Aanklacht ex-top Swissair

Het openbaar ministerie in Zürich daagt negentien voormalige topmanagers en directieleden van de failliete luchtvaartmaatschappij Swissair voor de rechter. Dat kondigde openbaar aanklager Andreas Brunner vrijdag aan. De aangeklaagden worden ervan beschuldigd dat zij de verliezen van Swissair, dat in oktober 2001 failliet ging, jarenlang hebben verdoezeld.

In hun jacht op financiële injecties zouden zij documenten hebben vervalst en misleidende verklaringen hebben afgegeven tegenover het publiek, aandeelhouders en banken. Intussen ging het bedrijf rustig door met agressieve acquisities in het buitenland - een belangrijke oorzaak voor het faillissement - waardoor het ook maatschappijen als het Belgische Sabena mee de afgrond in trok. Toen de Swissair-toestellen op 2 oktober 2001 aan de grond werden gezet, was de schuld opgelopen tot minstens tien miljard euro.

Onder de aangeklaagden bevinden zich Mario Corti, de laatste bestuursvoorzitter van Swissair, diens voorganger Philippe Bruggisser en hun financiële directeuren. Ook Lukas Mühlemann, voormalig topman van Crédit Suisse, kreeg een dagvaarding. Zij riskeren een maximale straf van drie jaar. Volgens Brünner zijn zij 'geen bedrijfscriminelen, maar mensen die Swissair voor de ondergang wilden behoeden'. De opvolger van Swissair, Swiss, is intussen overgenomen door Lufthansa. De grootste luchtvaartmaatschappij in Zwitserland is nu Easyjet.

De teloorgang van Swissair, sinds 1931 een symbool van degelijkheid, veroorzaakte een nationaal trauma. Het faillissement zou te wijten zijn aan de weigering van de grootste Zwitserse bank, UBS, om op het laatst krediet te verstrekken. Dat was ook de teneur van de documentaire 'Grounding', een kaskraker die onlangs in première ging. Maar volgens het OM was de UBS een van de weinige instanties die de rookgordijnen van Swissair doorzag.