Met rapper Kiddo Cee naar de Bijlmerhiphopfilm Bolletjes Blues

'Bolletjes Blues', de eerste Nederlandse hiphopmusicalfilm, ging vorige week in première. Saul van Stapele bekijkt de film met rapper Kiddo Cee uit Amsterdam Zuidoost

KIDDO CEE: zelf een paar seconden in beeld in ‘Bolletjes Blues’, op straat in de Bijlmer: ‘ Tof, die rap in de film’ Foto Lex van Rossen KIDDO CEE FOTO LEX VAN ROSSEN T.A.V. LEVEN ECT ROSSEN, LEX VAN

Elke keer wanneer het door rapper Negativ gespeelde personage Spike in de film Bolletjes Blues als een zachte washand door de knieën gaat voor het blanke meisje waar hij zo verliefd op is, wordt het Kiddo Cee even te veel. Dan roept hij luidkeels in de bioscoop dat de rapper zich niet 'als eenbitch' moet gedragen en gooit hij een handje popcorn naar het witte doek. De andere bezoekers van Pathé Arena in Amsterdam Zuidoost moeten er hard om lachen.

Het is dan ook even wennen. Als rapper maakte Negativ naam als uiterst agressief straatschoffie, iemand die ruzie schopte met talloze collega's en beweerde zelfs vrouwen te 'klappen'. Maar in de eerste Nederlandse hiphopmusical speelt hij een jongen uit de Bijlmer die alleen maar crimineel actief is zodat hij genoeg geld heeft om indruk te maken op Rosalie, een door actrice Sophie van Oers gespeeld meisje met een bekakte 'r' die werkt in de kantoorboekhandel van haar vader. Wanneer Spike na een overval op een juwelier van bendeleider Delano (overtuigend gespeeld door rapper SugaCane) een sieraad uit mag kiezen, vraagt hij een paar oorbellen. Hij wordt er in de film hard om uitgelachen, en ook Kiddo Cee sist in de bioscoopzaal luid door zijn tanden. 'Hij acteert wel goed, als je weet hoe die gast in het echt is Ik trap er wel in.'

De rapper reageert enthousiaster op de filmscènes waarin het nogal dunne liefdesverhaaltje niet centraal staat, zoals een lang uitgesponnen rapbattle die op een basketbalplein door verschillende rappende acteurs wordt uitgevochten ('Dit had van mij nog wel even door mogen gaan'). Of de scène waarin Spike aan 'Ome Edje' vraagt of hij voor hem naar Suriname mag om bolletjes te slikken, waarop de corpulente mannen die bij Ome Edje om de tafel zitten (gespeeld door onder anderen r&b-zanger Mark Dakriet en volkszanger Peter Beense) in luidkeels gezang uitbarsten, waarbij aan het eind Kiddo Cee's collega SugaCane ook nog een korte rap laat horen. 'Dit was dope man! Kunnen ze deze scène niet nog even terugspoelen? Cane had van mij nog wel even door mogen rappen'

geloofwaardig?

Kiddo Cee kent veel van de rappers die in de hiphopmusical een rol spelen persoonlijk en hij is zelf op de achtergrond heel even te zien. Een paar seconden maar: 'Als je met je ogen knippert dan heb je het alweer gemist', zoals Kiddo zelf zegt. Een vriend van Kiddo Cee had hem meegenomen naar een van de audities, en Kiddo werd verteld dat ze hem heel graag in de film wilden hebben. Het verhaal speelt zich voor een groot deel af in Amsterdam Zuidoost 'en als echte rapper van (Bijlmerflat) Kraaiennest zou ik de film geloofwaardiger maken.' Dat is de regisseur uiteindelijk niet echt gelukt, meent Kiddo. 'Ze hebben alle vooroordelen over de Bijlmer genomen en daar voor de drama nog een schepje bovenop gedaan. Je ziet moeders met baby's die in kelderboxen wonen, en een huisbaas die bij alle deuren langsgaat om de huur te innen. Kom op man, wij krijgen hier ook gewoon een acceptgiro opgestuurd hoor.'

