De charme-mannen van Rosalie

In het derde deel van de nieuwe serie Franse cinema op dvd deze maand César et Rosalie van Claude Sautet. Over roekeloos leven in de jaren '70.

Iedereen rookt en niemand draagt autogordels in César et Rosalie (Claude Sautet, 1972).

Onbeduidend? O nee. Meer dan omgangsvormen, mode, muziek bepalen juist die twee doodgewoonheden van toen het beeld van de jaren zestig en zeventig.

Ze zijn de glimlach op het gezicht van de cinema van die tijd.

Film is een tijdmachine. Op afroep vervoert hij naar het verleden. Want voor de filmer is de eigen tijd een lijmstok die zijn pootjes vasthoudt. Je herkent de periode waarin de film ontstond, ook als een film een historische gebeurtenis ophaalt en net zo goed als hij fantaseert over de toekomst.

Claude Sautet (1924-2000) verbeeldde met César et Rosalie zijn eigen vroege jaren zeventig. Het was de tijd van de mensen die in '68 niet zelf op de barricade hadden gestaan maar die wel meedeinden op de verworvenheden van de bijbehorende emotionele revolutie op de rebelse romantiek. Doordat persoonlijke vrijheid nadrukkelijk werd gepredikt, ging het beproefde stramien van de omgang tussen de seksen aan flarden. Sautet zag de verwarring en zocht in César et Rosalie naar het antwoord op de vraag waarom mannen mannen zijn en vrouwen een raadsel.

Laksheid

Laat niemand zich vergissen: in 1972 was men niet gek. Iedereen wist al dat roken dodelijk is en een auto-ongeluk levensgevaarlijk. Maar als risico's vermijden niet verplicht is, dan doe je dat niet. Waarom niet? Uit laksheid. En ook omdat roekeloos leven vrolijker is, uitdagender, interessanter.

Lag instant roekeloosheid in de jaren zestig en zeventig voor de hand, dezer dagen ligt risico's nemen ingewikkelder. Overmoed gedijt bij de genade van niets weten, maar dat lukt slecht met overal internet en televisie met talloze kanalen.

Bekeken met wijsheid achteraf blijkt César et Rosalie te vertellen over het vanzelfsprekend onverschrokken leven in die tijd, niet door helden maar door herkenbare types. Ze gedragen zich onverwacht, ze stijgen boven zichzelf uit, maar Sautets tedere regie waakt ervoor dat ze nooit vreemd zijn. ze horen bij ons, wij herkennen ze als een soort oude bekenden, zo dicht brengt deze film ons bij hen.

Schroothandelaar

Om drie mensen draait de film, twee mannen en één vrouw. De twee mannen, César en David, houden allebei van Rosalie, een gescheiden vrouw met een kleuterdochter. César (Yves Montand) is een succesvol schroothandelaar, David (Sami Frey) een succesvol striptekenaar. César is luidruchtig, David in zichzelf gekeerd.

David is vertrokken, waarmee hij veroorzaakte dat Rosalie trouwde met een ander. Ze werd moeder en haar huwelijk strandde.

Daarna kwam César en hij bleef. Rosalie is van hem, hij moet en zal haar behouden.

Heel verschillend zijn ze, die twee, zo zet Sautet ze nadrukkelijk neer. David is een estheet, afstandelijk van lichaam, broeierig van geest en, dankzij acteur Sami Frey, griezelig van schoonheid. César wordt joviaal en hartveroverend grofbesnaard ingevuld door Yves Montand, zo mooi van lelijkheid.

En Rosalie? Rosalie is een sfinx. Alles wat ze zegt, klinkt als een mysterie, en dat zou wel eens zo kunnen zijn omdat ze niet liegt en consequent de waarheid spreekt (die twee zijn niet synoniem, leert deze film). Romy Schneider geeft Rosalie gestalte en zij slaagt erin om een glasheldere indruk te wekken op grond van weinig concreets. Dit is waar zij en wij het mee moeten doen: Rosalie is een rijpe vrouw, een toegewijde moeder en een dito minnares.

Bij vlagen is ze ongedurig, dan reageert ze kortaangebonden.

De man in kwestie gaat er niet op in, hij reageert geduldig. Even wachten, gaat wel over - zoiets.

