Zin maken, hebben en geven

Gisteren was de laatste werkdag van SER-voorzitter Wijffels. Een paar weken geleden is hij 64 geworden. Hij heeft zijn bureau leeggeruimd en aanstaande maandag zet zijn opvolger Rinnooy Kan daar zijn eigen fotolijstjes op. Bestuurders van grote bedrijven die door niet-gewelddadige oorzaken vertrekken, trakteren zichzelf vaak op een ererondje langs de buitenlandse vestigingen en relaties waarmee zij in hun actieve leven te maken hebben gehad. Exotische bestemmingen, de plekken waar je op eigen houtje niet zo gauw meer komt, hebben daarbij begrijpelijk de voorkeur. Hun echtgenote gaat mee, er zijn aangename hotels en interessante excursies naar plaatsen in de omgeving die er altijd wel waren maar waar vroeger nooit tijd voor was. En geen dossiers meer, geen rapportages, investeringsvoorstellen en strategische plannen, en in plaats daarvan ontspannen etentjes, vriendelijke woorden en herinneringen.

Wijffels deed het anders. Hij organiseerde twee feestjes, en niet op Costa Rica maar in Maarssen. Een daarvan was op woensdag, voor zijn eigen selectie van honderd smaakmakers, opinieleiders en beleidsbepalers in het land. Voor hen had hij een cadeautje bedacht, namelijk een aantal voordrachten van enkele eigenzinnige denkers over heden en toekomst en onze plaats daarin. Het tweede was gisteren, voor een algemeen publiek. Toen traden dezelfde sprekers op maar ook Wijffels zelf, om uit te leggen waarom hij vond dat deze mensen iets belangrijks te vertellen hadden. Van een scheidend voorzitter van de Sociaal-Economische Raad zou je misschien verwachten dat hij het met vrienden en publiek zou hebben over de dilemma's van concurrentievermogen en sociaal beleid, of vergezichten zou schilderen op de fysieke of sociale infrastructuur van het land. Maar nee. Wijffels had Ervin Laszlo uitgenodigd, een Hongaarse wetenschapsfilosoof en systeemtheoreticus die in 2004 kandidaat was voor de Nobelprijs. Hij spreekt en publiceert over kosmische energie- en informatievelden, en is initiatiefnemer van de Club van Boedapest. Dat is een 'katalysator voor het ontstaan van een duurzame wereld, door de ontwikkeling van een planetair bewustzijn te stimuleren, door generaties en culturen onderling te verbinden, en door wetenschappen, kunsten en geestelijk bewustzijn te integreren'. Twee andere sprekers waren Don Beck en Peter Merry, respectievelijk oprichter en Nederlands directeur van het Center for Human Emergence. Dat beschrijft zichzelf als 'een collectieve bewustzijnseenheid, een nieuw voertuig voor actie tot wereldwijde transformatie'. Geen alledaagse kost voor Wijffels' vrienden en relaties lijkt mij - mensen die, gegeven zijn achtergrond en ervaring, vermoedelijk komen uit de hoofdstroom van politiek, bankwezen en maatschappelijk middenveld.

'Hoe lang moet jij nog?' Het is net of ik deze vraag tegenwoordig minder vaak hoor dan een jaar of wat geleden. Toen kon je niet een groepje mannen van tussen de 55 en de 65 bij elkaar hebben of er waren er altijd wel een paar die met de VUT of met prepensioen waren of er tegenaan zaten. De vraag maakte op mij vaak de indruk van een soort slavenjuk en de hunkering daarvan bevrijd te worden. Eindelijk vrij, zorgeloos, het begin van het leven zo het eigenlijk bedoeld was. Een grote bank had in die tijd een advertentie voor hun afdeling private banking die dat aardig illustreerde. Zo'n opgeluchte zestiger die net van de boeg van een middenklas motorjacht is gesprongen, een kindsblije glimlach om de mond, de wijde zwembroek fladderend om de dunne benen, zwevend tussen schip en water. Los, vrij, hij hoort nergens meer bij, is nergens meer verantwoordelijk voor. Alleen zijn hondje springt mee, als enige waar hij nog wat mee heeft. Het moet heerlijk zijn - tenminste als je je naar de finish hebt gesleept met het energietekort van 'hoe lang moet ik nog?' Maar ik hoor het minder tegenwoordig. Misschien ligt het aan de versoberde vooruitzichten van pensioenen en oudedagsvoorzieningen, misschien ook is er een besef aan het groeien dat het na verloop van tijd helemaal niet leuk is, elke dag van je boot te springen en tussen schip en water te hangen. 'Ik mag nog drie jaar', heb ik al eens als antwoord gehoord. Dat getuigt van veel meer waardering voor het bestaan van meedoen en bijdragen. Maar moeten of mogen, beide woorden geven een afhankelijke instelling weer. 'Ik wil, of ik heb zin om gewoon nog een hele tijd door te gaan' - dat zijn uitspraken met kracht. Die zijn niet afhankelijk van wat een ander opdraagt of toestaat.

Wil en zin, daar gaat het om. De wil zet spanning op de boog, en alleen met een gespannen boog kun je een pijl wegschieten. De zin bepaalt de richting. Die komt voort uit vragen als 'wie gaat iets aan mij hebben, voor wie wil ik iets betekenen'. Met zin is iets bijzonders aan de hand. Talloze mensen zijn op zoek naar zingeving, en zoeken die in mooie boeken, retraites of meditatie. Kennelijk zien ze zin als iets waar tekort aan is en wat ze dus moeten gaan halen of vinden. En iemand anders moet het geven. Maar zingeving gaat de andere kant uit. Zin geef je, het komt uit jezelf en je kent het toe. Zingeving komt na zin hebben.

'Ik heb zin in morgen', is een zinnetje van een van mijn kinderen dat ik onthouden heb. Mijn moeder had een ander gevleugeld woord, dat ze gebruikte als ik eens geen zin had in afwassen of mijn kamer opruimen: 'Zonder zin kan het ook.' Of anders: 'Dan maak je maar zin.' Ze had gelijk, zonder zin kan het ook, maar alleen als er iemand anders is die je een schop geeft. Als je dat stadium voorbij bent, moet je zelf zin maken. Of van boord springen.

Niemand vertelt Wijffels meer wat hij moet of mag. Toestemming heeft hij niet meer nodig, en goedkeuring heeft hij in zijn carrière genoeg geoogst. Het enige dat nu telt is wil en zin, en de ongelooflijke ruimte die dat biedt om dingen te doen of te zeggen waarvoor niet het verwachte applaus bepalend is, maar de vraag wat hij voor wie wil betekenen. De vrijheid om te doen waar hij zin in heeft. Bijvoorbeeld bankiers, politici, werkgevers en vakbondsbestuurders laten nadenken over, in zijn eigen woorden, 'nieuwe oriëntaties, nieuwe manieren van leven, werken en organiseren'.

Wijffels is voorgedragen om per 1 september benoemd te worden tot executive director van de Wereldbank. Als ik de teneur van zijn SER-afscheidsfeestje een beetje proef, heeft hij er zin in.

    • Johan Schaberg