De politiek werkt met kletspraat, verzwijgen en halve waarheden

Wie liegt geeft daarmee toch blijk van achting voor de waarheid. Wie 'bullshit' verkoopt niet: de waarheid wordt er steeds schimmiger door. In de Nederlandse journalistiek en politiek komen verdraaien, verdoezelen en eenzijdig informeren veel meer voor dan regelrechte leugens.

Tekening Barbara Mulderink Mulderink, Barbara

Ben Domenech was een sensatie. Twee weken geleden werd hij de nieuwste onlinecolumnist van The Washington Post. Vijf dagen later was de droomcarrière van de 24-jarige blogger-op-contract voorbij: internetmieren hadden giftige kruimels uit zijn verleden naar het virtuele dorpsplein gesleept. Hij had racistische uitspraken gedaan, Martin Luther Kings weduwe Coretta voor 'communiste' uitgemaakt en een spoor van verzonnen en gejatte citaten getrokken. De opinierubriek van de Post moet het weer zonder deze agressief-conservatieve stem doen. Zijn waarheden waren zelfs in zijn eigen kring onhoudbaar.

Met nog meer spektakel werd in januari het lot bezegeld van de megabestseller-auteur James Frey. Nadat zijn A Million Little Pieces in oktober door Amerika's huiskamervedette Oprah Winfrey was omhelsd als baanbrekend non-fictieboek, schoot de ex-alcohol-, -drugs- en misdaad-jongleur met een miljoenenoplage door de geluidsbarrière van bekendheid, rijkdom en salonfähigkeit.

De onderzoeksjournalistieke website thesmokinggun.com trok een aantal van zijn ergste, in geuren en kleuren beschreven vergrijpen na, en vond dat Frey niet 90 dagen maar vijf uur in de gevangenis had gezeten. Zijn met kots, crack en zaad verhevigde proza was bijna helemaal verzonnen. Oprah schoot haar ontdekking eerst te hulp in Larry Kings uithuiluurtje op CNN, maar toen de de bewijzen overweldigend werden, noodde zij Frey opnieuw op haar sofa om hem voor het front van de tv-massa's moreel te executeren.

Internet en tv als standgerecht hadden hun werk gedaan. Domenech en Frey zijn niet de eerste slachtoffers van het gevecht om de waarheid dat in Amerika woedt. Naarmate er meer op losgekletst wordt, wordt de waarheid ongrijpbaarder. Bedrijven, ondernemende fantasten, politici en alle mengvormen daarvan maken steeds luidruchtiger aanspraak op definitieve waarheden. Een deel van het dorp komt er nog steeds op af. Waarheid, het woord alleen al is dof door misbruik en slijtage.

'Een van de meest pikante kenmerken van onze cultuur is dat er zo veel bullshit in omloop is. Iedereen weet het. Ieder van ons draagt er het zijne aan bij', schreef Harry G. Frankfurt, emeritus hoogleraar filosofie aan Princeton University. In zijn met veel succes als losstaand boekje heruitgegeven essay On Bullshit (Princeton University Press, 2005) maakt Frankfurt onderscheid tussen 'liegen' en 'bullshit vertellen'. (De Nederlandse vertaling 'gelul' klinkt nog onaantrekkelijker dan de Amerikaanse term, dus hou ik het maar bij de koeienvariant.)

De bull-verteller spreekt soms bij toeval de waarheid, stelt Frankfurt, maar kenmerkend is zijn volstrekte onverschilligheid voor de waarheid. De leugenaar liegt met opzet. Voor de bullshitter is het rekening houden met de waarheid niet de moeite van de inspanning waard. Daarmee is hij gevaarlijker dan de leugenaar, vindt Frankfurt. De leugenaar geeft om de waarheid, dat blijkt uit zijn zorg om die zoek te maken. De bullshitter werpt een rookgordijn op, vertelt van alles en het tegendeel, in de hoop dat mensen denken dat wat hij zegt boeiend is en misschien wel waar.

Coral Gables, Florida, 30 september 2004. Direct na afloop van het eerste presidentiële debat tussen George W. Bush en John Kerry brandt het debat over het debat los. In een tot 'spin alley' omgedoopte sporthal vertellen (oud-)ministers en topmedewerkers van de beide kandidaten aan iedere journalist die het maar wil horen wie het debat heeft gewonnen, en waarom. Het drijft de berichtgeving die avond en de volgende ochtend. Bush heeft het zo gek nog niet gedaan, hij spreekt meer tot het hart.

De waarheid over iets waar geen waarheid over bestaat werd daar gekneed, door de beste grote monden in de Verenigde Staten. In de dagen die volgden wezen opiniepeilingen uit dat een meerderheid van het kijkersvolk vond dat Kerry had gewonnen. Zonder exacte criteria, identieke vragen, standaard methodologie betekende het even weinig. Het was nieuws en opnieuw aanleiding voor commentaar. Bullshitters' paradise.

