dawapartij, de SCIRI (Opperste Raad voor de Islamitische Revolutie in Irak) van Abdul-Aziz al-Hakim en Sadrs partij de belangrijkste leden zijn, is onder de zware Amerikaanse druk niettemin tweespalt ontstaan. Een leider van de SCIRI riep Jaafari gisteren publiekelijk op afstand te doen van zijn kandidatuur. Jaafari spartelt nog tegen, maar het lijkt de opmaat naar zijn vertrek.

En dan? Minister Rice zei vanochtend in Bagdad dat de volgende Iraakse premier een 'sterke leider' moet zijn. Het probleem in het huidige Irak is nu juist dat die na Saddam Hussein nauwelijks voorhanden zijn.

Afgezien daarvan is het onderling wantrouwen tussen de shi'itische, sunnitische en Koerdische leiders temidden van alle ruzies alleen maar toegenomen. Dat trekt een zware wissel op de eenheid van de komende regering.