De makers van de film, Birgit Hillenius en Karin Junger, hebben de film in nauwe samenwerking gemaakt met de rappers die er in meespelen. In plaats van vastomlijnde dialogen in het script, werden de rappers aangespoord om op basis van een paar aanwijzingen zo natuurlijk mogelijk met elkaar te praten. Kiddo was bij de opnames van twee scènes aanwezig. Bij de eerste scène klaagden de filmmakers dat de dialogen wel erg seksueel expliciet waren. In de tweede moesten Kiddo en de andere rappers bij de bendebaas klagen dat hij het karakter van Negativ te veel verwende. 'We begonnen te geinen dat Negativ toch met die clip 'Mijn Feestje' op televisie te zien is en dus zijn eigen spullen wel kon betalen. Dat was niet helemaal de bedoeling, haha. Ze hebben al die stukjes er uitgeknipt.'

Na afloop van de film vertelt Kiddo op een terrasje op de ArenA Boulevard dat hij Bolletjes Blues geslaagder vindt dan de film Cool! die Theo van Gogh maakte over jongens van de straat, 'met gasten die allemaal uit de maat rapten'. Hij vindt het te prijzen dat de makers de rappers geen woorden in hun mond hebben gelegd, 'zoals 'het is vet man!'. Ze praten zoals ze praten, je hoort bij die battle-scène dat er geen censuur is toegepast. Ze laten daar echt een essentieel onderdeel van hiphop zien. Dat is sowieso tof aan deze film, dat rap zo centraal staat. In Amerikaanse films spelen rappers altijd een rol, je hoort hun muziek wel maar ze rappen niet in de film zelf. Het is een origineel idee, ik zou niet zo snel een andere hiphopmusical kunnen bedenken. In 8 Mile van Eminem wordt ook wel gerapt, maar alleen in de battles die onderdeel zijn van het verhaal. Hier is het echt van: switch, rap your dialogue'

In de Bijlmer zal de film volgens Kiddo Cee niet aanslaan, daarvoor is de film zowel inhoudelijk als muzikaal naar zijn mening te veel gericht op een blank publiek. 'Ze hebben het zo wit mogelijk willen maken. Het is gewoon ongeloofwaardig dat je bolletjes slikt om een meisje te impressen. Mensen doen die shit omdat ze niets hebben, omdat hun familie niet te eten heeft, of omdat ze materiële dingen willen hebben omdat ze daar op straat op worden afgerekend. Ik ken pappies die geen tapijt in hun huis hebben en bij wie je als je op de bank zit de leuning vast moet houden, anders valt-ie eraf, maar die wel in een dikke auto rijden. Dat zie je in deze film bijna niet terug. Ze hebben het voor het blanke publiek begrijpelijk willen maken, en daarmee stoten ze een andere doelgroep juist weer af.'

DE RAUWE BIJLMERSOUND

De rappers die in Bolletjes Blues spelen, hebben voor een groot deel een rol die aansluit op hun eigen achtergrond, en dat vindt Kiddo een goede keuze omdat er veel rappers zijn geselecteerd die ook in hun muziek het straatleven centraal stellen. 'Ik zat steeds te wachten op de roffe scènes waarin zij wat lieten horen, dat was wel de jus.' Maar over de hele linie vond hij de muziek in de eerste bioscoopfilm waarin Nederlandse hiphop centraal staat weinig indrukwekkend. 'Ik snap best dat ze het niet te ingewikkeld hebben willen maken voor het grote publiek en dus hebben gekozen voor een algemeen geaccepteerde sound. Maar als je een verhaal maakt over het leven in deze buurt, kom dan ook met die grimey nummers; ik miste dat rauwe Bijlmer-geluid. Het was allemaal veel te schoon en gelikt.'

Zelf rapt Kiddo Cee in zijn muziek ook over het gehossel op de straten van de Bijlmer, onder meer over de noodzaak die mensen voelen om het criminele pad op te gaan om hun kinderen te eten te geven. 'Ik noem dat 'broodzakelijk'; het gaat niet over dikke kettingen maar over overlevingstechnieken.' Hij had verwacht dat de rappers in de film meer inbreng zouden hebben in het muzikale gedeelte, juist omdat de straatachtergrond van veel van hen ze daarvoor zo geschikt maakt. 'Als je de nummers in de film nu naast de nummers op mijn album Biologica legt, vallen ze door de mand. Het blijft allemaal aan de oppervlakte. Het is een film waarin gerapt wordt, maar een echte hiphopfilm hebben ze niet durven maken.'