Verspreiding van 'tamme' graan duurde 3000 jaar

Na het ontstaan van de landbouw duurde de verdringing van het wilde graan op de akkers door gedomesticeerd graan nog duizenden jaren. Dit concluderen twee onderzoekers uit Frankrijk en Japan uit een uitvoerige analyse van 804 aren (halmen) afkomstig van 6 vindplaatsen uit het Midden Oosten, tussen 10.200 en 6.500 jaar geleden . De gedomesticeerde graanhalm onderscheidt zich van de wilde doordat de graankorrel er niet vanzelf uitvalt. Gedomesticeerde halmen breken met lelijke scheuren, wilde halmen hebben mooie gladde breuklijnen (Science, 31 maart)

Linksboven: verkoolde graankorrels uit Noord-Syrië, 7.500 jaar oud. Foto Science Science

Al 19.000 jaar geleden werd er in het Midden-Oosten graan gegeten, gewoon als wilde planten. Ergens tussen 10.500 en 9.500 jaar geleden ontstond in Zuidoost-Turkije en Noord-Syrië de echte landbouw: doelbewust uitgezaaide planten die verzorgd en geoogst werden. De oudste gedomesticeerde halmen zijn teruggevonden in lagen van 9.250 jaar oud. Maar één vondst zegt nog niet zo veel. Ken-ichi Tanno en George Willcoxonderzochten in totaal 9844 halmresten uit zes opgravingen uit Noord-Syrië en Zuidoost-Turkije, waarvan 804 te identificeren waren als wild of gedomesticeerd.

In de vindplaats van 10.200 jaar oud werd geen gedomesticeerd graan gevonden, in de latere plekken nam dat percentage toe van 10% 9.250 jaar geleden, via 36% 8.500 jaar geleden tot 60% 7.500 jaar geleden.

Duizend jaar groeide er dus uitsluitend wild graan op de akkers, daarna ging de verspreiding van de tamme variant traag - waarschijnlijk omdat de boeren uit vrees voor verlies het graan al oogsten voordat het graan loskwam uit de aren. Dan vind er nauwelijks selectie plaats van de mutatie die er voor zorgt dat het graan sowieso in de aar blijft zitten.

Hendrik Spiering

    • Hendrik Spiering