Ze lijken losgeweekt van de maatschappij

'Op de scholen waar ik rondloop, is het spel keihard. Het is allang niet meer dat ene blauwe oog op het schoolplein. Ze vechten al door naar elkaar te kijken. 'Wat, kijk jij naar mij?' Dan gaan ze bellen en dan komen er drie neefjes opdraven en dan is het matten. Of ze op dat moment in de les zitten, maakt niet uit. Ze worden gebeld en gaan gewoon weg om te vechten.

Martin Boom, die niet herkenbaar op de foto wilde: ‘Ik ben meer dan alleen een Mercedes met zwaailichten die Achmed thuisbrengt’ Foto Freddy Rikken 31/3/2006 Foto Freddy Rikken Agent Martin Boom Den Haag Rikken, Freddy

De videoclips van MTV zijn het grote voorbeeld. Het gevolg is dat je dertienjarigen ziet rondlopen met een enorme attitude. Puberen is een understatement geworden. Laatst maakte ik mee dat twee meiden van een jaar of zestien een soort oorlog tegen elkaar voerden. Allebei poseerden ze als bitches, allebei hadden ze een groep om zich heen verzameld. De hele dag ben ik bezig geweest ze uit elkaar te houden, maar om vier uur 's middags had zich toch een groep van honderdvijftig jongeren achter de school verzameld. Toen ben ik er doorheen gereden met sirene en al, waarna het snel afgelopen was. Wat achterbleef, was een mes en een busje traangas.

Ik werk nu zes jaar intensief samen met middelbare scholen in de Haagse binnenstad, waar veel leerlingen zitten die uit achterstandswijken als Transvaal en de Schilderswijk komen. Ik geef les over misdaad en politiewerk, maar loop er ook rond. Het is niet zo dat ik door de gangen surveilleer of leerlingen fouilleer, want ik ben niet verantwoordelijk voor de veiligheid. Maar als er iets is, spring ik daar onmiddellijk op. Is er een diefstal gepleegd, is iemand mishandeld? Dan is het lik op stuk. Maar dan ook echt. Ze zitten dezelfde middag nog op het bureau en dezelfde avond zit ik bij hun ouders op de bank. Met de vraag: wat denken jullie hier aan te gaan doen? En geloof me, ouders kunnen nog zo laks zijn als het om opvoeden gaat, ze willen allemaal dat hun kind zijn school afmaakt.

Ik heb eens gelezen dat ieder schooljaar de kans op criminaliteit bij jongeren vermindert met dertien procent. We moeten dus met zijn allen zorgen dat die jongeren op school blijven. Als een mannetje van vijftien, zestien begint te spijbelen, moet je meteen ingrijpen, voordat hij de school definitief vaarwel zegt en je hem in de binnenstad tegenkomt. Mijn grote doel is dat deze jongeren hun diploma halen. Want tegenwoordig ben je niets als je geen diploma hebt. Dan wordt het een kansloos verhaal.

Het begon voor mij toen ik een jongen van zestien aanhield die een straatroof had gepleegd en ik erachter kwam dat er bij de politie niets over die jongen bekend was. Deze knul had dus een hele weg afgelegd waar wij niets van afwisten. Toen dacht ik: als je dat wilt veranderen, moet je op de scholen wezen. Nu was ik daar al vaak, omdat ik brugklassers les gaf over politiewerk en al wist dat er grote problemen waren. Leerlingen die docenten bedreigen of spullen van docenten stelen, scholieren die zonder te eten op school komen en het brood van een ander jatten of op veertienjarige leeftijd dronken op school rondlopen. Om maar wat te noemen.

Ik heb een tijd op de motor gezeten. Dan zag je dat iedereen opeens voor rood stopte als jij bij een kruispunt stond. Maar ik wil dat er echt iets verandert, ook als ik mijn hielen licht. Daarom ben ik met mijn collega Wouter van der Kraan gaan brainstormen. Het resultaat was het project Vooruit Verdedigen, een samenwerking tussen de politie en een aantal Haagse scholen. Inmiddels zijn dat er dertig en zijn we ook actief in Zoetermeer. En ik zal je dit zeggen: ik heb de afgelopen jaren veel respect gekregen voor de manier waarop deze scholen met hun problemen omgaan en voor de inzet van de docenten.

Het werk dat ik doe, kost ontzettend veel energie, maar het heeft wel effect. In het tweede jaar dat je op zo'n school rondloopt, zie je dat de criminaliteit naar beneden gaat. Je zult me niet geloven, maar ik maak nauwelijks recidive mee. Dat komt doordat ik die gastjes elke dag zie. Ik zie ze niet alleen op school, maar ook als ik door de Spuistraat loop. En als me iets niet zint, dan spreek ik ze daar op aan. 'Oh, ga jij tegenwoordig met die en die om?' of: 'Denk je dat je ouders het leuk vinden als ik ze vertel dat je blowt?' Niet dat ik ze zal verlinken, maar ik spreek ze er wel op aan. Want ik ben meer dan alleen een Mercedes met zwaailichten die Achmed thuisbrengt. Ik ben Martin Boom en ze kennen me. Ik heb hun respect. In alle jaren dat ik dit werk doe, is er twee keer op mijn wagen gespuugd, maar niemand heeft er ooit een deuk in durven schoppen.

