Illegaal, opgejaagd, dood

Aan de grens met Mexico leidt de weerzin van Amerikanen tegen illegalen tot mensonterende taferelen en een stijgend aantal sterfgevallen. Actievoerders die voor de illegalen opkomen, wachten doodsbedreigingen of vervolging door justitie. Bericht uit een belegerde grensstreek.

Grenspatrouille bij Las Chepas, Mexico Foto AP A group of migrants start their ride to the U.S. in a packed van on Monday, March 13, 2006, in the border town of Las Chepas, Mexico. Six months after officials bulldozed a third of the homes in this small town to shut down Mexico's latest staging ground for illegal border crossers, migrant smuggling here is booming.(AP Photo/Guillermo Arias) Associated Press

Richard Elías plukt aan zijn snor. Hij is de voorzitter van Pima County, een provincie in de Amerikaanse staat Arizona die grenst aan Mexico. Zojuist heeft hij verteld over koeltrucks met overledenen die 'ergens' in de stad staan. Waar precies, kan hij uit piëteit niet zeggen.

'Ik denk dat we praten over twee- à driehonderd lijken.'

Pardon?

'Mensen die de grens probeerden over te steken. En het niet hebben gehaald.'

En hun lichamen liggen te wachten op een parkeerplaats in Tucson, een stad

van een half miljoen inwoners?

'Uh.. ja', zegt Elías bedremmeld. Hij legt uit hoe het kon gebeuren.

Pima County probeert illegalen die de grens oversteken een handje te helpen. Terwijl federale douaniers en militairen de grens afstropen op jacht naar illegale immigranten, plaatst Pima County watertanks langs vluchtroutes - om dezelfde illegalen een hart onder de riem te steken. Vier jaar terug werd Elías gekozen met een pleidooi voor deze behandeling van immigranten. Diezelfde nacht werd zijn huis beklad: 'Kill Mexicans'. Hij was niet geschokt. Hij is de zoon van Mexicaanse emigranten. 'Ik voel de haat al jaren groeien.' Vluchtelingen worden nu zo opgejaagd dat ze in steeds grotere aantallen in de grensstreek sterven - vooral 's zomers, als het in de woestijn al gauw boven de veertig graden is. Pima County heeft het op zich genomen de overledenen te identificeren en hun families te informeren. Elías liet er een forensisch lab voor bouwen, maar dat lab kan de toestroom van nieuwe doden - tientallen per maand - niet bijbenen. 'Ik heb geen andere oplossing dan die lichamen in koeltrucks te laten liggen', zegt Elías. 'Mijn middelen zijn uitgeput. Ik vrees voor de dag dat de Amerikaanse media hier achterkomen.'

Maar het zou ook voordelen hebben, voegt hij er snel aan toe. 'Dit laat zien hoe we in dit land zijn afgezakt. Amerika haat illegalen. Zelfs als ze dood zijn, willen we geen geld uittrekken om ze respectvol te behandelen.'

Burgerwachten

De VS zien zichzelf graag als het ideale immigratieland. We zijn er een grootmacht mee geworden, zeggen Amerikanen trots. Culturele spanningen zoals in Europa zijn vrijwel afwezig. Wie geld heeft is welkom, wie geen geld heeft mag een lootje trekken. Kennis van de taal en de maatschappij is geen vereiste. Culturele eigenheid wordt gerespecteerd, religieuze vrijheid is vanzelfsprekend.

Dat is de formele werkelijkheid. Maar onder de oppervlakte sluimert onbehagen, die de laatste maanden tot uiting kwam. De bloeiende economie en de vrijhandelszones die in de jaren negentig werden gevormd met Canada en delen van Latijns-Amerika, hebben een omvangrijke illegale immigratie op gang gebracht. Volgens onderzoeken bevinden zich nu 11 à 12 miljoen illegalen in de VS, op een bevolking van 300 miljoen. Ze werken bijna allemaal. Maar uit een recente opiniepeiling blijkt niettemin dat zeventig procent van de Amerikanen illegale immigratie als het grootste probleem van het land beschouwt. En zestig procent vindt dat de illegalen zouden moeten worden uitgezet.

Vooral de laagst betaalden en de (zwarte) middenklasse zijn gekant tegen immigranten, uit vrees hun baan te verliezen. Deze groep is ervan overtuigd dat de routes waarlangs illegalen het land bereiken ook worden gebruikt door terroristen; een angst die het debat een emotionele lading geeft. Tekenend was de interpretatie die de grootste nieuwszender, het conservatieve Fox News, deze week gaf aan een demonstratie pro immigratie in Los Angeles, waar honderdduizenden de straat opgingen: 'Staan de VS op het punt van een burgeroorlog?'

