Meer twijfel over Deventer moord

Een Brits forensisch rapport versterkt de gerezen twijfels over het bewijs in de Deventer moordzaak. Op basis van het bewijs is Ernst Louwes veroordeeld tot twaalf jaar cel. Diverse personen zetten zich in om de zaak heropend te krijgen, omdat ze de bewijsvoering ondeugdelijk vinden.

DNA-sporen van Louwes die op de blouse van de vermoorde weduwe Jacqueline Wittenberg zijn aangetroffen, bewijzen niet dat Louwes de moordenaar is van de vrouw. Dat zou blijken uit de contra-expertise die een Brits forensisch instituut op verzoek van Louwes' advocaat Geert-Jan Knoops uitvoerde naar het eerdere Nederlandse DNA-onderzoek.

Knoops beschikt inmiddels over het Britse onderzoek. 'Daarin staat dat het DNA-materiaal van Louwes op de blouse van de weduwe nooit als bewijs had mogen worden gebruikt', zegt Knoops. Het onderzoek zou concluderen dat de DNA-sporen net zo goed op een ander tijdstip dan de moord op de blouse konden geraken.

Volgens Maurice de Hond, die zich inzet om Louwes vrij te krijgen, zou het openbaar ministerie op basis van de contra-expertise het onderzoek moet heropenen.

Hoogleraar rechtspsychologie Peter van Koppen nuanceert de uitspraken van De Hond. 'De bevindingen in het onderzoeksrapport willen nog niet zeggen dat het openbaar ministerie de zaak nu gaat heropenen. Ook niet dat Louwes vrij zal komen', zegt Koppen, die het OM op 13 januari verzocht de zaak te heropenen.

Volgens Koppen geeft het rapport een zwaarder gewicht aan het bloedvlekje op de blouse van de weduwe. Hij zegt dat het onderzoek de conclusie trekt dat 'het volstrekt onduidelijk is hoe en wanneer dat vlekje daar terechtkwam'. Als het college van procureurs-generaal niet besluit tot heropening, zal Knoops daarom vragen bij de Hoge Raad, zegt hij.

Het OM wilde gisteravond niet inhoudelijk reageren.