Bootjes

De jongen en het meisje liepen luid pratend langs me heen, op weg naar de coffeeshops bij de hoek van het Singel en de Brouwersgracht. Ze droegen al geen overjas meer, de lente vroeg om optimisme.

'Do you wanna get stoned or high?' vroeg het meisje.

'High', zei de jongen, zonder enige aarzeling.

Mijn idee. Als je dan toch moet kiezen - hoog of laag, gestegen of gestenigd - zijn de wolken altijd opwindender dan de aarde.

Toch moest ik ook even denken aan hun ouders in het niet eens zo verre Engeland. Zouden ze blij zijn met dit hedendaagse dialoogje? Zouden ze zeggen: 'Ga vooral zo door, wij hebben het er vroeger ook van genomen'? Of zouden ze met de nodige tact toch maar liever wijzen op de recente onderzoeken, waaruit blijkt dat een joint niet onschadelijker is dan een sigaret - zoals in 'hun' tijd nog werd gedacht - maar zelfs zevenmaal zoveel teer en andere rotzooi bevat?

Terwijl de jongen en het meisje achter mij de roemruchte Bulldog binnenstapten, liep ik door naar het Centraal Station. Daar lag in de kiosk de schandaalkrant News of the World met een reportage over Jade Goody, de 24-jarige ster van de Engelse Big Brother. Ze heeft een autobiografie geschreven waarin ze vertelt over het drugsgebruik in haar jeugd - ze rookte haar eerste joint toen ze vijf was -, de mishandeling door haar moeder, de plaag van de boulimia later. 'Every night my mum would hold puffing sessions', vertelt ze, 'she was always stoned.'

Ma hield het nog alleen bij de weed, pa was al aan de heroïne.

Je zou er somber van worden, maar dat zijn tegenwoordig al genoeg mensen, de filosofisch onderlegde doemdenkers voorop. Ik kan geen krant meer openslaan of ik lees wel ergens een essay over de ondergang van de westerse wereld. De apocalyptische ruiters zijn onderweg, we hebben te lang met onze normen en waarden gesold en te laat naar Jan Peter Balkenende geluisterd. Zou het?

Ik liep het me nog af te vragen toen ik langs de gracht twee jonge mannen zag lopen. Ze waren ongeveer van dezelfde leeftijd als het Engelse stelletje, maar ze hadden een heel andere hobby. Ze hadden ieder een radiobestuurd zeilbootje te water gelaten, zo'n schaalmodel dat je in je jeugd had willen hebben, maar dat toen nog niet bestond of dat je ouders onbetaalbaar vonden (hun 'puffing sessions' waren al duur genoeg).

Het ene bootje had een rood zeil, het andere een blauw. Ik schatte de lengte van de bootjes op ruim een meter, de masthoogte op anderhalve meter. De mannen liepen met hun afstandsbediening op en neer langs de kade. Ze genoten, zoals kinderen kunnen genieten. Stil, innig tevreden, helemaal opgaand in hun spel.

Soms lieten ze de bootjes bijna een onderlinge aanvaring ondergaan, dan weer mochten ze het ruime sop kiezen, tot aan de overkant van de gracht. Een van de mannen ging op een bankje zitten en at een boterham, terwijl zijn ogen het bootje volgden. Ik kon hem niet horen, maar het zou me niet verbaasd hebben als hij erbij geneuried had.

Als we onze ondergang tegemoet gaan, laten we het dan samen met zo'n bootje doen.

    • Frits Abrahams