De voorstanders van immigratie zijn vooral te vinden onder de maatschappelijke elites - in de politiek en het bedrijfsleven. President George W. Bush trotseert zijn kiezers en wil illegalen een verblijfsvergunning als gastarbeider geven. Werkgevers, op zoek naar goedkope arbeid, steunen dit van harte.

Maar het onbehagen heeft inmiddels ook een stem in de politiek. Tot ieders verrassing wisten ultraconservatieve Congresleden, backbenchers met namen als Tancredo en Sensenbrenner, eind vorig jaar het Huis van Afgevaardigden te verleiden de radicaalste anti-immigratiewet uit de Amerikaanse geschiedenis aan te nemen. Al jaren beklaagde dit groepje conservatieven zich over het gebrek aan rechtshandhaving aan de grens. Ze zijn het politieke verlengstuk van de Minuteman - burgerwachten die sinds eind jaren negentig immigranten met honden en wapens bij de grens opwachten.

In hun wet worden alle illegalen in één klap criminelen - als ze worden aangehouden wacht hun een celstraf van een jaar. Ook hulp van kerken aan illegalen wordt strafbaar. Er komt een muur over een lengte van 1.125 kilometer langs de Mexicaanse grens (nu zijn er alleen stukjes muur op drukke punten). Het aantal douaniers en militairen aan de grens wordt verdubbeld.

Met tactische manoeuvres slaagde de leiding van de Republikeinen er deze week in de wet voorlopig af te zwakken. (zie kader) Maar de inhoud is representatief voor de stemming in het land, zoals afgelopen week in de grensstreek met Mexico bleek: het vergt moed om in de VS nog voor illegalen op te komen.

Reddingswerk

Shanti Sellz (23) komt binnenfladderen en vertelt dat ze weer weg moet. Acties en demonstraties domineren haar leven. 'Kan het in dertig seconden? Néé?' Dan moet ze even bellen. En nog eens. Het komende halfuur zal haar telefoon om de paar minuten afgaan. Dan zucht ze en zet ze hem uit - het is half tien 's avonds. 'Weet je wat, ik neem een wijntje.'

Sellz groeide het afgelopen jaar uit tot een symbool van de immigratiebeweging. Justitie vervolgt haar wegens hulp aan illegalen. 'Ik weet niet of ik het aan zal kunnen', zegt ze. 'Ik ben hierin verzeild geraakt. En er is geen weg terug.'

Sellz vertelt dat ze, afkomstig uit het noordelijke Idaho, na de middelbare school een jaartje in Latijns-Amerika had rondgereisd toen ze twee jaar terug een baantje als kinderjuffrouw in de grensstreek vond. Pas daar drong tot haar door hoe het leven er wordt gedomineerd door de dood. Aan de ene kant is er de niet te stuiten stroom mannen, soms met hun gezinnen, die hun hoop hebben gevestigd op de kansen in de VS. Aan de andere kant zijn er de douaniers en burgerwachten die mensen tegenhouden, opjagen, vangen.

'Ik woonde in een dorpje, paste op een schattig kindje, en hoorde iedere dag dat er wéér een dode was gevallen. 'Ik vond mezelf ontzettend dom. Zo Amerikááns dom. Dit was al jaren gaande, ik wist van niets.'

Sellz kocht haar schuldgevoel af door zich als vrijwilliger aan te sluiten bij No more deaths, een groep van kerken en mensenrechtenorganisaties die 's zomers een kamp in de woestijn opzetten. Ze voeren patrouilles uit en geven vluchtelingen water en voedsel. Het kamp is gevestigd in een klein grensdorpje. 'Belegerd door de douane', zegt Sellz.

9 juli vorig jaar, de temperatuur is boven de veertig graden, treft een patrouille van No more deaths negen verzwakte vluchtelingen aan. 'Hun voeten bloedden.' De patrouille neemt de mannen mee naar het kamp, zes kunnen daarna op eigen gelegenheid verder. Een vader en zoon zijn zo uitgedroogd dat ze aan het infuus moeten, diagnosticeert een arts. De derde heeft bloed in zijn diarree. 'Een alarmsignaal.' De arts adviseert dat ze naar het ziekenhuis worden overgebracht. 'Ik heb onmiddellijk mijn auto gepakt', zegt Sellz. Ze handelt in alle openheid; vervoer van verzwakte illegalen naar het ziekenhuis ziet de douane al jaren door de vingers. 'Ik heb stickers op de auto geplakt om te laten zien dat ik reddingswerk verrichtte.'

Maar vijftien kilometer buiten het dorpje houdt de douane haar aan. Geen discussie mogelijk. Ze wordt met een co-chauffeur uit de auto gesleept en gearresteerd wegens samenzwering inzake illegale immigratie en hulp bij mensensmokkel. 'We werden in een cel gegooid en hoorden 48 uur niets.'

