Mythische motivatie is nuttig in de politiek, maar ook gevaarlijk

Een mythe over een land en volk, zoals de American Dream, hoeft niet waar te zijn om toch als fundament voor de maatschappijte kunnen dienen.

Niets dan de waarheid! Het is een aansprekende kreet, maar deugt hij voor de praktijk? Hoe waarheidlievend is bijvoorbeeld onze politiek? De afgelopen jaren hebben we gezien hoe politieke mythes werden ontmanteld. Oude 'waarheden' over tolerantie, discriminatie, multiculturalisme en overlegeconomie werden als leugens te kijk gezet. Ervoor in de plaats kwamen nieuwe waarheden, een nuchterder lijn, een nieuw politiek realisme.

Het nieuwe realisme kent zijn eigen mythen: aanpassing aan een joods-christelijke Leitkultur; instemming met 'gedeelde' waarden en normen; de goede burger die zijn religieuze overtuiging thuis laat als hij gaat stemmen.Tegen de aannames van elk van die mythen zijn overtuigende tegenvoorbeelden te geven, dus om echte waarheden kan het niet gaan.

Toch is het kenmerkend voor een politieke mythe dat hij als waarheid verkocht wordt. Een politiek bestel heeft een stevig fundament nodig. Een gedeeld geloof in een politieke mythe kan die rol bij uitstek spelen. Een mythe over de mogelijkheden die een land zijn burgers biedt, zal de inwoners ervan minstens zoveel richting geven als solide instituties en procedures voor democratie en rechtsstaat.

Instituties en procedures zijn onmisbaar: ze leggen de regels van het spel vast. Maar al dan niet pakkende verhalen over de 'wezenlijke' kenmerken van een volk en de individuen waaruit het is opgebouwd, bepalen hoe goed en bevlogen het spel wordt gespeeld.

Een mooie mythe legt uit waar de leden van de gemeenschap vandaan komen, wat hen verbindt, wie ze samen zijn en wat hun bestemming is. Het scheppen van een motiverende gedroomde geschiedenis, van een gedeeld lot, is sinds het antieke Griekenland een constant aspect van mythe en mythologie.

Het is tekenend dat de zéér waarheidlievende filosoof Plato de traditionele mythe en mythologie als onwaar verwierp, om vervolgens in zijn politieke filosofie te pleiten voor een nieuwe politieke mythe, een leugen om bestwil ten behoeve van het functioneren van de ideale staat benoemde.

Ons onzekere ondermaanse kennen en handelen kan niet zonder mythische motivatie. Controversiële denkers als Friedrich Nietzsche en Georges Sorel pleitten op de drempel van de 20ste eeuw voor nieuwe mythen die het moderne nihilisme tegenwicht zouden bieden.

Laten we eens een voorbeeld bekijken: de American Dream. Het is onzinnig om te stellen dat de American Dream 'waar' is. Maar het lijkt ongepast om hem als onwaarheid of leugen te kenschetsen. Dat gebeurt in de praktijk vaak, maar bijna altijd in 'bevestigende' zin. Critici zeggen meestal dat de American Dream de beloften van individuele vrijheid, gelijke kansen en welvaart niet waarmaakt. Maar ze zeggen niet dat die belofte in principe onzinnig is. Daarmee bevestigen ze de American Dream en de waarden waarvoor hij staat. Het werk van grote schrijvers als Philip Roth of Don DeLillo staat bol van dat type kritiek.

Een politieke mythe kan in het teken van het goede staan. Bovendien kan een politieke mythe openstaan voor kritiek. De American Dream heeft zich, zij het steeds onvolkomen, kunnen aanpassen aan kritiek op zijn oorspronkelijk al te blanke, mannelijke en christelijke uitgangspunten. Gediscrimineerde groepen konden daardoor, ook al weer onvolkomen, na lang historisch onrecht alsnog als vol lid worden opgenomen in de gemeenschap. In het ondermaanse bestaat geen volkomen rechtvaardigheid.

