Koerden voor 'hete lente'

Sinds jaren is het niet meer zo onrustig geweest in Diyarbakir. Bij rellen vielen de afgelopen dagen zeven doden. Begint Zuidoost-Turkije aan een nieuwe oorlog?

Wat ging er mis? Dat is de vraag die veel Turkse commentatoren zich de afgelopen dagen hebben gesteld. Tot vreugde van de Turkse autoriteiten verliep het Koerdische Nevroz-feest 21 maart rustig. Maar toen volgde afgelopen weekeinde een veldslag tussen het Turkse leger en Koerdische rebellen van de PKK van Abdullah Öcalan. Daarbij kwamen 14 Koerden om het leven.

Bij hun begrafenis sloeg de vlam in de pan in Diyarbakir. 'Ik durf niet naar buiten, bij mij in de buurt wordt geschoten', liet een inwoner van Diyarbakir gisteren per msn weten. Zo onrustig als de laatste paar dagen was het volgens hem in tien jaar niet geweest in Diyarbakir.

Veel Turkse waarnemers onderstreepten direct na het begin van de rellen dat ze georganiseerd waren door Koerdische extremisten. Zo kreeg de burgemeester van Diyarbakir, Baydemir, de zwartepiet toegespeeld. Hij zou een van de - gemaskerde - demonstranten op de wang hebben gekust en gezegd hun 'moed' te bewonderen. De Koerdisch-extremistische tv-zender Roj, die vanuit Denemarken opereert, zou in deze zienswijze olie op het vuur hebben gegooid.

Natuurlijk zagen sympathisanten van de PKK dat totaal anders. Zij legden de verantwoordelijkheid bij het Turkse leger. Als Turkije totale amnestie zou verlenen aan de 'gewapende strijders' van de PKK, zou het probleem in het zuidoosten snel zijn opgelost, zeggen zij al jaren. Maar het leger blijft jacht maken op de Koerdische rebellen en volgens aanhangers van de PKK gebruikte het leger bij de veldslag van vorig weekeinde zelfs chemische wapens. (Onafhankelijk bewijs daarvoor is er overigens niet).

Wat de regering in Ankara zeker zorgen baart, is de massaliteit van het protest. Premier Erdogan is de eerste premier van dit land die openlijk heeft gezegd dat er een 'Koerdisch probleem' is. Zijn regering volgt de weg van de hervormingen. Zo mochten onlangs privé-zenders uitzendingen gaan verzorgen in het Koerdisch. De hoop in Ankara is dat deze hervormingen de loyaliteit van de Koerden jegens de Turkse staat versterken.

Maar die loyaliteit blijft, zo bewijzen de rellen, uiterst wankel. Veel Koerden hoopten de afgelopen jaren, toen het geweld in de regio afnam, dat Turkse zakenlieden eindelijk in het gebied zouden gaan investeren. Dat is niet gebeurd en de voornaamste oorzaak van de rellen, georganiseerd of niet, is dat steeds meer Koerden geloven dat dit ook nooit meer zal gebeuren.

De rellen wijzen er verder op dat een deel van het Koerdische kamp aan het radicaliseren is. Er waren al tekenen dat dit het geval was. Zo ontploffen er weer 'Koerdische' bommen in Istanbul en toeristenoorden in West-Turkije. Invloedrijke Koerdische politici zoals Leyla Zana keuren die aanslagen af en roepen niet alleen het Turkse leger maar ook de Koerdische rebellen op de wapens voor altijd neer te leggen. Maar in Diyarbakir betuigden de demonstranten weer, juist als vroeger, hun steun aan de Koerdische rebellen. De taal van de extremistische Roj-tv is de laatste tijd ook weer veel radicaler dan ze geweest is. Duidelijk is daarom dat ten minste een deel van het Koerdische kamp actie wil.

Dat is heel slecht nieuws voor de regering. Omdat Turkije wil toetreden tot de Europese Unie wil Ankara geen verdere polarisatie. De reactie van de autoriteiten op de rellen was daarom relatief gematigd. Maar de vraag is hoe lang zij dat vol kunnen houden als de situatie blijft escaleren.

Turkije heeft een nationalistisch kamp dat vindt dat er met de PKK en haar sympathisanten moet worden afgerekend. En dus lijken de rellen eerder het begin dan het einde van een ontwikkeling: Diyarbakir gaat een hete lente tegemoet.