Sellz en haar partner krijgen daarna een zogenoemde plea deal aangeboden. Daarin bekennen ze schuld in ruil voor één jaar voorwaardelijke celstraf.

Een doorzichtige truc, zegt Sellz. 'De federale overheid wil onze groep uitschakelen. Als we schuld bekennen, geven we aan dat we verboden werk doen. Dan kunnen ze ons de komende jaren tegenhouden. Maar het kan nooit illegaal zijn om mensen in nood te helpen.'

Er staat tegenover, vertelt aanklager Ireen Feldman, dat Sellz en haar co-rijders, als ze hun berechting afwachten, een gevangenisstraf van vijftien jaar kunnen krijgen. Sellz kiest voor haar principes. 'Eerst dacht ik dat justitie blufte', vertelt ze. 'Maar nu men de zaak doorzet, denk ik dat ze erop uit zijn ons veroordeeld te krijgen.'

Ze heeft zich erbij neergelegd. Ze is gestopt met haar studie biologie en werkt als fulltime actieleider bij No more deaths.

Illegalen in de VS

vervolg van pagina 37

Haar strafzaak is typerend voor de richting die de regering wil inslaan, denkt ze. 'De grenzen moeten potdicht, en immigranten zijn criminelen of terroristen. En het komt goed als wij niks meer zeggen - want wij geven illegalen een gezicht.

Indianenstam

Het woestijnlandschap in de grensstreek wordt op steeds meer plekken onderbroken door stukken muur. Er is gestreefd naar maximale effectiviteit: hoog, soms schuin aflopend en altijd glad, zodat klimmers geen kans maken.

De muren, zegt pastoor Bob Carney, een melancholieke man, hebben het leven in dit deel van het land de laatste jaren vrijwel uitgeschakeld. In de jaren negentig was hij pastoor in het grensstadje Douglas, waar 85 procent van de bevolking Mexicaans was, en meer dan de helft illegaal - niemand bekommerde zich er om. 'Ze werkten, betaalden belasting, en zaten op zondag naast douaniers in de kerk.' Drie jaar geleden besloot de federale regering ook een muur door Douglas te trekken. De sociale verbanden werden verbroken, zegt hij, de gemeenschap viel uit elkaar. 'Ik kon het niet aanzien. Ik ben vertrokken.'

Ook het gebied van een indianenstam komt in aanmerking voor een muur, de Tohono O'odham Nation in de Sonora-woestijn, een soevereine staat die doorloopt tot in Mexico. 25.000 indianen leven in de stam, van wie zo'n 3.000 aan de Mexicaanse kant, waar de meeste indianen de tradities in ere houden, vertelt Ophelia Rivas. Zij leidt de actiegroep O'odham Voice Against the Wall.

Omdat in aanpalende gebieden al stukken muur staan, belanden steeds meer vluchtelingen als door een trechter in de Tohono O'odham Nation om de grens te passeren. Het gevolg is dat het leven in de stam nu wordt gedomineerd door patrouillerende militairen en douaniers, zegt Rivas. Ze neemt het bezoek mee op een tocht door de Nation. Aan de Amerikaanse kant een mengvorm van traditie en moderniteit: klassiek geklede indianen in lage huisjes met in de tuin een geel glijbaantje voor de kinderen. Hoe dichter bij de grens, hoe groter het aantal bewakers en soldaten. Opgepakte illegalen worden in witte bussen weggereden, soms in veewagens. Een paar kilometer van Mexico, in het Cukut Kua district, rijdt Rivas het terrein op van een nieuwe gevangenis. Een paar keten en een kooi. Enkele honderden mensen, ontredderde gezichten, zitten achter het hekwerk in de blinkende zon. 'Ze hebben weer razzia gehouden', zegt Rivas.

We steken over onverharde weggetjes de grens over. Kaal gebied, een enkele ananascactus, watertanks van Pima County. Rosita Estevan woont met haar twee schoolgaande kinderen in een lemen huisje. Haar keuken is een afdak van riet. Ze vertelt over douaniers die 's nachts rondcrossen, over flitslichten, en helikopters die overvliegen - ze leeft in een soort gemilitariseerde zone, zegt ze.

Er komt bij dat het bestuur van de Tohono O'odham, nauw verbonden met de federale regering, sinds kort ook pleit voor een muur in het eigen stamgebied. Dat is de enige manier om de overlast terug te brengen, denkt het stambestuur. Maar voor Estevan zou het betekenen dat haar kinderen, die nu dagelijks in de VS naar school te gaan, geen onderwijs meer kunnen volgen. En het zou haar afsnijden van eerste levensbehoeften: de dichtstbijzijnde supermarkt aan Mexicaanse kant is op 200 kilometer. Ze woont hier haar hele leven. 'Maar dan worden we gedwongen te gaan.'

