Bloei van filosofie is een weldaad

Veel Nederlanders zijn van hun geloof afgevallen maar daarmee is hun hang naar reflectie over het leven niet verdwenen. De behoefte aan zingeving wordt in elke tijd op een andere manier verwezenlijkt. Onder atheïsten, agnosten en godsdienstigen bloeit de filosofie. Vrij nadenken, van gedachten wisselen, moraliseren, leren, lezen en debatteren over de bekende en onzekere kanten van het bestaan past in een seculiere samenleving met mensen van verschillende levensbeschouwing en herkomst. Het mooie is dat alle generaties aan deze reflectieve activiteiten meedoen. De filosofie maakt geen onderscheid tussen jong en oud. Tieners en bejaarden kunnen zich aangesproken voelen door een en de zelfde klassieke auteur.

Filosofie is een gewild keuzevak voor middelbare scholieren en trekt gepensioneerden naar de universiteit, voor een extra opleiding of voor een studium generale. In Rotterdam waren islamdebatten. De filosofieafdelingen van boekhandels dijen uit met Nederlandse vertalingen van Kant, Wittgenstein en Heidegger. Het rijk geïllustreerde maandblad Filosofie Magazine bloeit. En april is de maand van de filosofie vol lezingen, debatten en manifestaties, van Maastricht tot Groningen. Dit zijn rijpe vruchten van een samenleving die geestelijk op drift is geraakt, zodat veel mensen op zoek zijn naar houvast. Zij zijn aan het twijfelen gegaan, systematisch als René Descartes indertijd of zomaar spontaan. Nederland kent geen grote filosofen maar er zijn er vele kleine.

Niet alles wat filosofie heet, is het ook. Steeds vaker wordt de term gebruikt als synoniem voor 'nadenken'. Dat gaat van de filosofie van de liefde tot de filosofie van het koken. Er is in Rotterdam zelfs een studierichting 'filosofie van beleid en management'. Daar zijn twee aan elkaar tegengestelde modeverschijnselen - reflecteren en beslissen - aan elkaar gekoppeld. Het doet denken aan de jaren vijftig toen alle maatschappelijke verschijnselen met de godsdienst werden verbonden en geestelijken of theologen de koers uitzetten.

Maar de huidige filosofische exegeet is minder zeker van zijn zaak en moet meer open staan voor tegenspraak dan de priester of de dominee van toen. In de jaren zeventig en tachtig werden filosofische faculteiten nog gedomineerd door Marxisten en hun afstammelingen. Aan deze dogmatische tijden is een einde gekomen en vele richtingen bloeien samen. De uitgedunde rangen van de neo-Marxisten hebben gezelschap gekregen van overtuigde verlichtingsliberalen en conservatieven en postmodernisten die alles in twijfel trekken. Openheid is toe te juichen omdat de steeds wijdere lichtcirkel van de wetenschap een steeds uitgestrekter donker, onontdekt gebied blootlegt. Verreweg het meeste van het bestaan en van de wereld weten we niet. Filosofie trekt scheidslijnen in dit grotendeels onbekende, stelt vragen en geeft voorlopige antwoorden. Dat verklaart waarom zelfs filosofen van 2500 jaar geleden nu nog iets te zeggen hebben.

De liefde voor de filosofie staat in contrast tot de efficiënt-economische tijdgeest en tot de eis aan hedendaagse universiteiten om uitkomsten van onderzoek voor de markt te produceren. Zowel voor filosofie als voor wetenschap geldt dat de grootste doorbraken uit onverwachte hoek komen. Daar zijn vrije geesten voor nodig. De aarde is niet plat en de filosofie ook niet. Zoeken is menselijker dan vinden - en dat maakt de bloei van de wijsbegeerte weldadig.