Aanstekerkunde

De Bic aansteker heeft niet de unieke vorm die hem onderscheidt van andere aanstekers en zal dus niet worden beschermd. Dat heeft het Europese Gerecht van Eerste Aanleg beslist. Als u niet rookt, weet u niet waar ik het over heb. Maar misschien bent u iemand die ook nog wel eens met de hand schrijft, en dan met een balpunt of een ballpoint. Dan kent u de Bic van zestig cent waarvan de stift met een druk op een knopje door middel van een veermechanisme in de huls verdwijnt. Dat is de Bic clic. Functioneler schrijfgerei ken ik niet. Het is een mooi ding, ligt goed in de hand, doet het altijd en heeft voldoende inkt om er een kleine roman mee te schrijven. Bovendien is de veer krachtig genoeg om er een leeg sigarettenpakje een twintig centimeter over het bureau mee te schieten. Wat wil je meer.

De aansteker is in zijn soort even functioneel. Gevuld met vloeibaar gas waarvan je een kleine hoeveelheid laat ontsnappen als je met je duim op het 'kraantje' drukt en tegelijkertijd aan het wieltje draait, en daardoor via het vuursteentje een vonk veroorzaakt die het gas doet ontsteken. Met een pakje per dag duurt een Bic ongeveer twee maanden. (Ik weet dat roken slecht is en ik zal het iedereen sterk afraden). In zijn soort is de aansteker even mooi als de pen. De fabriek heeft er bij het Gerecht op gewezen dat we hier te maken hebben met 'een cultvoorwerp uit de twintigste eeuw, met een sterke identiteit.' Dat wilde er bij de Rechters niet in. Iedereen kan dus die aansteker namaken en er zijn eigen naam opzetten.

Ik ontleen dit alles aan de Shield Mark Nieuwsbrief die een maal in het kwartaal nieuws brengt over het wel en wee van intellectuele eigendommen. Kan een aansteker intellectueel eigendom zijn? In het KLM vliegtuig naar verder afgelegen bestemmingen kun je nog altijd - belastingvrij! - een aansteker kopen waarmee in de Eerste Wereldoorlog de piotten in de loopgraven elkaar vreedzaam vuur gaven. Een koperen machientje, een klein, eenvoudig wonder van vernuft. Het heeft in zijn lijnen, zijn hele voorkomen, de smaak van die jaren. Het is een klein familielid van de dreadnoughts en de Dikke Bertha.

Toen kwamen de Roaring Twenties. De aanstekercultuur nam een hoge vlucht. De sigarettencultuur ook. De dames rookten dunne, lange sigaretten met een gouden mondstuk. 'Give me a cigarette,' zei Marlene Dietrich in Dishonored. Meteen was daar de onberispelijk geklede heer, met een gouden of op z'n minst een zilveren aansteker. Alle heren hadden aanstekers, mooie modellen, brandend op benzine.

De wereldgeschiedenis nam haar volgende wending. De ontwerpers van de aanstekers volgden. In de Tweede Wereldoorlog had je cylindervormige apparaten, de lont omgeven door een verschuifbare huls die bedoeld was om in ieder soort van weer brandstof te sparen. Voor wie nog zo'n ding heeft: wees er zuinig op. Ze worden collectors items. Volgens mij hebben de Duitsers nooit een officiële soldatenaansteker gehad. De Amerikanen wel: de Zippo, ook op benzine werkend en met een geperforeerd schoorsteentje waardoor de vlam stormbestendig werd. Zippo never fails. Heeft de Zippo een ontwerper, een wettelijke bescherming tegen namaak? Google zal het wel weten. Maar in de loop van de geschiedenis is het ding zo algemeen geworden, dat tegen vervalsers niet meer te vechten valt. Dat is dan de grootste beloning voor de ontwerper.

Waarschijnlijk zijn tussen 1939 en 1940 meer sigaretten gerookt dan in enig ander wereldconflict. Vorig jaar heb ik de film Casablanca weer eens gezien, gemaakt in 1942. Met Humphrey Bogart, Ingrid Bergman, Peter Lorre en nog een stuk of wat historische beroemdheden. Wat daar wordt afgepaft overschrijdt naar onze maatstaven van moderne gezondheid de grenzen van het pathologische, maar in die tijd hoorde het zo. Hoe gaven die mensen zichzelf en elkaar vuur. Daar heb ik toen, stom genoeg, niet op gelet. Misschien wel met lucifers.

Waar is de lucifer gebleven? In ieder geval ook op zijn terugtocht. Van kindsbeen af is voor mij de Zweedse lucifer van merk Zwaluw de koning onder de lucifers geweest. Wat een prachtig doosje! Goed van kleuren, met die sierlijke zwarte vogel, het raadselachtige opschrift Säkerhets Tändstickor en de afbeeldinkjes van de medailles, gewonnen op internationale wedstrijden in Parijs en Rome. Toen, langzamerhand, is de lucifer vervreemd van zijn merk. Iedereen ging zijn eigen etiket op het doosje plakken, intussen kregen de gasfornuizen hun eigen ontstekingsvonk, en met het vloeibare gas was de aansteker aan een nieuw leven begonnen.

Dit soort aanstekers heb je nu in eindeloze variatie, van de zware zilveren Dupont tot de vernuftige plastic dingetjes die je niet aan het branden krijgt als je niet weet dat er een kinderslotje op zit. Maar zoals met alle gereedschap: er is maar één ontwerp het beste. Dat vind ik, na jaren van proefnemingen nog altijd de Bic. Ziet er volstrekt onopgesmukt uit, duurt lang, doet het altijd zolang de inhoud strekt. Er zijn een paar dingen op aarde die niet verder kunnen worden verbeterd. Het wiel bijvoorbeeld, de zuivere cirkel van stevig materiaal met in het middelpunt de as. De Bic is het wiel onder de aanstekers.