Langzaam wordt duidelijk hoe een houdbare politieke mythe eruit moet zien. Zo'n mythe is in principe universalistisch, geeft zowel individuele als collectieve aspiraties een plaats, en neemt kritiek aangaande de grenzen van de gemeenschap serieus. Je kunt niet in harde zin zeggen dat hij waar is, want hoe zou je dat moeten toetsen? Wel kun je zeggen dat hij voor grote waarden staan, wat hem waardevol maakt.

Politieke mythen waarover we negatief denken, ontberen deze aspecten. Ze zijn anti-universalistisch, anti-individualistisch en niet in staat tot zelfkritiek. Neem een wellicht afgezaagd voorbeeld: het nationaal-socialisme. Van het mythisch karakter ervan bestaan veellezingen, maar een van de invloedrijkste werd in 1930 verwoord door Alfred Rosenberg, in Der Mythos des zwanzigsten Jahrhundert. Hij zocht naar een mythe van het bloed, van de 'eer van de Duitse natie'. Daarin moest de geest van het Noordse ras tot uitdrukking komen, opdat 'ik, volk en gemeenschap' zouden samenkomen in de 'nieuwe mens van het komende eerste Duitse rijk'. Dat veronderstelt de overwinning van de joodse 'mythe van uitverkorenheid' (bron: Historische Wörterbuch der Philosophie).

Deze nationaal-socialistische politieke mythe sluit complete groepen uit van lidmaatschap in de gedroomde gemeenschap - trachtte die groepen te vernietigen. Kritiek daarop was onmogelijk, het betrof namelijk een definiërend moment van de mythe. Onbeïnvloedbare elementen als ras, etniciteit en seksuele geaardheid definieerden de grenzen van de gemeenschap. Juist het onbeïnvloedbare aan de criteria van lidmaatschap maken het individu een relatief onbelangrijke schakel in deze mythische visie op gemeenschap. Het individu wordt gereduceerd tot lid van het collectief.

Het verschil tussen een aanvaardbare en een onaanvaardbare politieke mythe schuilt uiteindelijk vooral in de vraag of de mythe werkelijk politiek van aard is. Een groep mensen die zich voor een politieke opgave gesteld ziet, heeft behoefte aan een ferme gemeenschappelijke koers. Anderzijds wordt zo'n groep gekenmerkt door verschillen van mening over die koers. In een gemeenschap waarin verschil van mening niet wordt getolereerd, heeft werkelijke politiek - het gezamenlijk bespreken en besturen van de gemeenschap - geen kans van slagen.

Hieraan kunnen we een criterium ontlenen voor beantwoording van de vraag welke politieke mythen aanvaardbaar zijn. Aanvaardbaar zijn slechts die mythen die accepteren dat een ferme gemeenschappelijke koers moet worden bereikt te midden van eindeloze verschillen van mening. Slechts waar dat het geval is, kan een politieke mythe in principe universalistisch zijn, zowel individuele als collectieve aspiraties ruimte laten, en kritiek aanvaarden.

Nederland heeft zich in de laatste jaren bezonnen op zijn politieke mythen. Het werd een gevleugeld woord te stellen dat sommige dingen vroeger (met name vóór het optreden van Pim Fortuyn) 'niet gezegd mochten worden'. Of dat nu waar was of niet, het bevestigt dat een politieke mythe alleen aanvaardbaar is als we er vrijelijk over van mening kunnen verschillen.

Onze nieuwe politieke mythe van nationale eenheid kent prominente vertegenwoordigers die dat niet altijd inzien. Wie de gevaarlijke kantjes van onze nieuwe politieke mythen wil opsporen moet uitproberen wat er vandaag de dag niet gezegd mag worden - om het dan tóch te zeggen.

Universitair hoofddocent politieke en sociale filosofie aan de Universiteit Utrecht.

    • Bert van den Brink