Maar waar ging het om bij die verkiezingen? Amerika was bezig het Midden-Oosten te verbouwen, voerde een wereldwijde oorlog tegen het terrorisme en al doende werd de Amerikaanse rechtsstaat opgerekt. In december 2005 publiceerde The New York Times het nieuws dat president Bush zonder de vereiste gerechtelijke toestemming de geheimste van de geheime diensten, de National Security Agency, opdracht had gegeven Amerikaanse burgers af te luisteren. De krant biechtte terloops op dat zij deze feiten al een jaar eerder kende, maar er toen op verzoek van de regering niet over had bericht. Even geen waarheid s.v.p.

Dat was misschien even groot nieuws. De meest legendarische krant van het vrije Westen houdt op verzoek een voor de regering ongunstige portie waarheid een jaar stil 'in het belang van de nationale veiligheid', zonder aan te duiden waarom dat immense belang een jaar later niet meer geldt. Het was geen kleinigheid: ruim dertig jaar geleden wond Amerika zich ten tijde van president Nixon zo op over vergelijkbare praktijken dat draconische maatregelen werden genomen. Het waren exact die maatregelen waar de regering-Bush geen geduld voor had.

The New York Times meldde eind vorig jaar ook niet of de binnenlandse afluisterzaak al op de redactie bekend was vóór de verkiezingen van november 2004. Zo ja, dan had het nieuws zeker een rol gespeeld in de verkiezingsstrijd. Uitstellen was voor The Times niet aan de orde, toen een Texaanse actiegroep in de zomer van 2004 het Vietnam-heldendom van de Democratische presidentskandidaat John Kerry verdacht maakte, en daarmee zijn campagne fataal deed ontsporen. De groep heette Swiftboat Veterans for Truth - de waarheid was ongeveer het laatste waar deleden op uit waren. Geen medium stelde dat tijdig en afdoende aan de kaak.

Wat een wereld van verschil op het kruispunt van politiek en journalistiek in Nederland. Het meest saillante politieke moment dat men zich hier van de laatste jaren herinnert is de joviale begroeting in de tv-studio van Ad Melkert door Pim Fortuyn en de er op volgende mentale implosie van de toen aanstaande PvdA-premier. Brutaal populistisch optimisme ontmoet afkeer en onbehagen, althans die indruk is blijven hangen. Maar gemeen, laat staan bedrieglijk was het toch niet. Voor veel Nederlanders had het moment een groot waarheidsgehalte.

Blijft iedereen in het Nederlandse openbare leven voortdurend dicht bij de waarheid, probeert niemand zijn versie met list en sluwpraat op te leggen? Ton Elias, een oud-tv-journalist die een bureau heeft opgericht dat bedrijven en politici adviseert over hun communicatie met de buitenwereld: 'Spin? Het is van alle tijden. De journalist is er toch zelf bij? Het is een spel van lokken en wijken, een soort tango. Zoals Jan Schinkelshoek [voormalig parlementair journalist en oud-woordvoerder van de CDA-fractie, nu directeur communicatie van de Rabobank] zegt: 'Je moet elkaars rol kennen. Journalisten moeten niet piepen'.'

Elias constateert wel een afnemende professionaliteit aan de kant van de journalistiek. Die uit zich in twee trends: er wordt steeds minder gedaan voor wederhoor, en er is wat hij noemt 'een enorme gepreoccupeerdheid', een neiging over informatie te oordelen, of niet eens te willen oordelen, op grond van een negatief oordeel over de afzender.

'Feitelijke journalistiek behoort tot de uitzonderingen. Er wordt steeds minder geverifieerd', zegt Elias. Zijn bedrijf is opgetreden als adviseur van Dexia Bank in de zaak van klanten die met aandelenleaseproducten forse verliezen hadden geleden toen het beursklimaat in 2001 sterk verslechterde. 'Kranten nemen vaak een uitspraak van een gedupeerde en baseren daar een heel bericht op, soms met feitelijke onjuistheden, zonder de andere kant om commentaar te vragen. Er is weinig controle binnen krantenredacties. Niemand vraagt kennelijk waar het wederhoor is gebleven. Zijn er geen eindredacties meer?'

