Hollands dagboek; Geert-Jan Knoops

Advocaat Geert-Jan Knoops zou deze week in Sierra Leone zijn om een militair bij te staan die van oorlogsmisdaden wordt verdacht. Wegens een ongeluk van zijn vrouw moest hij spoorslags terug. Vanuit Nederland zette hij het werk voort. Daarnaast kwam er nieuws over zijn cliënt Machiel Kuijt, in Thailand tot levenslang veroordeeld. Knoops (45) is getrouwd met advocate Carry Hamburger en heeft drie zonen.

Advocaat Geert-Jan Knoops in zijn Amsterdamse kantoor. ‘Wij bespreken de mogelijkheid een gratieverzoek in te dienen voor Machiel Kuijt’ Foto Rien Zilvold amsterdam advokaat knoops foto rien zilvold Zilvold, Rien

Vrijdag 24 maart

Ik betreed om acht uur 's ochtends het terrein van de Special Court for Sierra Leone in Freetown. De reis hierheen op donderdag heb ik nog niet helemaal van me afgeschud. Vanuit Nederland duurde die reis ruim 16 uur en dan ben je pas op het vliegveld. Wat dan nog rest is een bijna spectaculaire helikoptervlucht van tien minuten bij nacht naar de overkant van de baai richting stad. Gelet op mijn ervaringen in mijn diensttijd bij het Korps Mariniers houd ik mijn hart vast. Geen veiligheidsriemen voor de passagiers en de bagage van twintig mensen ligt los in de heli.

Ik reis nu voor de negende keer naar Sierra Leone om een team van advocaten te leiden dat een van oorlogsmisdrijven verdachte militair bijstaat. Het gaat om een Internationaal Tribunaal, in 2001 opgezet door de Verenigde Naties en de regering van Sierra Leone naar aanleiding van een langdurige burgeroorlog met vele slachtoffers. Als ik op vrijdagochtend het Tribunaal betreed, is er weinig veranderd. Ik was er voor het laatst in oktober met generaal-majoor b.d. Prins, als militair adviseur benoemd door de verdediging. Toen werd tijdens het proces een aantal experts gehoord, onder wie een militair deskundige van de aanklagers. Nu is het de beurt aan de verdediging om de zaak te presenteren. Daarom verblijf ik deze week wederom met generaal Prins in Sierra Leone. Deze trip staat voornamelijk in het teken van het afronden van een militair deskundigenrapport waarmee de verdediging de theorie van de aanklagers wil betwisten. Naast het werken aan het document bezocht ik mijn cliënt, die al sinds 2003 in de gevangenis van de Special Court verblijft. Hij en zijn twee medeverdachten zijn de enige drie ex-militairen die terecht staan.

Zaterdag

Als ik om acht uur met generaal Prins aan het ontbijt zit, gaat mijn mobiele telefoon. Het is de oudste zoon die mij het onwaarschijnlijke verhaal vertelt dat mijn echtgenote Carry een ongeluk is overkomen en dat zij met een ambulance naar het ziekenhuis is gebracht. Later die dag blijkt dat de gevolgen gelukkig meevallen, maar de situatie is dusdanig dat ik besluit om zo spoedig mogelijk terug naar Nederland te gaan. De eerste mogelijkheid zal de vlucht naar Brussel op zondagavond zijn.

Ondanks dit minder goede nieuws gaan generaal Prins en ik rond 11.00 uur naar het Tribunaal om verder te werken aan het militair deskundigen rapport. Vanavond spreken we met een hooggeplaatste, inmiddels gepensioneerde officier uit het leger van Sierra Leone over de inhoud van onze bevindingen in het rapport. Ik heb deze militair al meermalen gesproken. Hij is ernstig teleurgesteld in zijn overheid en uitermate bang om te getuigen. Toch is zijn kennis voor de verdediging van groot belang en als hij ons laat weten vanwege de bedreigingen helaas niet te kunnen getuigen, bekruipt mij het gevoel dat wij voor dit Tribunaal geen rechtvaardigheid zullen vinden.

Zondag

Vandaag de vervroegde terugkeer naar Nederland. Wij lopen na het ontbijt in een vochtig klimaat met 30 graden buitentemperatuur naar het kantoor van de vliegmaatschappij SN Brussel dat gesloten blijkt. Er zit dus niets anders op dan vroeg, wederom met de bekende helikopter, naar het vliegveld te gaan. Om de tijd zo goed mogelijk te benutten, maken we telefonische afspraken met een aantal militairen van wie een deel moet worden geïnterviewd. Een van hen is ook een hooggeplaatst officier die mij vertelt te worden geïntimideerd door de overheid nu men weet dat hij contacten met de verdediging van de Special Court heeft.