Nauwelijks opvallende details geven aan dat ze nog altijd gebukt gaat onder de mentale dreun die David haar bezorgde door te vertrekken toen ze dacht met hem haar leven te zullen delen. Niemand in Rosalies omgeving besteedt aandacht aan dit trauma, behalve, in een bijzin, haar ex-man maar hij vervult een bijrol.

David duikt weer op en regisseur Sautet wekt met een accent in de belichting en een zwiep in de montage de suggestie dat diens blik zich schroeft in Rosalies wang. Fel kijkt ze om, ze wéét dat hij achter haar staat, de man 'qui m'aime sans me vouloir', zoals ze hem omschrijft, de man die van haar houdt zonder haar te willen. Schneider typeert haar verwarring met een knippering van oogleden, een blik die weg dwaalt en snel weer focust. Ze schrikt, ze lijdt. Maar even later vloeit haar pijn over in de gelukzaligheid van Schneiders unieke spinnende-kattenlach.

Even later. Ze neemt een trekje van haar sigaret, inhaleert en kijkt naar César, haar machtige minnaar. Hij staat in hemdsmouwen bij de piano te zingen, sigaartje tussen zijn vingers.

En ze kijkt naar David, haar schuchtere liefde. Hij zit. Ontspannen maar vluchtgevaarlijk als voorheen kijkt hij naar haar spelende dochtertje dat ook zijn kind had moeten zijn.

Ze kijkt en ze is gelukkig.

We horen uit Rosalies eigen mond dat ze oprecht houdt van César én van David. We geloven haar. De mannen ook. Dus begint David zich ijlings terug te trekken, na een verbaal duel met César.

César is een vechter, zo een die vuil vecht omdat hij wil winnen maar ook omdat hij van vechten houdt. Weglopen? Dat is er niet bij, dat accepteert hij niet.

En dus doet David precies wat hij eerder naliet; hij vecht terug. Nu houdt hij van haar, nu wil hij haar ook, nu is hij zoals Rosalie hem wilde hebben. Hij herovert Rosalie.

Tegen alle verwachtingen in legt hij het af bij een volgende aanval van César. Die herneemt zijn plaats door zichzelf te zijn: eerst gewelddadig, dan breed en uitbundig en lief. Met zijn arm om de middel van de vrouw van wie hij houdt en haar kind op zijn nek.

Aards

Dankzij Sautets aardse benadering lijkt het het verhaal van César et Rosalie tastbaar en werkelijk. Zijn quasi-eenvoudig vertelde scènes, zijn voorkeur voor al dat heldere licht, zijn gevoelige acteursregie die aan elkaar hangt van snel afdwalende blikken in een richting die je net niet verwachtte en waarvoor hij zelfs de pupillen van zijn acteurs lijkt te sturen, stutten die indruk. Maar pas op, wie César et Rosalie voor realisme verslijt, komt bedrogen uit, want hij bouwde veel vraagtekens in en mystificeert met losse eindjes. De film blijkt een intrigerend spel te zijn, met drie pionnen in wisselende constellaties. Wie hoort waar thuis? Wie wordt geslagen, wie belandt er in de put, wie moet een beurt overslaan? Wie wint? Kan er wel iemand winnen? En waar wordt het gespeeld, in de hel of in de hemel?

Rosalie en César zitten in de auto. In deze film begint veel wat ertoe doet in een auto, maar dat terzijde. 'Wat hebben David en ik gemeen?' vraagt César. Over het antwoord hoeft Rosalie niet na te denken. 'áa s'appelle la charme', antwoordt ze.

Charme is de basis. De mannen mogen grondig verschillen, op het tweede gezicht zijn ze identiek, al vraagt de een aan Rosalie of ze bier inschenkt voor zijn pokerclub en zet ze op verzoek van de ander een nachtelijk rondje koffie voor zijn medewerkers.

De charme-mannen brengen een offer. Huppekee. Als zij maar gelukkig is. Althans, ze denken dat ze dat denken. Ze bedoelen: als ik maar gelukkig mag zijn, en dan gaan ze samen vissen, op zee.

Rosalie vertrekt. De mannen verliezen hun geliefde en ze vinden een vriend, in elkaar. Maar daarmee is de kous niet af. Nooit is de kous af.

Volgende maand: Lola Montes van Max Ophüls (1955)

Abonnees kunnen deze film bestellen à € 18,75, of de volledige reeks à € 16,75 per film (6 delen). Zie de advertentie op pagina 89, www.nrc.nl/dvd of bel met 010-406 69 28

    • Joyce Roodnat