Natuurlijk zijn niet alle jongeren ettertjes. Met het merendeel van de leerlingen op die scholen is niets mis. Er zitten fantastische kinderen tussen, die uit achterstandsgezinnen komen, maar zich keurig gedragen op school en dat havo-diploma halen. Kanjers zijn het, die knokken voor hun plek. Maar het is die twintig procent met wie het uit de hand dreigt te lopen, waarvoor ik op die scholen rondloop. En de verruwing die je bij deze jongeren ziet, is verbijsterend. Het lijkt wel of ze losgeweekt zijn van de maatschappij en in een heel eigen wereld wonen. Leerlingen die openlijk een leraar bestelen, tijdens de les, en dan ook nog eens met een houding van mij kun je echt niets maken. Een leerling die een mes trekt tegenover een docent.

Door mijn aanwezigheid hoop ik een soort fundament te leggen. Je weet het zelf: ook al word je tachtig jaar, je zult je altijd de mensen uit je middelbareschooltijd haarscherp kunnen herinneren. Zo wil ik ook in hun geheugen gegrift staan. Als iemand die duidelijk heeft laten zien wat goed is en wat verkeerd. Ik ben altijd consequent en ik reageer altijd hetzelfde. Ze proberen wel eens een loopje met me te nemen, maar dat lukt ze niet, want ik ken hun wereld van binnenuit. Ik ken hun oudste broer en ik weet waar ze voetballen. Ik pluk er de vruchten van dat ik zoveel van die jongens ken. Het helpt me bij mijn werk op straat. Maar het heeft ook z'n nadelen, want ik kan nergens komen zonder dat er iemand roept: hé, Martin Boom.

In de zes jaar dat ik dit werk heb gedaan, heb ik één afschuwelijk dieptepunt meegemaakt. Dat was de moord op Hans van Wieren op het Terracollege, een school waar ik al drie jaar rondliep. Die school was voor mijn gevoel van mij. Maar in één klap was dat gevoel helemaal weg. Alles was opeens koud en leeg. 's Avonds heb ik zitten janken. Ik dacht bij mezelf: dit is geen incident, dit is een teken des tijds. Jongeren grijpen tegenwoordig makkelijk naar geweld. Opeens wisten we allemaal hoe kwetsbaar docenten zijn. Wat ik ook heel erg vond, was dat het nou juist op een school gebeurde die heel goed werkte aan veiligheid. Er was toezicht bij de ingang, er waren videocamera's. Juist Hans van Wieren stond er voor dat een school een veilig gebied moest zijn.

Maar ik wist ook: zo'n moord kún je niet tegenhouden. Al ben je nog zo'n goede politieman. Een school is nu eenmaal geen fort. Bij het eerste het beste kantoor houdt een portier of een receptionist je tegen, maar een school kun je zo inlopen. Dat is bij het Terra College niet veranderd. Want als je detectiepoortjes neerzet, dan geef je als school toch wel een heel treurig brevet van onvermogen af. Het helpt bovendien niets, want wie kwaad wil, smokkelt echt wel een wapen naar binnen. Je verzwakt er alleen maar de vertrouwensband tussen docent en leerling mee. En die moet er hoe dan ook zijn.

De dood van Hans van Wieren was een zware klap voor mij. Maar uiteindelijk heeft die gebeurtenis mij gesterkt in mijn geloof dat het goed is wat ik doe. En ik ben niet de enige. We zijn begonnen met twee agenten en nu zijn er meer dan tien politiemensen in het korps die zich met scholen bezighouden.

Ik ben inkoper geweest in het bedrijfsleven en daar heb ik geleerd dat, als je een goed product wilt leveren, je voorin op de lijn moet zitten. Want als het product krakkemikkig uit de fabriek rolt, ben je te laat. En dat geldt hier ook. Daarom denk ik wel eens: misschien moeten we ook eens iets doen op lagere scholen. Als ik zie hoe brugklassers elkaar pesten, dan denk ik: dat gedrag kan niet zomaar op de middelbare school zijn ontstaan. Ik vind bovendien dat pesten ernstig onderschat wordt. Vaak gaat het daarbij al om strafbare feiten: diefstalletjes, bedreigingen, beledigingen.

Ik heb dit werk zes jaar gedaan, maar nu houd ik er mee op. Ik ben moe: zo'n schooljaar zuigt je helemaal leeg. En om dit goed te blijven doen, moet je boordevol energie zitten. Maar toch is mijn verhaal positief. Ik heb het gedrag van jongeren zien verbeteren. Ik heb ouders wakker geschud. Nu zijn er anderen die het van me overnemen. Ik blijf wel politieman, want dat is een van de mooiste banen die er bestaan. Je bent met mensen bezig, hè, en niet met kippensoep. Ik ben er trots op dat ik politieman ben en dat zeg ik gewoon. Ook tegen de jongens op school.'

Wilt u reageren? Mail uw reactie naar zbrieven@nrc.nl of schrijf het Zaterdags Bijvoegsel, Postbus 8987, 3009 TH Rotterdam
    • Renate van der Zee