Verontwaardigd zeg ik tegen generaal Prins: 'Op deze wijze is een eerlijk proces onmogelijk.' Toch zijn wij vastberaden om door te gaan met ons plan en generaal Prins zal de komende week zijn uiterste best doen om met getuigen te spreken. Voor mijn vertrek, om circa twee uur in de middag, word ik ook nog met een andere zaak geconfronteerd, namelijk die van Machiel Kuijt, de Nederlandse verdachte die al bijna 9 jaar in Thailand vastzit en in afwachting is van de uitspraak van het Hooggerechtshof. De uitspraak zal morgen worden gedaan in Bangkok. De spanning is groot aangezien het in deze zaak gaat om levenslange gevangenisstraf en vrijspraak.

Maandag

Na een 18 uur durende reis van Freetown via Monrovia (Liberia) arriveer ik maandagochtend om 5.35 uur in Brussel. Direct ontvang ik een sms van Telegraaf-journalist Charles Sanders met het dramatische bericht dat de Supreme Court in Thailand het hoger beroepvonnis tegen Machiel Kuijt heeft bevestigd en dat hij nu dus definitief tot levenslang is veroordeeld. Om 7.15 uur bel ik op Brussel airport, wachtend op de KLM-machine, de moeder van Machiel die het nieuws inmiddels kent. Aangeslagen zegt ze dat de laatste hoop nu is gevestigd op de terugkeer van Machiel via het nieuwe WOTS-verdrag dat Nederland met Thailand heeft gesloten.

Als ik om 9.30 uur weer voet op Nederlandse bodem zet, spoed ik me eerst naar het ziekenhuis om mijn echtgenote te bezoeken. Deze dag staat verder ook in het teken van veel telefoon van de media over de zaak van Machiel Kuijt. Het ministerie van Buitenlandse zaken belt mij over de verdere mogelijkheden en op kantoor stuur ik die middag al een verzoek om het verdrag voor Machiel Kuijt in werking te stellen. Generaal Prins, die nog in Sierra Leone zit, bel ik vanuit mijn kantoor en ik neem met hem een aantal getuigenverklaringen door in verband met de voortgang van zijn rapport. 's Avonds verschijn ik met de moeder van Machiel, Pita, in het programma van Barend en Van Dorp waar mevrouw Kuijt, ondanks de emoties, goed uiting geeft aan wat zij de negen jaar dat haar zoon nu in Thailand vastzit, heeft doorgemaakt.

Dinsdag

Als ik om 7 uur opsta, ga ik direct aan de slag om een aantal memo's te schrijven voor de voorbereiding van de verdediging in Sierra Leone. Nu ik daar deze week niet kan zijn, heb ik me voorgenomen zoveel mogelijk uit Nederland de afronding van het militair deskundigenrapport te bevorderen.

Voor ik aan mijn telefoongesprekken met mogelijke getuigen en met deskundigen in Sierra Leone begin, gaat de telefoon op mijn kantoor. Het is de Nederlandse ambassadeur in Bangkok, Pieter Marres, die mij belt over Machiel Kuijt. Ik dank hem voor zijn aanwezigheid gisteren bij de uitspraak en zijn inzet. Vergeleken met de vorige ambassadeur in Bangkok is hij zeer bij de zaak van Machiel Kuijt betrokken en hij heeft hem al enkele malen in de gevangenis bezocht. Ik spreek met hem de procedure door die gevolgd zal moeten worden om het Thaise vonnis tegen Machiel overgedragen te krijgen naar Nederland. De ambassadeur en ik denken na over de beste aanpak nu een Thaise commissie van 13 personen over de overdracht aan Nederland zal beslissen. Ook spreken wij over de mogelijkheid van een gratieverzoek als de Thaise koning in juni zijn 60-jarig ambtsjubileum viert en er in Thailand een zogenaamd 'Royal Pardon' kan worden verleend aan bepaalde gevangenen.

Daarna bel ik de moeder van Machiel op om haar verslag te doen. Met Machiel blijft zij hoop houden: hun doorzettingsvermogen is bijna bovenmenselijk. Als het kantoor 's avonds wordt gesloten heb ik de onbedwingbare behoefte te gaan hardlopen om alle energie eruit te rennen en mijn gedachten op orde te brengen. Na het hardlopen heb ik weer de nodige inspiratie en werk ik nog aan een artikel voordat ik mij zet aan de verzorging van mijn echtgenote die voorlopig helaas door het ongeluk is uitgeschakeld.

Woensdag

Ook vandaag is het weer vroeg opstaan om voorbereidend werk te doen voor mijn zaak in Sierra Leone. Ik bel rond 9 uur met generaal Prins in Sierra Leone waar het dan 2 uur eerder is en we spreken zijn dag door om tot een zo optimaal mogelijke aanpak van het feitelijk deel van zijn rapport te komen. Nog steeds is onze zorg dat we geen toegang krijgen tot de hogere militairen uit Sierra Leone. Het goede nieuws is dat de generaal donderdag bij de minister van Defensie van Sierra Leone op bezoek kan gaan om hierover te spreken.

