Moeilijke wiskunde

Wiskundehoogleraar Klaas Landsman maakt zich terecht zorgen over de instroom in de bètaopleidingen (W&O, 18 mrt), maar bij de oplossing die hij voorstelt kunnen wel wat kanttekeningen geplaatst worden. Landsman lijkt te denken dat als de VWO-wiskunde abstracter van karakter zou worden, dit meer leerlingen zou aanspreken en ze eerder voor een bètavervolgopleiding zouden kiezen, maar dit wordt door alle onderzoek op dit gebied tegengesproken. Leerlingen vinden bètavakken wel vaak leuk maar ook moeilijk, en kiezen vervolgens een opleiding omdat ze denken dat ze daarmee later een leuke of goedbetaalde baan kunnen krijgen.

Landsman signaleert dat goede leerlingen te weinig ruimte krijgen hun talenten te ontplooien. Volgens hem is het te veel een 'eenheidsworst'. Maar veel scholen bieden nu al, vaak in samenwerking met universiteiten, voor getalenteerde leerlingen verdiepend onderwijs aan. Zij hebben hun onderwijs meer aangepast aan talenten dan de universitaire bètaopleidingen, waar nog nauwelijks differentiatie bestaat. Ik ken ettelijke gevallen van goede studenten die met hun wiskunde- of natuurkundeopleiding zijn gestopt omdat ze het zo saai en weinig uitdagend vonden. Over verspilling van talent gesproken!

Uit onderzoek blijkt dat getalenteerde studenten niet meer automatisch voor studies als wiskunde en natuurkunde kiezen, maar liever voor opleidingen met een concreter en wellicht beter beroepsperspectief, zoals bedrijfskunde of geneeskunde. Deze trend is alleen te stoppen als de bètastudies op de universiteiten meer zouden inspelen op de die veranderde wensen. Een terugkeer naar de abstracte bètavakken zoals die vroeger gangbaar waren, is daarbij niet de oplossing.

Rijksuniversiteit Groningen

    • Martin Goedhart