Fusie Whirlpool en Maytag een noviteit

Als Whirlpool en Maytag het kunnen, kan iedereen het. Dat is de conclusie die kan worden getrokken uit de onvoorwaardelijke goedkeuring door het Amerikaanse ministerie van Justitie van de fusie van 1,7 miljard dollar tussen de twee Amerikaanse fabrikanten van huishoudelijke apparatuur. De beslissing voorziet in een verbluffend precedent, want het nieuwe concern krijgt een marktaandeel van ruim 70 procent op de markt voor wasmachines en drogers. Zelden hebben zulke machtsconcentraties het groene licht gekregen van de toezichthouders.

Dit wijst erop dat de antikartel-waakhonden voor een radicaal andere aanpak van de concurrentieverhoudingen hebben gekozen. Zij kijken niet zozeer naar hoe de zaken er vandaag de dag voorstaan, maar laten zich leiden door het beeld van morgen. In het geval van Maytag betekende de toegenomen concurrentiekracht van Aziatische fabrikanten - waaronder het Chinese witgoederenconcern Haier, dat vorig jaar zelf een bod op Maytag uitbracht - dat het niet alleen ging om de koelkasten die vandaag de dag in de Amerikaanse keukens staan, maar ook om de broodroosters van morgen.

Tegelijkertijd duidt de beslissing erop dat de antikartel-autoriteiten nu erkennen dat de zeggenschap over de prijzen op dramatische wijze is verschoven van de producenten van duurzame consumentengoederen naar de detailhandelaren. Zeker, merken doen er nog steeds toe. Maar zij leggen wel veel minder gewicht in de schaal in een tijdperk waarin grote goedkope warenhuizen als Best Buy en Home Depot producenten tegen elkaar uit kunnen spelen en de vraag grotendeels via hun prijsbeleid kunnen sturen.

Deze nieuwe antitrust-filosofie lijkt te suggereren dat iedereen die te kampen heeft met stijgende concurrentie van lagelonenlanden en het onvermogen om de prijzen te dicteren het voorbeeld van Whirlpool kan volgen. Waar het vandaag om Whirlpool en Maytag gaat, kan het morgen om Ford en General Motors gaan.