Botsing der emoties

Het ware conflict tussen 'the West and the rest' komt door de tegenstelling tussen vrees en vernedering.

Het idee van de 'botsing der beschavingen' is achterhaald.

Al zolang de 'oorlog tegen het terrorisme' gaande is, wordt het idee van een 'botsing der beschavingen' tussen de islam en het Westen afgedaan als politiek incorrect en intellectueel onjuist. In plaats daarvan heerst de opvatting dat de wereld een nieuw tijdperk was ingegaan, dat wordt gekenmerkt door conflicten 'binnen' de islam, waar fundamentalistische moslims net zo hevig in oorlog zijn met gematigden als met het Westen.

Die analyse kan maar één conclusie hebben: democratisering is nodig. Als het ontbreken van democratie in de islamitische wereld het probleem was, zou introductie ervan de oplossing zijn - het enige alternatief voor chaos en fundamentalisme.

Irak lijkt op de drempel te staan van een burgeroorlog en Iran ontwikkelt zich onder een radicale president onstuitbaar tot atoommacht. Vrije verkiezingen brachten Hamas in Palestina aan de macht, en de spotprentenrel heeft duidelijk gemaakt hoe licht ontvlambaar de betrekkingen tussen de islam en het Westen zijn.

Samen rechtvaardigen deze ontwikkelingen nieuwe interpretaties. In plaats van met een 'botsing der beschavingen' zullen we mogelijk worden geconfronteerd met gelaagde conflicten. Het lijkt er zelfs op dat de wereld een drieledig conflict beleeft.

1 Er is een botsing met de islam die, als het geweld in Irak zich naar andere landen uitbreidt, tot destabilisatie van de regio kan leiden.

2 Er is ook een botsing tussen de geseculariseerde wereld en een groeiende religieuze wereld.

3 Op een dieper niveau vindt een gevoelsmatige botsing plaats tussen een cultuur van angst en een cultuur van vernedering.

Wij zijn getuige van een groeiende onenigheid over de rol van de religie, met aan de ene kant het Westen (met de VS als ingewikkelde uitzondering) en een groot deel van de rest van de wereld (met China als voornaamste uitzondering), waaronder vooral de islamitische wereld.

Terwijl religie elders steeds belangrijker wordt, zijn wij, Europeanen, ons eigen - gewelddadige en onverdraagzame - religieuze verleden goeddeels vergeten. Wij vinden het moeilijk te begrijpen welke rol religie kan spelen in het leven van anderen. In bepaalde opzichten zijn 'zij' ons eigen, weggestopte verleden, en met een mix van onwetendheid, vooroordelen en bovenal angst, vrezen wij dat 'zij' onze toekomst gaan bepalen.

Wij leven in een seculiere wereld, waar vrijheid van meningsuiting gemakkelijk kan uitlopen op lompe spotternij, terwijl anderen hun geloof zien als het hoogste doel, zo niet hun enige hoop. De godsdienstigen van nu hebben alles al geprobeerd, van nationalisme en communisme tot kapitalisme. Het is allemaal mislukt, dus waarom zouden ze het niet eens met God proberen?

De globalisering heeft deze gelaagde conflicten versterkt, door de verschillen zichtbaarder te maken. Wij zijn het voorrecht - en, paradoxaal genoeg, de verdienste - van de onwetendheid kwijtgeraakt. Wij zien hoe 'zij' voelen en reageren, maar het ontbreekt ons aan de culturele middelen om die reacties te kunnen ontcijferen. Zo heeft de globalisering de weg vrijgemaakt naar een wereld beheerst door de dictatuur van de emoties - en van de onwetendheid.

Deze botsing van emoties is nog heviger in het geval van de islam. Vooral in de Arabische wereld overheerst in de islam een cultuur van vernedering, die wordt beleefd door mensen en landen die zich beschouwen als de grote verliezers van een nieuw, onrechtvaardig internationaal bestel.

Dat zelfbeeld verklaart waarom de meerderheid van de Arabieren Al-Qaeda niet hartstochtelijk verwerpt, ook al is van steun meestal geen sprake. Het optreden van Osama bin Laden mag officieel ontoelaatbaar zijn, het heeft er wel toe bijgedragen dat de trots en waardigheid van Arabieren enigszins zijn hersteld.

Misschien zien wij daar de werkelijke botsing van de beschavingen: het emotionele conflict tussen de Europese cultuur van de angst en de islamitisch-Arabische cultuur van de vernedering. Onderschatting van de diepte van die gevoelskloof is gevaarlijk: erkenning van het bestaan ervan is de eerste pijler van de overbrugging. Maar die zal moeilijk worden. Om bruggen te slaan, moet men openstaan voor de 'ander', en daar zijn beide partijen nog niet aan toe.

Dominique Moïsi is oprichter van het Franse Instituut voor Internationale Betrekkingen (IFRI) en hoogleraar aan het Europees College in Natolin (Warschau).