Conflict verscherpt tussen hervormden

De synode van de Hersteld Nederlandse Hervormde Kerk heeft afgelopen zaterdag, op haar vergadering in Amersfoort, geweigerd de naam van het kerkgenootschap te veranderen. De Protestante Kerk in Nederland (PKN) eist dat de hersteld hervormden het predikaat 'Nederlandse' uit de naam halen. De partijen treffen elkaar nu op 24 april in een kort geding bij de rechter.

Zo'n 60.000 behoudende hervormden wilden in 2004 niet mee in de PKN, een fusie tussen de Nederlandse Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerken en de Evangelisch Lutherse Kerk. Deze hersteld hervormden beschouwen zich als voortzetting van de Nederlandse Hervormde Kerk. De PKN beschouwt zich echter als de enige erfgenaam van het predikaat 'Nederlands Hervormd'.

Ds. B. Plaisier, scriba (secretaris) van de PKN, nodigde de hersteld hervormden uit voor nader overleg op dinsdag 28 maart om de gang naar de rechter alsnog te voorkomen. Ds. D. Heemskerk, voorzitter van de hersteld hervormde synode, zei zaterdag desgevraagd dat de 'herstelden' bereid waren aan die uitnodiging gehoor te geven als de PKN het kort geding zou intrekken. Daartoe was de PKN niet bereid.

De PKN eist in het kort geding een dwangsom van 5.000 euro voor elke dag dat de Hersteld Nederlandse Hervormde Kerk deze naam gebruikt. 'Dat is geen basis voor gesprek', aldus Heemskerk. 'We hebben geen andere keus dan nu het kort geding af te wachten. Laat de rechter maar oordelen.'

Plaisier zei vanmorgen het besluit van de hersteld hervormden 'zeer te betreuren', vooral na de stap die hij vorige week richting Heemskerk had gezet.

Augustus 2004 leek de oplossing nabij met een voorlopig akkoord tussen de synodebesturen, waarbij de hersteld hervormden zich voortaan de Hersteld Hervormde Kerk zou noemen, zonder de toevoeging 'Nederlandse'. De voltallige synode van de hersteld hervormden wees deze overeenkomst in januari van dit jaar af. Binnen de PKN bestaat de indruk dat de hersteld hervormden zich in de naamkwestie zaak hebben vast gemanoeuvreerd en nu geen andere uitweg weten dan de burgerlijke rechter.