Generaal Prins en ik zijn in oktober 2005 toen we samen in Sierra Leone werkten aan de voorbereidingen van de verdediging voor het tribunaal, al bij deze minister geweest. We hebben toen uitvoerig gepraat over alle tegenstand die ik als verdediger in Sierra Leone ondervind. Toch blijft het essentieel dat de militairen van Sierra Leone zich durven uitspreken over het conflict en vooral over de vraag of mijn cliënt wel militaire verantwoordelijkheden heeft gedragen tijdens het conflict.

Een andere vraag is: hadden we tijdens de burgeroorlog wel te maken met een regulier leger dat goed georganiseerd was? In de middag werk ik met mijn collega Karlijn van der Voort aan een belangrijke motie die we moeten indienen bij het Rwanda-tribunaal in Tanzania waar wij ook een verdachte bijstaan. Om half twee ontvangen we per email een persbericht van het College van Procureurs-Generaal over het nieuwe onderzoek in de Deventer moordzaak: het College heeft helaas meer tijd nodig om tot een eindrapport te komen. Juist daarvoor belde ik met het Engels forensisch instituut dat op ons verzoek een nieuw DNA-onderzoek doet naar de rapporten van het NFI die tot de veroordeling van Ernest Louwes hebben geleid. Het rapport wordt eind deze week verwacht, zo wordt mij verteld door de Engelsen. Ik bel daarop direct naar de heer Louwes om hem te informeren. Het is wederom een veelbewogen dag die ik afsluit met 8 kilometer hardlopen om stoom af te blazen.

Donderdag

De dag begint met een instructie per e-mail aan ons defence team in Sierra Leone. Ik praat met generaal Prins die later op de ochtend namens mij overlegt met de onderminister van Defensie in Sierra Leone om toestemming te krijgen een aantal belangrijke militaire officieren te spreken. De generaal belt mij 's middags terug en doet verslag: het is een ferm gesprek geworden en hij heeft de onderminister een brief van mij gegeven, waarin ik een klemmend beroep doe om deze militairen te mogen spreken voor onze zaak. Ook heeft de generaal de minister op niet mis te verstane wijze te kennen gegeven dat het essentieel is voor een juiste beeldvorming dat wij deze militairen mogen spreken.

Intussen is bij het Tribunaal ook Charles Taylor gearriveerd en het gerucht gaat dat deze verdachte mogelijk naar Den Haag zal worden overgebracht. 's Avonds heb ik weer per telefoon een uitvoerige briefing met generaal Prins over wat ons te doen staat als de minister van Defensie in Sierra Leone ons geen toestemming geeft. Wij besluiten dat ons dan geen andere mogelijkheid rest dan deze non-coöperatie aan het Tribunaal voor te leggen en wellicht ook aan de VN en de Nederlandse overheid. Nederland is één van de belangrijkste sponsoren van dit Tribunaal en ik acht het onbestaanbaar dat Nederland een tribunaal zou sponsoren waar geen eerlijk proces kan plaatsvinden doordat de lokale overheid simpelweg niet toelaat dat de verdediging getuigenverklaringen kan verkrijgen van militairen die directe kennis hebben over de burgeroorlog.

Vrijdag 31 maart

Weer een drukke dag. 's Ochtends hoor ik dat er om 11.00 uur een radio-uitzending is waarin mijn cliënt Eric O. wordt genoemd. Als mijn collega's en ik het programma beluisteren, blijkt de teneur te zijn dat de marine niet voldoende zou hebben meegewerkt met justitie in verschillende onderzoeken. We reageren verbaasd, een aantal belangrijke hoofdrolspelers komt niet aan het woord, en er is dus sprake van onvolledige feiten.

Als ik bezig ben met het schrijven van een motie voor onze zaak bij het Joegoslavië Tribunaal (wij staan het voormalig hoofd van de Servische veiligheidsdienst bij, een zaak die aan de Milosevic-zaak is gelinkt) krijg ik een telefoontje van de Chief of Prosecutors van het Rwanda-Tribunaal, Mr. Stephen Rapp, over onze zaak bij dat Tribunaal. Hij informeert naar een motie die we gisteren hebben ingediend voor de verdediging bij dat Tribunaal. Mr. Rapp vertelt me dat een van zijn collega's bij het Tribunaal daar is overleden, een jonge jurist uit de Verenigde Staten. Ik schrik, vooral omdat het ook onze ervaring in deze landen is dat de medische zorg er op een lager peil staat. Dit zet je toch aan het denken.

Na dit gesprek krijgt ik mijn lokale Co-Counsel in Sierra Leone, Mr. Manly-Spain, aan de telefoon over een belangrijke uitspraak van het Sierra Leone Tribunaal. Wij hebben na het afsluiten van de zaak van de aanklagers een verzoek tot (gedeeltelijke) vrijspraak ingediend. Helaas bereikt mij om 15.00 uur het bericht dat het Tribunaal deze motie tot vrijspraak heeft afgewezen.