Het is een brute ontwikkeling, raast Ophelia Rivas. De Amerikanen zijn erin geslaagd om met hun stukken muur andere gemeenschappen, zoals de indianenstam, ook een muur te laten aanleggen. Om die ontwikkeling te stuiten heeft Rivas zich met O'odham Voice Against the Wall tegen de stamleiding gekeerd. Het is een persoonlijk risico. Ze kunnen het haar onmogelijk maken nog langer in de stam te leven.

Maar ze vindt het dieptreurig dat haar eigen stamleiding de ironie niet doorziet. 'De witte Amerikanen zijn bang geworden voor de buitenwereld. Om hen te beschermen moet het leven van autochtone Amerikanen worden vernietigd. En de autochtonen helpen ze er nog bij ook.'

Naastenliefde

Drie weken terug werd de grensstreek, nog vol van de vervolging van Shanti Sellz, opgeschrikt door een nieuw, ongehoord optreden van justitie. In de stad Yuma, op het kruispunt van Californië en Mexico, werd begin maart de 12-jarig dochter van een illegale werknemer aangereden door een pick-uptruck van de grenspolitie. Het meisje verschanste zich achter een struik terwijl de douane jacht maakte op haar vader. Ze overleed ter plaatse. Na het incident arresteerde justitie de vader - als verdachte van doodslag op zijn dochter.

De beroering was groot. De lokale Arizona Daily Star, een gematigde krant, opende frontaal de aanval op de aanklager. De vader zat zeven dagen vast en kon vervolging ontlopen doordat hij beloofde het land meteen te verlaten. 'Ik kom hier nooit meer terug. Nooit meer', zei de man vlak voor zijn vertrek tegen een lokale verslaggever.

Pastoor Bob Carney kijkt droevig voor zich uit. Er zijn zoveel ontmoedigende voorbeelden, zegt hij. Vorig najaar viel de douane in de vroege ochtend een schuurtje binnen dat hoort bij een katholieke kerk in Yuma. Er sliepen illegalen. De kerk protesteerde - het was nooit eerder vertoond dat de autoriteiten zonder toestemming het territorium van een kerk op kwamen. Na protest van de bisschop zegde de douane toe dat het bij deze ene keer zou blijven. Maar dan moest de kerk beloven geen illegalen meer te verstoppen. 'Zo leveren we steeds in', zegt Carney.

Hij werkt in de St. Frances Cabrini-parochie in Tucson, waar veel militairen, in dienst van de regionale luchtmachtbasis, naar de kerk gaan. Het is een conservatieve en patriottistische gemeente, en Carney - die 's zomers in het woestijnkamp van No more deaths werkt - beaamt dat hij het moeilijk heeft. 'Mensen zijn zeer, zéér boos op mij. Ze zeggen dat ik mijn kompas kwijt ben. Ik word bespuugd door kerkleden. Ik ben uitgemaakt voor vijand van Amerika. Een 'agent van de Mexicaanse regering'.'

Een paar weken terug had hij gepreekt over naastenliefde voor illegalen. Na afloop mengde hij zich onder de mensen. 'Een man kwam schreeuwend op me af. Ik bracht de nationale veiligheid in gevaar, riep hij, ik was een terroristenvriend.' Hij vroeg de man redelijk te blijven, zoals pastoors dat hebben geleerd. 'Hij balde zijn vuist en stapte op me af - ik ben weggedoken.'

Volgens Carney oogsten de VS het gif dat de regering na 11 september heeft gezaaid. Het land is een angstige grootmacht geworden, zegt hij. Bang voor moslims, bang voor Latino's. 'De regering schrijft ons al jaren vrees voor - we voeren oorlog tegen terreur. In die sfeer neemt de ruimte voor menselijkheid af. Immigranten worden gedemoniseerd. We moeten patriottistisch zijn, we verheerlijken de vlag, we benadrukken onze religiositeit - het zwart-wit denken regeert. Maar religie is grijs. De wet van God is er een van vergeving en compassie, van hulp aan behoeftigen, van solidariteit.'

Het worden holle termen, zegt hij, als de kerk de wet van het Huis zou volgen, waarin hulp aan illegalen een misdaad wordt. Aartsbisschop Roger Mahony van Los Angeles heeft al aangekondigd dat de kerk deze wet - zéér on-Amerikaans - niet zou naleven als deze zou worden ingevoerd. Carney zelf zal zich ook komende zomer in het woestijnkamp van No more deaths melden.

Een eventuele veroordeling van Shanti Sellz, wier zaak hij op de voet volgt, zal hem niet stoppen. 'Dan maar de cel in. Dat is misschien zelfs een goede manier om weer aandacht te vestigen op mensen, in plaats van op gevaren.'

    • Tom-Jan Meeus