Een ervaring waaraan je trouw wilt blijven

In Mobiel, de nieuwe thriller van Stephen King, gaat een striptekenaar na hoe hij een vrouw in een kantoorpak zou kunnen tekenen. Hij heeft haar op straat gezien, met modieus kort haar en een poedel aan de riem. Maar hij denkt vooral na over het decor voor zijn stripvenstertje: 'De Duck Boat die de tekening net verliet, de hotelportier op de achtergrond - die dingen maakten het op de een of andere manier levensechter. Dat was zo; zoiets wist je gewoon.' In het Engels staat het iets duurder geformuleerd: '... those things lending the sketch its verisimilitude. They would; it was just a thing you knew.' Verisimilitude betekent waarschijnlijkheid, aannemelijkheid of, inderdaad, levensechtheid, maar de etymologie van het Engelse woord zegt zoveel meer: het komt rechtstreeks uit het Latijn - veri verwijst naar 'waarheid' en similitudo naar 'gelijkenis'.

Wat Stephen Kings striptekenaar bedoelt, is dat de details in de achtergrond zijn tekening zouden doen lijken op de waarheid, op wat echt is.

Wie de vraag stelt naar de waarheid van de kunst, zou zich kunnen beperken tot dit technische niveau. Je ziet dan, in dit geval, hoe een schrijver uitlegt hoe een tekenaar iets levensecht kan maken - welke trucs hij uit zijn opleiding of uit zijn hoge hoed kan halen ('It was just a thing you knew'). Het gaat dan over het soort van artistieke waarheid dat meestal 'realisme' wordt genoemd. Het realisme wordt nog vaak exclusief in verband gebracht met een 19de-eeuwse traditie (met een schilder als Gustave Courbet of een auteur als Honoré de Balzac), maar zoals bekend kan men vandaag ook over het 'realisme' van de nieuwe Spielberg bakkeleien, waarbij het dan altijd de vraag is of die film ons de indruk geeft dat we naar iets zitten te kijken dat 'waar gebeurd' is of toch minstens echt had kunnen gebeuren. Als we de indruk krijgen dat een verhaal 'echt gebeurd' is - dus op een of andere manier de schijn van waarheid heeft - dan ligt dat volgens de Franse filosoof Roland Barthes aan de details. Of juister: 'aan een soort overdaad van het vertellen, dat kwistig strooit met 'nutteloze' details', met behulp van beschrijvingen die de plot juist niet vooruit helpen. Anders dan W.F. Hermans' mussen die nooit zomaar van het dak mogen vallen, is Gustave Flauberts beeld van Rouaan in Madame Bovary realistisch, omdat de Franse romancier zich uitput in details, die geen betekenis hebben voor de plot, zelfs geen metaforische.

En toch is dat maar een beperkt antwoord, met beperkte merites. Want zelfs bij geheel onrealistische kunst kan men het gevoel krijgen dat zij de waarheid laat zien. Om een voorbeeld uit de schilderkunst te nemen: bij het abstracte lijnenspel van een Mondriaan, of de weloverwogen kleurencombinaties van Mark Rothko hebben meerdere mensen het idee dat het 'klopt', dat het 'juist zit'. Het kan dan niet langer gaan over herkenbare details die het werk de smaak van levensechtheid geven - met details als een soort van voedingsadditief - want die zijn er helemaal niet. Het moet gaan over iets dat voorbij dielevensechtheid gaat, de schijn van waarheid die onder meer voor herkenbaarheid zorgt, maar die niets te maken heeft met de 'waarheid' van een non-figuratief schilderij.

Of neem de cellosuites van Bach. Wat zou er realistisch kunnen zijn aan muziek, voor zover die het puur nabootsende karakter overstijgt (van kwinkelerende vogeltjes of de rivier de Moldau, zoals bij Smetana's compositie, bijvoorbeeld)? Wat is de waarheid van een drumsolo?

De Franse filosoof Alain Badiou beschouwt de kunst als een van de vier waarheidsdomeinen (naast de politiek, de liefde en de wetenschap), waarop een mens geraakt kan worden door een 'evenement', een overrompelende gebeurtenis waaraan men 'trouw' moet zijn. Wat dat betreft kan er evenveel waarheid schuilen in een mooie vrouw die in je woonkamer komt dansen als in een relativiteitstheorie of een revolutie. Of in een grandioos concert, een elegie van Rainer Maria Rilke of een roman van Stephen King. Al is dat laatste voorbeeld minder waarschijnlijk, Kings thrillers zijn doorgaans veel te clichématig voor zo'n evenement. Badiou heeft het over artistieke waarheden wanneer tot nog toe ongedachte, vormeloze 'monsterlijkheden' in een kunstwerk, of een reeks kunstwerken, vorm krijgen. Een monster is iets dat nog geen contouren heeft, of net op het punt staat om afgebeeld te worden, iets waarvan de omtrekken zo onbekend zijn dat ze angst inboezemen. Ietwat gesimplificeerd zou je kunnen zeggen dat voor Badiou kunstwerken een deel van de werkelijkheid voor het eerst in een vorm gieten - of beter: dat zij voor het eerst die delen van de werkelijkheid laten zien. De enige taak van de kunstenaar is het zichtbaar (hoorbaar of leesbaar) maken van alles wat normaal onzichtbaar blijft of zelfs niet bestaat. De waarheid van de literatuur is voor hem veel meer dan de nabootsing van een vrouw met een hond aan de leiband. Bij Badiou sluit de waarheid van de kunst veel directer aan bij het overrompelende gevoel van de esthetische ervaring. In de trouw aan die overrompeling ligt de echte waarheid van het kunstwerk: als het goed is, zal het je leven veranderen.

Dat komt veel dichter bij het gevoel dat mensen krijgen bij een Rothko, die hen in een museum volkomen overrompelt en hen zodanig van slag maakt dat ze van de weeromstuit dure woorden als 'waarheid' in de mond gaan nemen. Eerder dan naar een begrip als 'realisme' zijn we dan geneigd om naast 'waarheid' naar vage begrippen als 'het onzegbare', 'het ongrijpbare' of 'het sublieme' te grijpen. Die vaagheid is niet toevallig. Meer nog: dat gebrek aan precisie toont heel goed aan waar het om draait. Als we heel precies konden aangeven wat de waarheid is van een stilleven van Morandi of een sonnet van Shakespeare, dan zouden we het wellicht zonder dat kunstwerk kunnen stellen. Dan hadden we aan de waarheid ervan genoeg.

Als het een goed werk is, dan rest er een je-ne-sais-quoi in de samensmelting van vorm en inhoud, een surplus dat nooit kan worden vastgelegd in een stelling over dat werk. En daar ligt de kracht van kunst. En haar waarheid.

Docent Engels aan het Hoger Instituut voor Vertalers en Tolken in Antwerpen. Hij schrijft over literatuur voor 'De Morgen' en 'Humo'. Vorig jaar verscheen zijn taalfilosofisch proefschrift 'Numerous meanings'.

    • Bert Bultinck