Een vergelijkbare constatering doet Ferd Crone, twaalf jaar Tweede-Kamerlid voor de PvdA. Hij heeft de indruk dat tv-programma's als Barend en Van Dorp of Buitenhof afspraken maken: politici verschijnen er en mogen een plannetje lanceren in ruil voor een niet al te harde ondervraging. 'Toen Zalm zijn aanval deed op de wijze waarop gemeenten de onroerendezaakbelasting (ozb) hadden verhoogd, een optreden dat drie weken tevoren was afgesproken, had Buitenhof kennelijk niet uitgezocht of het waar was wat hij ging zeggen. Toch was dat makkelijk te verifiëren. Hoor en wederhoor hoort er niet bij. Misschien zijn ze bang dat dan het item wegvalt.'

Crone heeft niet de ervaring dat men in het politieke verkeer in Nederland bewust de waarheid vermijdt of ontloopt, maar in een aantal gevallen valt de wijze van besluitvorming achteraf gezien bijna onder het Amerikaanse begrip bullshitting, zo maar wat zeggen. Een voorbeeld is de aanleg van de Betuwelijn, een vrachtspoorlijn van de Rotterdamse haven naar Duitsland. Wie zich de gearriveerde ondernemersmening van de vroege jaren '90 herinnert, van Nederland Distributieland tot en met de Rotterdamse lobby in opeenvolgende kabinetten, weet dat alleen een onnozele kon twijfelen aan noodzaak en economische rationaliteit van de Betuwelijn.

Hij drukt zich vriendelijk uit, maar Crone stelt nu vast dat als het kabinet-Lubbers III (en hij had het kabinet-Kok dat in 1994 het roer overnam erbij mogen noemen) de Kamer tijdig de zeer kritische analyse van het Centraal Planbureau (CPB) over de te verwachten rentabiliteit van de Betuwelijn had gestuurd, de zaken anders waren gelopen. Nu het prachtwerk bijna in gebruik kan worden gesteld en de markt niet staat te popelen, zwijgen de bevlogen voorstanders van destijds in koor. Crone: 'Met die CPB-wetenschap kon je [midden jaren '90] al zien dat de voorspellingen te zonnig waren. Ik heb destijds op basis van de beschikbare informatie voluit namens de fractie Ja gezegd.'

De Rekenkamer (2001) en de Tweede-Kamercommissie-Duivesteijn (2004) hebben vastgesteld dat voor de Betuwe-beslissing essentiële beleidsinformatie op belangrijke momenten is achtergehouden. Gewetensvolle Kamerleden hebben hun werk niet kunnen doen. Naarmate de Betuwelijnplannen concretere vormen aannamen, werd het project steeds duurder, ook al omdat overlastbezwaren van omwonenenden en milieubeschermers moesten worden ondervangen. Geen nood, omdat de rentabiliteit toch al niet serieus was bekeken, leverde een miljardje meer aan de kostenkant geen rood sein in de exploitatieberekening op.

Liegen doen we niet in de Nederlandse politiek. We houden rapporten achter. Vooral als we weten wat ons te doen staat. In de discussie over een snelle Zuiderzeespoorlijn van Amsterdam naar Groningen bleek vorig jaar ook dat een eerder ongunstig rapport was achtergehouden. Toen kreeg de Kamer even genoeg van grote projecten. En intussen is 420 kilometer file op een normale werkdag met motregen geen nieuws meer en wordt nog geen 15 procent van de verplaatsingen in Nederland per openbaar vervoer afgelegd.

Een van de conclusies van de commissie-Duivesteijn was dat de Tweede Kamer een eigen onderzoeksbureau moet krijgen om de voortgang van infrastructurele werken zelf te kunnen volgen. Dat was precies wat Jan Terlouw me vertelde toen hij begin jaren '80 fractievoorzitter van D66 en minister van Economische Zaken was: omdat Kamerleden het aflegden op het punt van 'technology assessment', hadden zij voortdurend het nakijken. Het parlement moet nog steeds zijn eigen tanden zo organiseren dat het zich tijdig kan vastbijten in ongefundeerde verhalen. Opdat pogingen door kabinet en ambtelijk apparaat tot bullshitting worden gesmoord.

We liegen niet in Nederland. Soms vertellen we niet alles wat we weten, maar dat is voor het goede doel, omgeven met wat spin om de voortgang van het proces te bevorderen. Soms laten we de boel de boel. Dan kleppen we wat, kondigen we daadkracht aan, maken wat ruzie in de fractie. En laten alles zoals het was. Bullshitting is ook een vorm van onwaarheid.

P.S.

In de Verenigde Staten heeft de Federal Communications Commission vorige week voor 40 miljoen dollar boetes uitgedeeld aan tv-stations die 'indecent' en 'profaan' taalgebruik de ether instuurden. Het woord bullshit valt onder beide criteria. Tot tien uur 's avonds.

Redacteur van NRC Handelsblad en hoogleraar journalistiek aan de Rijksuniversiteit Groningen.

    • Marc Chavannes