Samenleving moet meer risico's accepteren

De Haagse wethouders Heijnen (PvdA), Bruins (VVD) en Stolte (CDA) stappen op. Acht jaar vormden hun partijen samen een coalitie. 'We weten het ook niet allemaal.'

Bruno Bruins, Wilbert Stolte en Pierre Heijnen. Foto Roel Rozenburg Den Haag:27.3.6 Wethouders Bruins, Heijnen en Stolte. © foto, Roel Rozenburg Rozenburg, Roel

Ze zagen Den Haag de afgelopen jaren veranderen. Het was een failliete stad met krottenwijken. Het centrum was een 'tochtgat waar je alleen de bus naar Noordwijkerhout kon pakken'. Een stad waaruit bedrijven en inwoners wegvluchtten en waar de lasten te hoog waren.

Nu zijn ze tevreden, de drie Haagse wethouders Pierre Heijnen (PvdA), Bruno Bruins (VVD) en Wilbert Stolte (CDA). De afgelopen acht jaar waren het hun partijen die Den Haag bestuurden.

Nu heeft Den Haag een binnenstad met een 'puike skyline', de krotten zijn opgeruimd. De wethouders zien dat de zo gewenste status van internationale stad werkelijkheid wordt en dat mensen weer in Den Haag willen wonen en werken - hoewel volgens gegevens van de gemeente zelf meer bedrijven uit de stad vertrekken dan dat er in komen.

Ze vonden het geweldig, maar de wethouders stoppen ermee. Na de gemeenteraadsverkiezingen van 7 maart komt er een nieuw bestuur, waar zij niet meer in zullen zitten.

Het waren geen rustige jaren: in het Laakkwartier haalden speciale eenheden twee leden van de Hofstadgroep met geweld uit hun woning. Op het Terra College schoot een beledigde leerling zijn conrector dood. Er werd veel gebouwd en gesloopt. Het publicitaire hoogtepunt was de tramtunnel, twee keer zo duur als begroot en vijf jaar later klaar dan gepland.

In het café van het Haagse stadhuis kijken de drie mannen terug. Hier geen wethouders die elkaar bevechten. Het succes van Den Haag is volgens Heijnen ook het verhaal van de succesvolle samenwerking tussen CDA, VVD en PvdA. 'Wij doen alles samen', zegt Stolte. En ook vandaag zijn ze, meestal, het toonbeeld van eensgezindheid.

Maar 'zelfgenoegzaamheid is de keerzijde van tevredenheid', dus vertellen de wethouders ook over wat er misging, en - gaat.

Ze vinden dat ze ondanks alle waarschuwingen hebben gemist dat 'de oorspronkelijke bevolking een groot wantrouwen tegen de multiculti-samenleving had', zoals Heijnen zegt. Terwijl er zo veel waarschuwingen waren, zijn 'mensen zoals Janmaat te veel weggezet als fascisten'.

Hun les hebben ze, net als zoveel andere bestuurders, wel geleerd. En hoe ze het in Den Haag nu aanpakken, daar zijn de wethouders wel weer trots op. Laatst bespraken ze nog dat Den Haag eigenlijk nooit genoemd wordt, als het nieuws over integratieproblemen gaat. Toch waarschuwt Bruins ook: 'We weten het op dit punt ook niet allemaal, het is zoeken.'

Ze hebben erdoor leren luisteren, vinden ze zelf. 'We dicteren niet vanachter de katheder, maar laten mensen meepraten', legt Stolte uit. Samen maken we de stad, zegt Bruins. 'Dat heb ik wel geleerd.' Niet dat de burgers het nu altijd voor het zeggen hebben. Heijnen: 'Je hebt een opvoedende taak, je bent toch het gezag, de hoeder van de straat.' De overheid, vinden de wethouders, bindt de samenleving.

Op het Prins Bernard viaduct vonden in 2003 op precies dezelfde plek twee ongelukken plaats. Drie mensen verongelukten. Ze reden te hard, en botsten op een verkeersheuvel. Het is een beetje opa vertelt, verontschuldigt Heijnen zich, maar vroeger was dat een risico van het leven. Nu moest Bruins, die dat eerst niet wilde, uiteindelijk een reflecterend paaltje op de vluchtheuvel neerzetten. 'Mensen eisen veel vrijheid op, maar als het een beetje mis gaat, leggen ze de schuld bij de overheid. Zelf nemen ze steeds minder verantwoordelijkheid.'

Het verkeerspaaltje is een voorbeeld van wat de wethouders als een belangrijk probleem zien voor de bestuurbaarheid van de stad: de onweerstaanbare neiging (die zij ook bij zichzelf voelen) om risicomijdend beleid te maken. Valt er een kind in de sloot, zet het gemeentebestuur om elke sloot hekken. 'We accepteren geen risico's meer.'

Je wekt de verwachting, denken de wethouders, dat 'de overheid alles wel zal oplossen'. Met meer politieke moed zouden ze vaker hebben gezegd dat er problemen zijn die de politiek niet kan oplossen.

Ze zien het ook bij de ministeries. Neem de segregatie in het onderwijs. Nauwelijks door beleid op te lossen, maar dat zegt de overheid niet, de overheid gaat regels bedenken. En zo ontstaat 'veel beleid waarvan de gevolgen ernstiger zijn dan het probleem dat opgelost moest worden', zegt Stolte.

Gemeenten maken het niet alleen zichzelf moeilijk, ze hebben ook last van het rijk. 'Uit de angsthazerij voor risico's, regelen ze alles dicht', zegt Heijnen. Het gevolg: gemeenten krijgen regels opgelegd die hun werk alleen moeilijker maken. Stolte: 'Bij elke taak die we extra moeten uitvoeren krijgen we er een bak regelgeving bij. Alles wordt altijd geclausuleerd, altijd gemonitord.'

Al die regelgeving komt niet alleen door angst voor risico's, denken de wethouders. Ze willen niet zeuren, maar Heijnen en Stolte bespeuren 'bij achtereenvolgende kabinetten toch enige mate van arrogantie jegens het lokaal bestuur'. Het ergert ze. Bruins wil het geen arrogantie noemen, maar ook hij ziet dat kabinetten zichzelf overschatten, en onderschatten wat gemeenten kunnen. 'Maar wij zijn de basis van de democratie, wij staan het dichtst bij de burger, wij weten wat er speelt.'

Waarom lukt het deze mannen niet om daar wat aan te veranderen? Zij zijn toch geen onbeduidende partijleden? 'We lopen de deuren bij de ministers en Kamerleden plat', zegt Stolte. En ze worden netjes ontvangen. Maar telkens weer zien ze de oude patronen terugkomen. Er is bij de ministeries (en parlementariërs, zegt Heijnen) ook angst voor de macht en onmacht van gemeenten.

Als hij Tweede-Kamerlid zou zijn, zou hij dáár wat aan doen, zegt Heijnen. 'Ik sluit die stap niet uit.' Maar eigenlijk wil hij geen politiek zonder het dagelijkse contact met burgers.

Wat gaan de wethouders eigenlijk doen als het nieuwe gemeentebestuur er komt? Bruins 'oriënteert' zich op een nieuwe baan. Heijnen wil verder in de politiek, maar iets anders is ook goed. Stolte zoekt iets op 'het snijpunt van publiek en privaat'. Maar eigenlijk dromen ze er alledrie een beetje van ooit nog burgemeester van Den Haag te worden.