Denekamp - Oldenzaal

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week in Twente

Wandelen? Nou... Ik loop de kantjes er vanaf. Dat veroorzaakt het weer, dat doet het landschap. Die twee delen namelijk een goed humeur, met weergaloos effect. Niet dat ze speciaal de een of andere wandelaar willen behagen, ze zouden niet op het idee komen, die is er voor hun, niet omgekeerd. Niettemin, anders dringen ze er nog wel eens op aan dat hij eens even flink zijn best doet.

Nu niet.

De zon is Casanova. Languissant knipoogt hij naar de strenge grijze wolken en als ze zich gewonnen geven, smeert hij alles onder met vaselinelicht en satijnen gloed. De wind plaatst zuigzoentjes. En in het Twentse landschap vleien bossen vol bemoste stammen zich om de smachtende akkers en om de weidegrond vol kluiten. De oude villa's van de textiel- en andere baronnen reppen van plattelandsromantiek uit de jaren twintig (dromerig maar wel met charleston). De rivier de Dinkel stroomt in ongehaaste bochten. Hij trekt putjes en draaikolkjes en knoopt met modder tapijtjes achter te water geraakte, dorre bomen.

Dit alles bij elkaar maakt het hier ongeschikt voor de ferme pas.

Doen we dan ook niet aan. We pruttelen over slijkpaadjes de landschapsparken door. Die horen bij landhuizen maar ze zijn geen park meer. Hoewel voortgekomen uit een menselijk brein en door mensenhanden aangelegd, gedragen ze zich zelfbewust kleinwoudelijk. Een zware man in zwartgeel sportkostuum, miniatuur vanwege de afstand, zakt door in diepe kniebuigingen, steunend tegen een hek. Een dikke wesp, dacht ik even, maar dat kan niet, het is nog geen zomer. In het grasland iets verderop leven blonde pony's met een trage blik, in de moerasgebiedjes wonen de vinken. Onder de bosrandberm bloeit één lila crocus (de rest wordt nagestuurd, neem ik aan).

'Rechts sind Bäume, links sind Bäume

Und dazwischen Zwischenräume',citeert man. 'Kurt Tucholsky', voegt hij toe.

Hoe het gedicht verder gaat, weet hij niet meer en evenmin waarover. Maar dat dondert helemaal niet. Man is niet onfeilbaar maar hij is wel weer eens cruciaal. Want voor mij, in het hier en het nu, verklaren deze twee regels precies waar wandelen om draait: om de wandelpaden als tussenruimtelijke gebieden waarin alles wat de verbeelding aandraagt, kan en mag en mogelijk is.

In een formatie kale kruinen mokt een vracht kauwtjes. Nu stijgen ze tierend op. Ze voeren op verschillende hoogtes wat glijvluchten uit en landen weer. Alles kits. Nesten bouwen maar, zou ik zeggen. 15 km. Kaarten 12, 13, 14 uit: Twentepad. Uitg. Wandelplatform-LAW, Amersfoort 2005. Bus 62 verbindt elk uur begin- en eindpunt (Oldenzaal: halte Ziekenhuis; Denekamp: halte Oranjestraat, 1 km afstand Molendijk volgen van of naar Havezathe van Singraven). Inl. www.9292ov.nl of tel. 0900 9292.

    • Joyce Roodnat