xxx Rente in de eurozone moet verder omhoog

De economie van de eurozone doet het beter dan nog maar een paar maanden geleden werd verwacht. De Europese Centrale Bank (ECB) heeft daarom de rente verhoogd. Maar de bank heeft nog een heel eind te gaan – om precies te zijn naar 4 procent.

De ECB doet zijn werk niet goed. Zijn belangrijkste doelstelling is een inflatie van minder dan 2 procent. Maar de inflatie bedraagt 2,3 procent en is sinds maart 2004 niet meer langdurig onder de 2 procent geweest. De centrale bank wil ook ordelijke markten op het gebied van de huizenprijzen en effectenkoersen, en bescheiden kredietgroei. Maar de leningen zijn tweemaal zo snel toegenomen als het bbp. De markten voor huizen en obligaties bloeien en de financiële markten lijken de vrees voor risico’s naar de prullenbak van de geschiedenis te hebben verwezen.

De ECB heeft wel iets gedaan. De rente is opgetrokken van 2 naar 2,5 procent. En de gouverneurs beginnen luider te klagen over de uitwassen van de financiële markten. Maar er is nog een lange weg te gaan. De rente moet 2 procent hoger liggen dan de inflatie om het enthousiasme voor leningen enigszins in te dammen.

Als de rente zoveel hoger hoort te zijn, waarom is hij dan nog steeds zo laag? Dat is een overblijfsel van de lange periode van economische zwakte in de eurozone. Maar die periode is duidelijk voorbij. De IFO-index van het Duitse consumentenvertrouwen staat op het hoogste punt sinds vijftien jaar. Historisch gezien komt dat volgens Barclays Capital overeen met een bbp-groei van 8 procent voor de hele eurozone. Maar zelfs als de regio dat percentage niet haalt, maakt de economie een veel te gezonde indruk om de bank risico’s te laten nemen.

De rente moet hoog genoeg zijn om zowel de detailhandelsprijzen als die van huizen en effecten onder controle te houden. Een reële rente van 2 procent betekent een ECB-rente van 4 procent. De ECB heeft geen reden meer om te treuzelen. De markt houdt slechts rekening met een ECB-rente van 3 procent eind 2006. Maar dat is veel te voorzichtig.

Edward Hadas

Google verrast met uitgifte van aandelen

De verklaring die Google geeft voor de noodzaak om opnieuw zo’n 2,3 miljard dollar aan kapitaal op te halen, is nieuw. De internetzoekmachine heeft niet eens de vorige 4,4 miljard dollar aan contanten die hij in augustus binnenhaalde helemaal uitgegeven, maar wil nu weer een grote hoeveelheid nieuwe aandelen verkopen. Het concern zegt behoefte te hebben aan meer liquiditeit door zijn opname in de S&P 500 index.

Het is niet zo dat Google er bakken geld doorheen draait. Het concern zal dit jaar naar verwachting een operationele winst van ruim 3 miljard dollar boeken. Het heeft beloofd 1 miljard dollar daarvan te besteden aan een belang in AOL. En ook al zou het zijn kapitaaluitgaven verdubbelen, dat zou nog slechts zo’n 1,5 miljard dollar kosten. Voor eventuele overnames zouden de aandelen van Google moeten volstaan. Contanten zijn uiteraard nuttig. Bijna 20 procent van de winst van vorig jaar was afkomstig van rente over vastgezet geld.

Dus waarom verkoopt het concern dan toch weer nieuwe aandelen? Na eerder dit jaar hard getroffen te zijn, veerde de koers weer op na bekendwording van het nieuws over de opname in de S&P 500. De aandelen zijn in één week 16 procent gestegen. De verkoop lijkt dan ook vooral een poging om te profiteren van het feit dat de koers van Google nog steeds in de stratosfeer verkeert.

Robert Cyran

Fusie Whirlpool en Maytag een noviteit

Als Whirlpool en Maytag het kunnen, kan iedereen het. Dat is de conclusie die kan worden getrokken uit de onvoorwaardelijke goedkeuring door het Amerikaanse ministerie van Justitie van de fusie van 1,7 miljard dollar tussen de twee Amerikaanse fabrikanten van huishoudelijke apparatuur. De beslissing voorziet in een verbluffend precedent, want het nieuwe concern krijgt een marktaandeel van ruim 70 procent op de markt voor wasmachines en drogers. Zelden hebben zulke machtsconcentraties het groene licht gekregen van de toezichthouders.

Dit wijst erop dat de antikartel-waakhonden voor een radicaal andere aanpak van de concurrentieverhoudingen hebben gekozen. Zij kijken niet zozeer naar hoe de zaken er vandaag de dag voorstaan, maar laten zich leiden door het beeld van morgen. In het geval van Maytag betekende de toegenomen concurrentiekracht van Aziatische fabrikanten - waaronder het Chinese witgoederenconcern Haier, dat vorig jaar zelf een bod op Maytag uitbracht - dat het niet alleen ging om de koelkasten die vandaag de dag in de Amerikaanse keukens staan, maar ook om de broodroosters van morgen.

Tegelijkertijd duidt de beslissing erop dat de antikartel-autoriteiten nu erkennen dat de zeggenschap over de prijzen op dramatische wijze is verschoven van de producenten van duurzame consumentengoederen naar de detailhandelaren. Zeker, merken doen er nog steeds toe. Maar zij leggen wel veel minder gewicht in de schaal in een tijdperk waarin grote goedkope warenhuizen als Best Buy en Home Depot producenten tegen elkaar uit kunnen spelen en de vraag grotendeels via hun prijsbeleid kunnen sturen.

Deze nieuwe antitrust-filosofie lijkt te suggereren dat iedereen die te kampen heeft met stijgende concurrentie van lagelonenlanden en het onvermogen om de prijzen te dicteren het voorbeeld van Whirlpool kan volgen. Waar het vandaag om Whirlpool en Maytag gaat, kan het morgen om Ford en General Motors gaan.

Rob Cox

Voor meer commentaar uit Londen:

www.breakingviews.com

Vertaling: Menno Grootveld

    • Robert Cyran
    • Edward Hadas
    • Rob Cox